Bernhard Friedland 1891 – 1917

1917, Een Joodse legionair sneuvelt aan het Salonikifront

Door John M. Stienen

Jeugd

Op 12 september 1891 wordt in Oldenburg, in Duitsland, Bernhard Friedland geboren. Zijn beide ouders zijn Joods. Zijn moeder Doortje van der Rhoer is geboren in Den Ham, in Overijssel. In Duitsland noemt ze zich Dora. De beschikbare documenten geven geen uitsluitsel over de afkomst van zijn vader, Moses Emanuel. Vermoedelijk komt hij niet uit Nederland. Bij de geboorte van Bernhard is Moses Eisenbahnhülfsarbeiter, ondersteunend personeel bij de spoorwegen, van beroep.

Geboorteakte van Bernhard Friedland
Oldenburg Duitsland 14 september 1891

Oldenburg den 14ten September 1891
Vor dem unterzeichneten Standesbeamten erschien heute, der Persönlichkeit nach bekannt, der Eisenbahnhülfsarbeiter Moses Emanuel Friedland, wohnhaft in Oldenburg in der Nelkenstr. No. 5, israelischer Religion, und zeigte an, dass von der Dora Friedland, geborene van der Rhoer, seiner Ehefrau, evangelischer # Religion, wohnhaft bei ihm, zu Oldenburg in seiner Wohnung am 12ten September 1891 Vormittags um elfeinhalb Uhr ein Kind männlichen Geschlechts geboren worden sei, welches den Vornamen Bernhard erhalten habe.
# Vor Vollziehung der Eintragung dahin berichtigt, dass es in Zeile 11 nicht “evangelischer” sondern “israelischer” heißen muss.

Bernhard Friedland heeft in ieder geval twee oudere zussen die zijn geboren in Oldenburg: Rosalie op 14 mei 1887 en Henriette op 19 juli 1889. Zijn jongere zusje, Margarete, ziet het levenslicht op 9 oktober 1907 in Elberfeld. In dat jaar is vader Moses commies (ambtenaar).

De oom en tante van Bernhard, Joseph en Jettchen van der Rhoer-Heinemann, wonen tot 1906 ook in Elberfeld met hun toen nog vijf kinderen. Wanneer Margarete geboren wordt wonen ze inmiddels in Blerick, Op de Smelen. Het is aannemelijk dat Bernhard, die dan al 16 is, contact houdt met zijn Nederlandse ooms en tantes. Of hij kortere of langere tijd in Nederland verblijft en wat hij voor de kost doet, is onduidelijk.

1914 Franse Vreemdelingenlegioen

Wanneer begin augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, meldt Bernhard zich in Parijs aan om te dienen in het vreemdelingenlegioen.
Hij neemt een valse identiteit aan, die lijkt op zijn echte. Zijn nom de guerre wordt Bernard Fryland, zijn geboortejaar 1893 en – als meest opmerkelijke – zijn geboorteplaats geeft hij op als Rotterdam. Hij zal beseffen dat hem als Joodse jongen uit Duitsland, of zijn familie, straffen boven het hoofd hangen als hij onverhoopt door het Duitse leger krijgsgevangen wordt gemaakt.

Bernhard wordt in februari 1915 ingedeeld bij het vreemdelingenbataljon van het 1e Marsregiment van Afrika onder commandant Gaey. Voor de meeste poilu’s van het regiment komt de vuurdoop op 28 april 1915 bij de eerste Slag om Krithia, tijdens de Gallipoli eldtocht. Krithia werd ondanks drie bloedige slagen die zomer nooit door de Fransen en hun bondgenoten veroverd. Wanneer duidelijk wordt dat de Entente deze campagne niet kan winnen, worden eind december de troepen geëvacueerd. Ze worden via Saloniki overgeplaatst naar het front in Macedonië om tegen de Bulgaren en hun As-bondgenoten te vechten.

Na een korte hergroepering wordt het regiment in 1916 ingezet bij gevechten in de buurt van het Meer van Dojran. Wanneer ook deze slag desastreus verloopt worden ze per spoor verplaatst richting Sorovič, van waaruit de opmars naar Monastir begint. De stad wordt in november 1916 bevrijd, maar blijft omringd door grote concentraties troepen van de Asmogendheden, die haar voortdurend bestoken met artillerie en zwaar geschut vanuit hoger gelegen posities in de bergen aan de noordkant.

Op 2 januari 1917 wordt het naturalisatieverzoek dat Bernhard Friedland bij zijn indiensttreding had ingediend afgewezen op grond van de ‘wet van 5 augustus 1914’. Onduidelijk is waarom, omdat het derde artikel van die wet het aan vreemdelingen toestaat om het Franse staatsburgerschap te verwerven. Het nieuws dat hij toch geen Fransman kon worden bereikt hem waarschijnlijk niet in Monastir.

Vanaf begin maart 1917 zetten de Fransen de aanval in op de posities boven de stad – in een operatie die door de Entente de Slag om Hoogte 1248 wordt genoemd en door de Asmogendheden de Slag om de Tsjervena Stena.

Franse troepen in de bergen rondom Monastir
[ bron ]



Er bevinden zich vier ‘Nederlanders’ onder de strijders van het vreemdelingenlegioen bij Monastir. Twee Nederlandse legionairs bezoeken in de lente van 1917 een Nederlands hospitaal in Servische dienst dat zich in de stad bevindt. De twee andere Nederlanders, die aan het front verblijven, sneuvelen.

De eerste die sterft is de 41-jarige adjudant Johannes Louis Ramaeckers uit Maastricht – een legionair die er al ruim tien dienstjaren op had zitten. Na een uitzonderlijk kalme avond aan het front, voert de Duitse vijand op 24 maart een aanval uit met vlammenwerpers op de voorste loopgraven, die worden verdedigd door een peloton van de eerste compagnie. De aanvoerder, adjudant Ramaeckers, geeft zijn positie bij zijn mitrailleur niet op, en sneuvelt. In de jaren voorafgaand aan zijn dood hebben diverse Nederlandse kranten vanaf het front verstuurde brieven van Ramaeckers gepubliceerd.

Situatie op 19 maart 1917 in de avond.
In het zuid westen zien we Dihovo. [ bron ]

Drie dagen later sneuvelt ook Bernhard Friedland, die zich voor Nederlander uitgeeft. De vijand voert vier aanvalsgolven uit op de loopgraven, die worden verdedigd door het Franse derde bataljon. Hoewel de vijand wordt verjaagd en de aanval wordt afgeslagen, ligt het slagveld, dat door de voortdurende stortregens in een modderpoel is veranderd, bezaaid met doden en gewonden.
Bernhard overlijdt op 28 maart 1917 in Dihovo aan zijn verwondingen, 25 jaar oud.

Bernhard Friedland ligt begraven op de Franse militaire begraafplaats van Bitola, zoals Monastir nu heet, in graf nummer 1805, als ‘FRAGERT Bernard’.

Figuur 2: graf van Bernhard Friedland in Bitola (foto: John Stienen, april 2017)
Bernhard Friedland ligt begraven op de Franse militaire begraafplaats van Bitola, zoals Monastir nu heet, in graf nummer 1805, als ‘FRAGERT Bernard’.

Wat opvalt is dat er geen speciaal Joods teken op zijn graf staat, maar een teken in de vorm van een kruis dat hij deelt met de christelijke slachtoffers, terwijl op de (vele) moslimgraven een teken staat zonder dwarsbalk maar met een rode halve maan.

Mede door het rookgordijn bij zijn inschrijving bereikt het nieuws zijn ouders waarschijnlijk niet. De familie blijft in Duitsland wonen. Bernhards vader Moses overlijdt nog voordat Hitler in Duitsland de macht grijpt. Moeder Dora en haar twee oudste dochters wonen vanaf ongeveer 1930 in Keulen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wonen ze er aan de Kurfürstenstraße 18.
De jongere zus Margarete woont dan in Berlijn.

In het najaar van 1941 wordt Rosalie gedeporteerd naar het getto van Litzmannstadt (Łódź). Op het eind van dat jaar worden Dora en Henriette gedeporteerd naar het getto van Riga. Margarete wordt op 14 oktober 1943 gedeporteerd op het 44e ‘Osttransport’ naar Auschwitz, waar ze bij aankomst wordt vermoord. Ook haar moeder en zus komen na hun deportatie niet terug.

Bij de Kurfürstenstraße 18 in Keulen liggen diverse Stolpersteine, ook voor Doortje en haar dochters Rosalie en Henriette.

14 maart – 16 mei 1917 De gevechten om Crvena Stena

Frans Janssen

Bernard Fryland kwam om het leven als gevolg van verwondingen opgelopen bij de Slag om Monastir (1917).
Hij overleed in Dihovo waar een medische hulppost was gevestigd [1]
Deze slag was een mislukte Franse aanval tegen de Duits-Bulgaarse stelling ten noorden en ten westen Monastir en vond plaats van 12 maart tot 26 mei 1917. Deel van deze slag waren de gevechten om de stelling Crvena Stena.
Helaas zijn de beschrijvingen in het oorlogsdagboek van het bataljon van het Franse Vreemdelingenlegioen waarin Bernhard Frieland diende (11eme Compagnie) in deze periode erg summier.
Daardoor is niet bekend op welke dag Berhard Friedland gewond raakte, wel dat dit gezien de datum en de plaats waar hij overleed ergens tussen 11 maart en 28 maart 1917 geweest moet zijn.
De dagboekfragmenten betreffende de 11eme Compagnie in deze periode zijn hier in de grijze vlakken weergegeven. De andere teksten zijn afkomstig uit de geschiedschrijving van het 1er R.M.A. [3][4]

11ème Compagnie

11 Mars au 12
Le peloton de la crête LAMY et le P.D. rejoignent le reste de la Cie au ravin de BRUSNIK

Begin Maart 1917 starten eenheden van het 1er RMA met het verbeteren en organiseerden hun stellingen vooral in de frontlinie bij Nizopole en de vooruitgeschoven stelling bij Crvena Stena, vaak ook aangeduid als Fort National. Deze stelling was gepositioneerd recht tegenover Bulgaarse loopgraven met de naam “Posen”.

13 Mars au 15
Le Cie est en soutien de l’artillerie à 1200 m au ravin N.E. de BRUSNIK

16 Mars
Le Cie occupe 2 des moulins de DRAGOR sur la route de DIHOVO à MONASTIR

17 Mars au 18 : 1917
La Cie occupe le piton 1005 (800 m au Sud) au N.O. de DIHOVO.


In de periode van 8 maart tot 14 maart, waren alle compagnieën van het bataljon van het Vreemdelingenlegioen bezig met het bouwen van posities voor de Franse artillerie in de sector van het regiment.

De slag begon op 14 maart 1917.

In de volgende morgen, delen van het 175th Regiment slaagden erin een deel van de “Posen” loopgraven in te nemen. In de avond werden zij afgelost door het 1er bataillon van het 1er R.M.A. In de nacht van 17 op 18 maart kreeg het 3e bataillon (Legion Etrangere) dat in reserve werd gehouden in Dihovo en dorp in de buurt van Fort National het bevel het 1er bataillon aan de frontlinie af te lossen.
De 10e Cie en de 11e Cie plus het PD and twee 3e CM pelotons namen stelling in de “Posen” loopgraven.
De 9e Cie en en 3e CM peloton bezetten Fort National. Beide posities lagen onder zwaar Bulgaars artillerievuur. In na middag van 19 maart voerden de legionnaires een succesvolle aanval uit en slaagden erin 140 meter terreinwinst te boeken in het westelijke gedeelte van de “Posen” loopgraven in de richting van Trnovo.

20 Mars au 23
Le Cie occupe les deux moulins de DRAGOR sur la route de DIHOVO à MONASTIR.

Op 20 maart, werd het bataljon afgelost door de Zouaven and keerde terug naar Dihovo.
Gedurende de twee nachten in de front linie, sneuvelden 9 legionnaires en raakten een officier en 28 legionnaires gewond.

24 Mars au 25
La Cie occupe les tranchées sur le flanc du piton 1005 au N.O. de DOHOVO [sic]

Op 24 maart 1917 moest lieutenant colonel Schneider, commandant het 1er RMA, zijn bevel afstaan vanwege gezondheidsredenen. Hij werd vervangen door lieutenant colonel Geay.

Diezelfde dag in de avond keerde het bataljon van het Vreemdelingenlegioen terug naar de front linie.
Die avond sneuvelde de Nederlander adjudant J.L. Ramaeckers, die al meer dan 15 jaar diende in het Vreemdelingenlegioen, bij de “Posen” loopgraven tijdens een vijandelijke aanval.

26 Mars
La Cie, après une attaque, dépasse le piton et descend de de 150 m le flanc opposé après avoir repoussé l’ennemi.


Op 26 maart ‘s middags voerden de legionnairs een succesvolle aanval uit.
Ondersteunt door de 11e Cie en een 155 mm batterij artillerie rukte de 10e Cie op vanuit “Posen” in het oosten naar loopgraven genaamd “Munchen” en maakten daarbij 800m terrein winst.
Vijf vijandelijke officieren en 166 soldaten, totaal verrast door deze aanval, gaven zich zonder te verzetten over.
Die dag verloor het bataljon van het Vreemdelingenlegioen, capitaine André Pignatelli di Cerchiara en drie legionnaires. Eén officier en 14 legionnaires raakten gewond.

27 Mars au 29
Le Cie occupe les deux moulins de DRAGOR sur la route de DIHOVO à MONASTIR.

Op 27 en 28 maart, voerden de Bulgaren 5 gewelddadige tegenaanvallen uit om de verloren posities terug te krijgen, maar zonder succes. Het Vreemdelingenlegioen bood hardnekkig weerstand.
De vijandelijke artillerie bleef intensief vuur uitbrengen op de frontlinie.
Gedurende deze twee dagen sneuvelden 9 legionnaires en raakten er 62 gewond.

Berichtgeving in de Nederlandse pers

De berichtgeving in de Nederlandse pers over de strijd om Crvena Stena was destijds summier.

De Amstelbode 19-04-1917

BERLIJN, 18 April. (W. B.) Ten westen van Monastir werden de Fransen door krachtige aanvallen uit de stellingen aan den Crvena Stena geworpen, die zij ongeveer over een K.M. breedte gedurende de gevechten in Maart hadden weten te behouden.
Tegenaanvallen werden afgeslagen; 200 gevangenen, een aantal machinegeweren en mijnwerpers vielen, ons daarbij in handen.

27-03-1917 Dihovo, Macédoine, Serbie
Alexis VEYSSEYRE. Né(e) le/en 12-09-1885 à Vergongheon (43 – Haute-Loire, France)
Joseph GUERRERO. Né(e) le/en 08-05-1897 à Oran (ex département d’Oran) (Algérie)
Pierre IVARTZ. Né(e) le/en 21-03-1894 à Orléansville (ex département d’Alger) (Algérie)
Baptiste LAGNAUD. Né(e) le/en 21-03-1885 à Limoges (87 – Haute-Vienne, France
Louis Georges PASTEUR. Né(e) le/en 11-06-1888 à Toulouse (31 – Haute-Garonne, France) 10e Cie
Joseph PRIVILIGNI. Né(e) le/en 1896 (Grèce) Disparu

Bronnen

[1] La Légion à l’Armée d’Orient – L’offensive de 1917. Vert et Rouge 1949 No 20
[2] BALGR GR 1 L 1 001
[3] http://foreignlegion.info/foreign-legion-in-the-balkans-1915-1919/
[4]

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over