Jansen, Rinse


Personalia

Achternaam Voornamen Geboorte datum Naam vader Naam moeder
Jansen Rinse 27-02-1857, Harlingen Jansen, Leendert Terpstra, Lipkje

Legioen periode: 1881 - 1896

No Matricule Engage Libere Libere Plaats
[-] 1881 [-] [-] / [-] 1896 / [-] [-] / [-]

Biografie


Weesjongen, legionair en klaploper

Dit was de titel die auteur Jaap Hellinga gaf aan het hoofdstuk over de voormalig legionair Rinse Jansen in zijn in 2008 verschenen boek “In het blauwe licht van God. Vijftig verhalen uit de archieven van Leeuwarden, Sneek, Dokkum en Harlingen” [11]. Het is het eerste verhaal en beslaat 2 pagina’s.
Het is jammer dat het boek wel vermeldt dat de informatie uit bepaalde archieven komt, maar de specifieke archiefindexen ontbreken.
Doordat het verhaal chronologisch is opgebouwd, is het wel relatief eenvoudig om een feitelijke biografie van Rinse Jansen samen te stellen.

In het kort was de levensloop van Rinse Jansen als volgt.

Hij werd geboren in 1857 in Harlingen en verloor op jonge leeftijd beide ouders. Hij groeide op in een weeshuis. Op zijn achttiende trad hij toe tot de Koninklijke Marine. Na een dienstperiode van ruim zes jaar verliet hij de marine met een rood paspoort, bewijs van, ongunstig, ontslag uit de krijgsdienst.
Na een korte gevangenisstraf vanwege bedelarij ging hij in het Franse Vreemdelingenlegioen, waar hij vermoedelijk 15 jaar diende in Noord-Afrika.
Na zijn diensttijd in het Legioen keerde hij jaren later te voet terug naar Nederland, berooid en zonder vaste verblijfplaats. In 1899 werd hij gearresteerd wegens diefstal van kleding, die hij verkocht om aan eten te komen. Hij werd uiteindelijk veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. Later volgenden er nog meer veroordelingen.
Rinse Jansen overleed in 1904 in de rijksinrichting van Veenhuizen op 47-jarige leeftijd.

Ik heb alle feiten uit het verhaal op een rij gezet en zoveel mogelijk geprobeerd de gebruikte bronnen en eventueel aanvullende bronnen te vinden.

Jeugd

Rinse Jansen werd geboren op 27 februari 1857 in Harlingen als zoon van Leendert Jansen en Lipkje Terpstra [1]. Zijn ouders waren op 2 november 1851 in Leeuwarden getrouwd [2].
Zijn moeder overleed op 22 juli 1866 in Leeuwarden.
Een paar maanden later trouwde zijn vader op 14 oktober 1866 in Leeuwarden met Maria Magalina Knip.
Iets minden dan vier jaar na het overlijden van zijn moeder overleed ook zijn vader op 18 februari 1870 in Leeuwarden, zes dagen voor Rinse’ s 13e verjaardag.
Zijn stiefmoeder was schijnbaar niet in de gelegenheid verder voor Rinse te zorgen.
In het bevolkingsregister van Leeuwarden staat de familie in de periode 1859 – 1876 als volgt geregistreerd.

[ 4 ]

Op 13 mei 1870, drie maanden na het overlijden van hun vader kwamen Rinse Jansen en zijn zus Hendrikje Jansen in het weeshuis van Harlingen terecht [6].

Koninklijke Marine

1875

Rinse Jansen trad op 12 februari 1875, nog net geen 18 jaar oud, in Amsterdam toe tot de Marine als Ligtmatroos [12]. Hij nam dienst voor de tijd van 8 jaar.

Oost Indië 1875 – 1879

Enkele maanden later vertrok hij naar Nederlands Indie (Oost Indie) en diende daar van 16 augustus 1875 tot 5 mei 1879.

Voor deelname aan campagnes in Oost Indie kreeg hij twee onderscheidingen toegekend:

Ereteken Atjeh 1873/6 10 september 1877 No 54
gesp Samalangan 23 oktober 1879 No 44

Het gaat het bij dit ereteken om het “Kruis voor Belangrijke Krijgsverrigtingen” dat werd ingesteld 1869.
Waarvoor er een gesp Atjeh 1873-1876 en Samalangan 1877 bestond.
Per Koninklijk Besluit van 15 oktober 1878 nummer 62 werd de gesp Samalangan 1877 ten behoeve van het Kruis voor Krijgsverrichtingen toegekend voor “Noord-Oostkust Atjeh, 8 augustus – 20 oktober 1877 ]

Kruis voor Belangrijke Krijgsverrigtingen

1880 Voortijdig ontslag

Rinze Jansen werd als matroos 3e klasse voortijdig ontslagen op 15 november 1880:

“ter zake van voortdurend slecht gedrag […] onder inhouding van het certificaat van goed gedrag.”

Veroordeling bedelen in Leeuwarden

Een maand na zijn ontslag uit de Marine treffen we de naam van Rinse Jansen aan in het Rolboek van de arrondissementsrechtbank Leeuwarden [7].
Vanwege Bedelarij kreeg hij een gevangenisstraf van een maand opgelegd.

Franse Vreemdelingenlegioen

1881 – 1896

Rinse Jansen nam vermoedelijk in 1881 dienst in het Franse Vreemdelingenlegioen en werd o.a. gelegerd in Algerije, destijds vaak aangeduid met Algiers.
Hij diende waarschijnlijk 15 jaar in het legioen. Drie keer een contract van 5 jaar was in die periode, op enkele uitzonderingen na wel een beetje het maximum wat een gewone legionair kon dienen.
Dat zou ook verklaren waarom destijds in de krant stond: “Ook daar echter liep zijn tijd ten einde”.

[ Leeuwarder Courant, van 29 juli 1899 ]

Onderzoek
Hellinga hier in zijn boek zeer waarschijnlijk een vergissing gemaakt hij schreef:
“Het zou nog elfenhalf jaar duren, voordat de berooide oud-soldaat in onze contreien verzeild raakte”.
In het krantenartikel van Leeuwarder Courant, van 29 juli 1899, waarop dit gebaseerd is staat echt 11/2

Frankrijk – België

De daaropvolgende jaren van 1887 tot 1898, leidde Rinse Jansen waarschijnlijk een zwervend bestaan in Frankrijk en België. Volgens een krantenartikel [14] ging hij via Parijs en Duinkerken zonder geld en te voet naar Nederland.

Terugkeer naar Nederland

Veroordeling bedelen in Utrecht

Op basis van een registratie door een Rijkswerkinstelling blijkt Rinse Jansen in Utrecht veroordeeld te zijn voor bedelen.
Het was in die tijd niet ongebruikelijk naar zo’n veroordeling en het uitzitten van een relatief korte gevangenisstraf voor langere tijd geplaatst te worden in een Rijkswerkinstelling.

Rijkswerkinstelling Veenhuizen

Op 25 juni 1898 werd Rinse Jansen geregisteerd op een signalementskaart van een Rijkswerkinstelling (RWI) in Drenthe, waarschijnlijk Veenhuizen.

[ 12 ]

Als beroep gaf hij matroos op en als laatste woonplaats Harlingen.
Genoteerd werd ook dat hij van 1875 tot 1881 bij de Nederlandse Marine in Nieuwe Diep was geweest.
Onder vroegere veroordelingen stond 1 maand voor landloperij en bedelen in Utrecht.

Arrestatie, incident in Wijnjeterp

In 1899 werd Rinse Jansen gearresteerd voor diefstal.
De Leeuwarder Courant berichte er op 1 juli 1899 als volgt over.

[ 01-07-1899 Leeuwarder courant ]

Hellinga schreef hierover, gebaseerd op een artikel, eveneens uit de Leeuwarder Courant, van 29 juli 1899.

Rinse „heeft een veelbewogen leven achter zich”, constateerde de rechtbankverslaggever van de Leeuwarder Courant op woensdag 26 juli 1899. Die dag verscheen de haveloze avonturier voor het gerechtshof. Het openbaar ministerie had hoger beroep aangetekend tegen de maand gevangenisstraf die de rechtbank in Heerenveen hem oplegde. De procureur-generaal was slecht over de beklaagde te spreken. „Het roode paspoort, reeds een paar maal wegens bedelarij veroordeeld, nu diefstal”, deze delinquent moest voor drie maanden de gevangenis in. „Dit is geen beroepsdief”, bracht verdediger Petrus Oosting daartegenin. „Hij is een dier menschen, die slecht onderlegd in de maatschappij geworpen, zich moeilijk staande houden.”
Je kon zijn cliënt moeilijk gebrek aan ondernemingsgeest verwijten, aldus de strafpleiter. „Dat er energie in hem steekt, blijkt uit zijn lange voetreizen. Gebrek, honger, geen zin om zich te verrijken, dreven hem tot zijn daad.” De raadsheren van het gerechtshof kozen voor een tussenoplossing. Op 9 augustus 1899 veroordeelden ze Rinse Jansen tot twee maanden celstraf.

Niet lang daarna vertrok Rinse Jansen richting Amsterdam, maakte zich daar ook weer schuldig aan diefstal De Dagvaarding daarvoor volge op 25 mei 1900 in Amsterdam.

Verklaart beklaagde te laste gelegd, alsmede zijne schuld daaraan wettig en overtuigend bewezen en dat het aldus bewezene uitmaakt; diefstal, gepleegd, terwijl en tijdens het plegen van het feit nog geen vijf jaren waren verlopen sedert de schuldige gevangenisstraf, hem ter zake van diefstal opgelegd, geheel had ondergaan.

Hij werd veroordeeld tot gevangenisstraf voor den tijd van één jaar. Als veroordeelde No 955 werd Rinse Jansen in Amsterdam geregistreerd op 25 augustus 1900.
Hij werd ontslagen op 30 juni 1901.

Rijkswerkinstelling Veenhuizen

Mogelijk werd hij daarna weer geplaatst in een Rijkswerkinstelling.
Op 29 februari 1904 overleed Rinse Jansen namelijk in het Hospitaal van de Rijkswerkinstelling in Veenhuizen [13].

Note: In diverse registraties voornaam ook als Rinze geschreven.





Legioen eenheden: 1881 - 1896

Van Tot Regiment Bataljon Compagnie Plaats Land



Legioen onderscheidingen

Onderscheidingen Datum Uitreiking
Kruis voor Belangrijke Krijgsverrigtingen, gesp Atjeh 1873-1876 10-09-1877
Kruis voor Belangrijke Krijgsverrigtingen, gesp Samalangan 1877 23-10-1879


Info

Verder onderzoek gaande, heeft U meer informatie laat het mij weten via: info@nllegioen.eu

Datum:

Bronnen

[1] AlleFriezen te Leeuwarden, BS Geboorte Burgerlijke Stand Harlingen - Tresoar, Bron: boek, Deel: 1032, Periode: 1857, Harlingen, archief 30-15, inventaris­num­mer 1032, 27 februari 1857, Geboorteregister 1857, folio 29
[2] AlleFriezen te Leeuwarden, BS Huwelijk Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, De..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 391, 2 november 1851, Huwelijksregister 1851, aktenummer 160
[3] AlleFriezen te Leeuwarden, BS Overlijden Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 666, 23 juli 1866, Overlijdensregister 1866, aktenummer 383
[4] AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkings­register Bevolkingsregister 1859 - 1876, Bron: boek, Deel: 4652, Periode: 1859-1876, Leeuwarden, archief 1002, inventaris­num­mer 4652, Bevolkingsregister 1859 - 1876, folio 750b
[5] Noord-Hollands Archief, Klapper op veroordeelden Klapper op naam van de veroordeelden, Haarlem, archief 198, inventaris­num­mer 178 Rechtbank Amsterdam Vonnisnummer 531 (p719-p 721)
[6] AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkings­register Deel: 2093, Periode: 1860-1880, Harlingen, inventaris­num­mer 2093, Bevolkingsregister R
[7] AlleFriezen te Leeuwarden, Rolboeken arrondissementsrechtbanken Arrondissementsrechtbank Leeuwarden - Tresoar, Deel: 93, Periode: 1877-1881, Leeuwarden, archief 18-02, inventaris­num­mer 93, 11 december 1880, Rol van strafzaken, aktenummer 1754
[8] AlleFriezen te Leeuwarden, Rolboeken arrondissementsrechtbanken Arrondissementsrechtbank Heerenveen - Tresoar, Deel: 117, Periode: 1899-1902, Heerenveen, archief 18-01, inventaris­num­mer 117, 10 juli 1899, Rol van strafzaken, aktenummer 138
[9] Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Veroordeelden Deel: 839, Periode: 1917, Amsterdam, archief 5225, inventaris­num­mer 839, Veroordeelden
[10] Auteur: Jaap Hellinga. Uitgever: Friese Pers Boekerij. ISBN: 9789033007675 Publicatiedatum: Oktober 2008
[11] Drents Archief te Drenthe, Signalementskaarten RWI Deel: 339, Onbekend, archief 0137.01, inventaris­num­mer 339, Signalementskaart 0137.01 339, aktenummer 2149
[12] Marine: Stamboeken Schepelingen en Onderofficieren, Naam: R. Jansen Periode: 1860 - 1901 Naam R. Jansen Geboortedatum 1857-02-27 Bronverwijzing Nummer toegang: 2.12.14, inventarisnummer: 524, (volgnummer 17609), (1874-1876)
[13] Overlijdensregister Norg 1904, archiefnummer 0167.016, inventarisnummer 1904, aktenummer 22 Gemeente: Norg Periode: 1904
[14] Leeuwarder courant 29-07-1899