Personalia
| Achternaam | Voornamen | Geboorte datum | Naam vader | Naam moeder |
|---|---|---|---|---|
| Agten | Johannes | 25-08-1821, Helmond | Agten, Johannes | Van der Aa, Aldegonda |
Legioen periode: 1845 - 1850
| No Matricule | Engage | Libere | Libere Plaats | ||
|---|---|---|---|---|---|
| [-] | 1845 | [-] | [-] / [-] | 1850 / [-] | [-] / [-] |
Biografie
Inleiding, van deserteur tot ridder
In 2022 kwam ik op het spoor van de bijzondere militaire loopbaan van Jan Koudijs.
In 1841 nam hij dienst in het Nederlandse leger, deserteerde daaruit in 1847, nam dienst in het Franse Vreemdelingenlegioen, keerde na 5 jaar terug in Nederland, onderging zijn straf voor desertie, nam daarna in 1854 dienst in bij de Koloniale Troepen en werd in 1863 voor dapperheid getoond in Borneo onderscheiden met de Militaire Willemsorde 4e klasse.

Regerings-almanak van
Nederlandsch-Indië voor het jaar 1867
Ik dacht, een unique loopbaan, totdat ik begin 2024 via Delpher een artikel in de Helmondsche courant van 1 mei 1948 vond over Johannes Agten.
Bij verder onderzoek kwam ik nog twee artikelen over Johannes Agten tegen in het blad “Helmonds Heem” een uit 1982 en een uit 2016 beide geschreven door Pierre van de Meulenhof.
Als basis van de reconstructie van Johannes Agten zijn levensloop heb ik het kranten artikel uit 1948 gebruikt, aangevuld met feiten uit het artikel van Pierre van de Meulenhof uit 2016.

Agten, J.
Regerings-almanak van
Nederlandsch-Indië voor het jaar 1867
Uit Helmond’s historie JOHANNES AGTEN: de enige Helmondse ridder in de Militaire Willemsorde
XVII.
Het is nu zo ongeveer een jaar geleden, dat mij — als beheerder van het gemeentemuseum — enkele papieren werden overhandigd, die betrekking hadden op Johannes Agten, de enige Helmonder, die ooit gerechtigd is geweest tot het dragen van de Militaire Willemsorde. Zijn naaste familieleden vonden dit — zeer terecht! — de aangewezen weg, om de nagedachtenis van hun vader en grootvader voor zijn stadgenoten ten alle tijde in herinnering te kunnen houden. Met genoegen hebben wij deze souvenirs aanvaard en in de gemeentelijke verzameling opgenomen. Deze schenking werd voor ons de gerede aanleiding iets meer over deze ridder en zijn-familie te weten te komen.
Jeugd
De registers van Burgerlijke Stand Bevolking en weten ons te vertellen, dat Johannes Agten werd geboren te Helmond 25 augustus 1821 uit het huwelijk van de dagloner Johannes Agten en Aldegonda van der Aa. Zijn vader was afkomstig uit het dorpje Elmd in het land van Gulik, even over de Duitse grens. Dat geeft de verklaring, waarom de latere ridder en zijn familie de bijnaam van ,,de Guliker” gedragen heeft. Hij had een paar broers, o.a. Henrieus Agten, een wever, die gehuwd was met Wilhelmina van Konijnenburg, Comelis Agten, een fabrieksarbeider die huwde met Philippina Wayers. Beide families hadden kinderen, dus ik vermoed, dat de thans levende leden van die naam van een dezer beide afstammen.
National militie
Toen Jan Agten de leeftijd bereikt had om voor de nationale militie te loten, trok hij wellicht een vrij nummer. Dat gaf hem de kans voor een ander als plaatsvervanger tegen een vrij hoge vergoeding, dienst te nemen. Zo iets gebeurde in die tijd meermalen.
Blijkens de aantekeningen in zijn „zakboekje”, werd Jan Agten op 6 mei 1841 „bij het Regiment Infanterie als miliciën nummerverwisselaar” ingeschreven voor Adriaan Luyben uit Helmond.
Deze jongeman moest vólgens zijn nummer in de lichting 1841 onder de wapenen komen, doch zijn ouders, de kleermaker Caspar Luijben en Maria Geenen, zochten en vonden een remplaçant. Kort nadien trad hun zoon in de Congregatie der Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria te Maastricht en werd 8 Sept. 1844 als broeder Dominicus geprofest. Hij was jarenlang overste van het broedersklooster te Weert en overleed 29 October 1901 te Maastricht.
Bij een van zijn eerste bezoeken in uniform aan zijn geboortestad op 6 Aug. 1841 geraakte de jonge militair in conflict met zijn kameraden. Het liep op een vechtpartij uit, waarbij Jan Agten voor het toebrengen van „slagen en verwondingen” aan zijn tegenstander, Karel Anton, door de Arrondissementsrechtbank te Eindhoven werd veroordeeld.
Na afloop van zijn straftijd verbond zich Jan Agten voor de tijd van zes jaren in actieve militaire dienst met een handgeld van ƒ 20.—.
Hij was vrijgeloot voor de militaire dienstplicht, maar kwam tot een schikking met Adriaan Jaspers, een
zoon van de kleermaker. Voor een fiks bedrag nam hij de dienstplicht van hem over […]
Op 6 augustus 1841 wordt hij, samen met de eenentwintig-jarige Antonie Duimelings, beschuldigd van ernstige mishandeling. Ze zouden de Helmondse protestant Karel Anton een fikse aframmeling hebben gegeven en hem vervolgens in de Ameide hebben gegooid. Aan beiden wordt een half jaar celstraf en een boete van 100 gulden opgelegd.

1843
Na zijn vrijlating neemt hij dienst.
Op 28 februari 1843 wordt hij, nadat hij ‘s nachts in zijn eetketel heeft gewaterd, bestraft met een verblijf van acht dagen in de politiekamer.
Op 4 september volgt een straf van vier dagen politiekamer voor het verwaarlozen van zijn schoeisel en op 5 oktober nog eens vier dagen voor het veronachtzamen van zijn zakboekje.
1844
In 1844 veroordeeld kolonel Mariol hem tot acht dagen provoost (licht arrest) met om de andere dag water en brood, omdat hij drie dagen vermist is geweest.
Op 24 mei wordt hem vier dagen cachot met water en brood opgelegd wegens dronkenschap, brutaliteit tegen de korporaalbakker en wegens zijn weigering om in arrest te gaan.
Op 1 juli steelt hij twee porties soep en vlees uit de kazernekeuken.
Kapitein Tegelberg legt hem veertien dagen kwartierarrest met strafpeloton op.
Diezelfde kapitein straft hem op 11 augustus met een strafexercitie omdat hij te laat was bij het inkopen. Nog diezelfde maand krijgt hij vier dagen cachot, wegens het volleren (ontwijken) van het avondappel en het te laat en dronken binnenkomen.
Een maand later wordt hij wegens dronkenschap geconsigneerd maar is toch uitgegaan. Vier dagen provoost met water en brood zijn het gevolg.
Op 26 september wordt hij bestraft met een strafexercitie, omdat hij met een buitenmodel halsdas op de wachtparade gekomen is.
Korte tijd later krijgt hij acht dagen cachot met om de andere dag water en brood, na drie dagen vermist te zijn geweest, tevens wordt hij disciplinair gedegradeerd.
In 1844 wordt hij veroordeeld tot vier dagen cachot met water en
brood, wegens ernstig misbruik van sterke drank en brutaliteit tegen zijn meerdere.
1845
Kapitein Tegelberg legt hem vier dagen politiekamer op, wegens niglicentie (verwaarlozing) van zijn schoenen.
Op 17 juni veroordeeld kolonel Madiol hem tot acht dagen cachot met om de andere dag water en brood, omdat hij ‘s nachts de kazerne heeft verlaten en pas om half zes is teruggekeerd.
1845 Desertie
Het beviel hem blijkbaar niet al te best, want op 17 Juni 1845 werd hij uit zijn kwartier te Bergen op Zoom vermist en een maand later als deserteur afgevoerd.
1845 – 1850 Vreemdelingenlegioen
Eerst vijf jaren later kwam hij weer boven water.
Waarschijnlijk heeft hij in die tussentijd in het vreemdelingenlegioen in Algiers gediend.
Terwijl in het het krantenartikel uit 1948 het nog waarschijnlijk werd genoemd dat Johannes Agten in het Franse Vreemdelingenlegioen dienst had gedaan, werd in 2016 geschreven dat hij bekende zijn garnizoen verlaten te hebben en vijf jaren in Afrika te hebben gediend.
[Vijf jaar later gaat hij ] terug naar het legeronderdeel vanwaar hij vertrokken is en meldt zich bij de hoofdwacht. Zijn onrechtmatig vertrek levert hem eenzame opsluiting op en hij wordt beschuldigd van desertie. Hij bekent zijn garnizoen verlaten te hebben en vijf jaren in Afrika te hebben gediend.
Feiten over deze periode in de database “Ridders Militaire Willems-Orde”
17-06-1845 uit kwartier te Bergen op Zoom vermist
15-07-1845 als deserteur afgevoerd
16-10-1850 weder in sterkte gebracht zijnde bij Vonnis van de Krijgsraad veroordeeld
1850 Krijgsraad
Bij vonnis van de Krijgsraad in het Limburgse werd hij in October 1850 veroordeeld:
„tot het gemis der Kokarde gedurende zes maanden en vier weken verzwaarde detentie ter zake van eerste desertie in tijd van vrede onder enigszins mitigerende (verzachtende) omstandigheden.”
Het soldatenleven, waarin hij nu reeds tien jaren had doorgebracht, begon hem mogelijk beter te bevallen en de zucht naar avontuur bracht hem er wellicht toe zich als militair voor Ned. Oost-Indië te laten werven.
1853
Op 26 Mei 1853 ging hij een nieuwe verbintenis aan
„voor den tijd van zes jaren, te rekenen in te gaan met de dag van inscheping naar de Overzeesche bezittingen” bij het Koloniaal Werfdepot.
Op 6 Juli van hetzelfde jaar vertrok hij van „Nieuwe Diep, aan boord van het schip „Straat Balie”, naar Borneo.
1854 – 1856 Borneo
In de jaren 1854, 1855 en 1856 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen op Borneo.
Bij de aanval en inneming van de sterkte Goengi-Man aan de Melawierivier in April en Mei 1857 wist onze fuselier zich zodanig te onderscheiden, dat hij bij Koninklijk Besluit van 7 September 1857 door Z. M. Koning Willem III werd benoemd tot Ridder der Militaire Willemsorde 4e klasse. De officiële oorkonde, waarbij aan „den fuselier der Oost-Indische Infanterie J. Agten” door de kanselier der beide Orden”, P. Lucas, van zijn hoge onderscheiding wordt kennis gegeven, ligt voor ons. Hij wordt daarin gefeliciteerd met „dit bijzonder blijk van ‘s Konings onderscheiding” en ontvangt bij deze de decoratie, een exemplaar van de wet van 30 April 1815 (waarbij deze ridderorde werd ingesteld) en „het reglement van administratie en discipline voor de Orde.” Ingevolge de wet van 25 Mei 1849 was aan het bezit van de M.W.O. een verhoogd soldij verbonden, dat de drager ervan levenslang onvervreemdbaar zou worden uitgekeerd.
Na deze hoge onderscheiding werden aan ridder Agten nog een drietal medailles uitgereikt o.a. op 30 Aug. 1858 een bronzen medaille voor 12 jaren trouwe dienst. Toen zijn zes jaren van eerste verband voorbij waren, hernieuwde onze dappere soldaat zijn verbintenis met 6 jaren op 26 Juli 1859 en ontving daarbij een handgeld van 60 gulden. Bij gouvernementsbesluit van 24 Juni 1863 werd hem een gagement van ƒ80.— toegekend, dat hem jaarlijks in Nederland zou worden uitbetaald. Dit betekende voor hem dus ontslag uit de Indische dienst en terugkeer naar het vaderland. Hij vertrok met het schip „Noach” en kwam 26 Nov. 1863 te Rotterdam aan. Enkele dagen daarna keerde hij naar zijn geboortestad terug.
Of en op welke wijze de ridder hier officieel ontvangen is, konden wij niet achterhalen. In het oudste bevolkingsregister vonden wij hem ingeschreven als herbergier in de Molenstraat. Hij was 20 Januari 1864 gehuwd met Antonetta van Lierop. Rijk is die kostwinning zeer zeker niet geweest, want enige jaren later stelde het gemeentebestuur hem aan als stadsreiniger. Dit baantje nam hij nog waar in 1891, zodat enkelen der thans levenden, zich nog goed kunnen herinneren, hoe de oude man achter zijn karretje aan sjokte.

“Gedane veldtogten, bekomen wonden en uitstekende daden”
[Regionaal Archief in Eindhoven ]
1891, 34 jaar later

[ Gerestaureerde oude foto ]
In de toentertijd verschijnende Helmondsche Courant „Het Nieuws van de Week” wordt in het nummer van 14 Aug. 1891 eraan herinnerd, dat het op 7 Sept. a.s. 34 jaren geleden was, dat stadgenoot J. Agten werd benoemd tot Ridder in de Mil. Willemsorde.
Daaraan werd toegevoegd: „Het ware te wenschen, dat de oudste ridder in den lande, eene hem meer winstgevende betrekking kon bekleden, dan toch zou de brave man met minder bezorgdheid zijne hem nog resterende levensdagen kunnen tegemoet zien, want ook binnen zijn uitwendig versierde borst, klopt een zuiver edel hart. Schenke God hem een lang leven, bevrijd van kommer en wee.” Deze opwekking had het gewenste gevolg, want in een der volgende nummers vinden wij melding gemaakt van de feestelijke herdenking en verder: „Door verschillende giften, zoowel in geld als anderszins, heeft men dezen dag voor dien oudstrijder als een onvergetelijke gemaakt, welke hij, gekleed in een keurig nieuw pak, terwijl de Militaire Willemsorde, zoowel als zijne overige eereteekenen zijne borst versierden, als een feestdag gevierd heeft, ‘s Middags circa 7 uur bracht de harmonie Phileutonia den jubilaris eene serenade.” Bij bijzondere gelegenheden, zoals bijv. bij verjaardagen van leden uit het Koninklijk Huis ging Agten, gesierd met zijn eretekenen, de straat op en het was hem dan aan te zien, hoe hij genoot als hem door dienstdoende marechaussee en andere militairen de hem toekomende militaire groet gebracht werd.
1896, Overlijden
Op ruim 75-jarige leeftijd, op Zondag 28 Juni 1896, overleed ridder Johannes Agten en op 30 Juni d.a.v. des morgens om half 10 had met militaire eer de plechtige begrafenis plaats.
Het „Nieuws van de Week” van 1 Juli geeft daarvan het volgende verslag: „
Te ruim 9 uur begaf zich het kader der schutterij onder commando van den 2en Luitnant H. Spoorenberg, naar het sterfhuis, waar ook de Harmonie „Phileutonia” aanwezig was, om den Indischen held onder de droeve tonen der muziek grafwaarts te geleiden. Op het lijkkleed waren de onderscheidingsteekenen en twee kransen gehecht, een van de in Helmond wonende onder-officieren en een van de familieleden. Achter de lijkkoets volgde de familie van de overledene, terwijl ook de Burgemeester, omhangen met het teeken zijner waardigheid, de hele. de laatste eer bewees. Na den lijkdienst trok de stoet onder het spelen eener marsch funèbre grafwaarts. Aan de Ameidebrug werd halt gehouden en gaf het vuurpeleton het eerste salvo. Op de R. K. Begraafplaats aangekomen, werd nog tweemaal salvovuur gegeven, waarmee de plechtigheid geëindigd was. Met hem is dus weder een van die kranige Indische figuren ten grave gedaald. Dat hij ruste in vrede!” Plaatsruimte weerhoudt ons nog iets te vertellen over zijn nagelaten familie, waarvan de welbekende oud-portier van „De Wit’s Dekenfabrieken”, die nog in leven is en bij zijn dochter inwoont, voor velen geen onbekende zijn zal.
JAC. HEERFTW.
MWO 4, KB 51, Registernummer 3398
Onderscheiding op 7 september 1857
Gedecoreerde J. Agten, geboren in 1821, overleden op 27 juni 1897 in Helmond
Onderscheiding Militaire Willems-Orde
Niveau MWO 4
Nummer Koninklijk Besluit 51
Registernummer 3398
Mutatie Borneo – Westerafdeling – gevechten te Soengeiman op 8 mei 1857
Rang, functie of beroep Fuselier
Onderdeel Wapen der Infanterie, Koninklijk Nederlands-Indisch Leger
Aan boord van / behorende tot Garnizoensbataljon West-Borneo
Declaratie terug naar de Kanselarij ja
Stamboeknummer 33472
Opregte Haarlemsche Courant 17 Augustus 1857
Krijgsverrigtingen op de Malahoei rivier in April en Mei 1857 aanval en inname der Sterkte Soengie Man [4]
In het begin der maand Mei is van uit Sintang (Wester-afdeeling van Borneo), eene expeditie, bestaande uit 75 man
infanterie en eenige artilleristen met een handmortier, onder bevel van den kommandant te Sintang, den kapitein P. M. Barberino, en vergezeld van den adsistent-resident von Gaffron, in kleine vaartuigen de Melawi-rivier opgestevend, om den aanhang van eenige vroeger uitgewekene en nog niet in onderwerping gekomen sintangsche prinsen, die zich daar verschanst hadden, te verdrijven.
Weinige dagen later volgde Zr. Ms. stoomschip Onrust dat, wegens den lagen waterstand, de Melawi niet vroeger had kunnen opstoomen.
Ondersteund door dit stoomschip werd den B,te» Mei eene aanzienlijke versterking van de insurgenten te Soengi Man stormenderhand ingenomen en daarna geslecht. De vijand leed daarbij zwaar verlies en verspreidde zich in de wildernis. Onzerzijds werden gedood twee inlandsche fuseliers en een inlandschmatroos, en gewond drie europesche en een inlandsche fuselier benevens een europesche matroos en een inlandsche roeijer.
Uit het rapport van den bevelhebber in de Wester-afdeeling vanBorneo is gebleken, dat het belangrijk aandeel, ‘t welk het stoomschip Onrust aan deze onderneming heeft gehad, voornamelijk moet worden toegeschreven aan het welberaden bedrijf van deszelfs bevelhebber , den eersten scheepsluitenant A. A. Gaijmans.
Met het stoomschip “De Onrust “vertrekt Johannes Agten met zijn regiment naar de Westkust van Borneo om station te houden. Daar aangekomen maakt het schip een tocht met de resident van de Wester afdeling naar Sinkowang vanwaar het vertrekt naar Sintang, met het doel de voortvluchtige Pangerans gevangen te nemen of te verjagen.
Bij deze actie wordt de commandant, luitenant ter zee eerste klasse Gaijmans, onderscheiden met de Militaire Willemsorde der vierde klassse.
Bij de aanval en inneming weet Jan Agten zich als fuselier zodanig te onderscheiden dat ook hij bij koninklijk besluit wordt benoemd in de Militaire Willemsorde der vierde klasse.
Nederlandsche staatscourant 11-09-1857
Bij besluit van den 7den September 1857, n°. 51, heeft Zijne Majesteit,, tot belooning dergenen die zich byde krygsverrigtingen in de Wester-afdeeling van Borneo in 1857 hebben onderscheiden, goedgevonden te benoemen tot ridders van de 4de klasse van de Militaire Willems-orde:
den luitenant-ter-zee der 1ste klasse A. A. A. Gaijmans, kommandant van Zijner Majesteits stoomschip Onrust;
den 2den luitenant F. A. Schiebelhout en de fuseliers J. Agten en C. van der Veer;
de drie laatstgenoemden van het wapen der infanterie in Oost-Indie.
Legioen eenheden: 1845 - 1850
| Van | Tot | Regiment | Bataljon | Compagnie | Plaats | Land |
|---|
Legioen onderscheidingen
| Onderscheidingen | Datum Uitreiking |
|---|---|
| Militaire Willems-Orde 4e Klasse | 07-09-1857 |
| Onderscheidingsteken Belangrijke Krijgsbedrijven Gesp Borneo 1850-1854 | 25-03-1870 |
| Bronzen Medaille 12-jarige Trouwe Dienst zonder gratificatie No 19861 | 30-08-1858 |
Overige Krijgsdienst
| Overige krijgsdienst |
|---|
| KNIL |
| Dienstplicht |
Info
Verder onderzoek gaande, heeft U meer informatie laat het mij weten via: info@nllegioen.eu
Bronnen
| [1] | RHCe, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven 12422 Collectie J. Agten, 1857- 1867 |
| [2] | Stamboek registratie Johannes Agten |
| [3] | Johannes Agten, een Helmondse drager van de Militaire Willemsorde Auteur: Pierre van de Meulenhof 1982 en 2016. |
| [4] | Database met Ridders Militaire Willems-orde |