Braam, Adrianus


Personalia

Achternaam Voornamen Geboorte datum Naam vader Naam moeder
Braam Adrianus 29-10-1930, Sassenheim Braam, Adrianus Van der Stoep, Maartje

Legioen periode: 1960 - 1972

No Matricule Engage Libere Libere Plaats
130933 29-01-1960 Intendance Militaire Parijs / Frankrijk 28-11-1972 / Décédé suites de maladie Parijs / Frankrijk

Biografie


Jeugd

Adrianus Braam werd geboren op 29 november 1930 in Sassenheim als zoon van Adrianus Braam en Maartje van der Stoep [4].
Zijn ouders waren op 12 oktober 1923 in Sassenheim getrouwd.
Zijn moeder overleed op 26 mei 1942 in Sassenheim. Adrianus was toen 11 jaar oud.

Korea, Nederlands Detachement Verenigde Naties

Adrianus Braam was een van de ruim 4.700 Nederlandse militairen die in de periode 1950 – 1954 in Korea diende.
Op 30 januari 1953 kwam hij in Korea.
De onderscheidingen op zijn uniform, zichtbaar op onderstaande foto,
wijzen erop dat deze is gemaakt na zijn terugkeer uit Korea.


Periode 1954 – 1960

Op basis van de gegevens op zijn persoonskaart van de Gemeente Amsterdam, weten we dat Adrianus Braam, na zijn terugkeer uit Korea, afkomstig uit Sassenheim, op 22 juli 1954 geregistreerd werd als inwoner van Bergen op Zoom, Koepelstraat 18.
Daar zou hij op 30 augustus 1954 ook in het huwelijk treden met Johanna Petronella Klok.
Op 18 oktober 1954 verhuisde hij naar Amsterdam adres Carillonstraat 14II, op 10 januari 1955 verhuisde hij naar de Jan Lievensstraat 26I.
Eind 1955, op 8 november, keerde hij weer terug naar Sassenheim. Zuiderstraat 33.
Na ongeveer een half jaar daar gewoond te hebben keerde hij terug naar Amsterdam Prins Hendrikkade 23II. Hier verbleef hij bijna twee jaar en verhuisde toen naar de Oudezijds Achterburgwal 89 hs.
Op 27 mei 1959 werd zijn nieuwe adres Reinwardtstraat 31 hs b/vd Polder.
Zijn laatste registratie op zijn Persoonskaart in Amsterdam was

13 april 1960 THIERSVILLE FrNaf.

De afkorting FrNaF, staat vrijwel zeker voor Frans Noord-Afrika.
Thiersville is een plaatsje in Algerije in de buurt van Mascara.

Treinstation van Thiersville, Algerije

Thiersville is niet direct een plaatst die geassocieerd wordt met het Franse Vreemdelingenlegioen (a), maar toetreden tot dit legion was wel de reden waarom dit het nieuwe adres van Adrianus Braam was geworden.



(a) Niet eerder ben ik deze plaats tegengekomen als b.v. opleidingscentrum van het Legioen. Het nabij gelegen Mascara was wel van oudsher een opleidingscentrum voor nieuwe rekruten van het Legioen.
Wellicht was er in Thiersville tijdelijk een dependance.
De enige referentie die ik heb kunnen vinden is dat na 1945 delen van het 2e REI daar tijdelijk verzameld werden voor hun transport naar Indo China.

Vreemdelingenlegioen

1960

Op 29 januari 1960, nam Adrianus Braam, 29 jaar oud, in Parijs vrijwillig dienst voor 5 jaar in het Franse Vreemdelingenlegioen. Zijn Numero Matricule werd 130933.
Hij werd ingescheept in Marseille op 13 februari 1960 op de S.S. Sidi Bel Abbes en kwam een dag later aan in Oran Algerije.
Zijn basis opleiding vond plaats bij de 7éme Compagnie du Centre d’Instruction No 2 de la Légion Etrangère in Algerije en duurde van 14 februari 1960 tot 2 augustus 1960.

1961 – 1962 Algerije

Na zijn basis opleiding en vrijwel zeker nog een specialisatie opleiding, C.I.S./2 [~] werd Adrianus Braam op 4 mei 1961 ingedeeld bij het 2ème Régiment Etranger d’Infanterie dat o.a. gestationeerd en actief was in het Territoire Saharien.
Zijn eerste stationering was in Aïn Sefra.
Nog bijna een jaar zou dit een oorlogsgebied zijn, aangezien de Algerijnse oorlog nog volop woede.

Adrianus Braam als legionair bij het Franse Vreemdelingenlegioen in het Zuiden van Algerije, mogelijk Colomb Bechar onder palmbomen bij dozen Kronenbourg bier, ergens tussen 1961 en 1965`

Gewond en onderscheiden


Volgens overlevering in de familie zou Adrianus Braam in Algerije gewond geraakt aan zijn been.
Dit gebeurde toen, terwijl hij met enkele kameraden onder vuur lag, hij een kist munitie naar een kameraad, die weliswaar in dekking lag, wist te brengen.
Al vurende heeft hij de kameraad in veiligheid weten te krijgen.
Hiervoor zou hij onderscheiden zijn.

Algerije onafhankelijk

Op 18 maart 1962 werden in het Franse kuuroord Evian de akkoorden getekend die een einde zouden maken aan de Algerijnse oorlog een lange en bloedige strijd tegen het Franse koloniale bestuur.
Een dag later werd het staakt-het-vuren van kracht.
Een van de bepalingen voorzag in het houden van een volksreferendum waarin de Algerijnse bevolking zich zou kunnen uitspreken over onafhankelijkheid.
Op 5 juli 1962 werd Algerije onafhankelijk na een lange en bloedige strijd tegen het Franse koloniale bestuur. Twee dagen eerder had de toenmalige Franse president Charles de Gaulle de uitslag van het volksreferendum van 1 juli officieel erkend.

Deze toekomst van het Vreemdelingenlegioen was na het einde van de Algerijnse oorlog een tijd lang onzeker, er werd zelfs gespeculeerd over een mogelijke opheffing.

De nieuwe Limburger schreef er op 8 juni 1962 als volgt over:

Verzameling avonturiers en outcasts
Waar blijft Frankrijk met vreemdelingenlegioen?
(Neerlandiapers-correspondentie)

Wat gaat Frankrijk, nu het praktische koloniale grootmacht af is, met zijn vreemdelingenlegioen doen?
Een vraag, die in Frankrijk en in het buitenland elkeen interesseert, nu de naderende realisatie van de overeenkomsten van Evian een regeling van al zulke, met Algerije nauw verbonden problemen verlangt.
[…]

Geen sprake van opheffing

[…]
In de vaandels van de regimenten van het Legioen staan groet wapengeiten geschreven – maar sinds de tweede wereldoorlog heeft het Vreemdelingenlegioen gedeeld in de nederlagen. Het vocht overal waar zijn officieren het heenvoerden. Maar geen legionair die het in zijn hoofd haalde anders te denken dan zijn officieren, noch minder te onderzoeken wat of wel de politieke drijfveren mochten zijn achter de bevelen welke hij ontving. Hij vocht. En dat is ook de verklaring waarom talrijke eenheden van het Vreemdelingenlegioen tijdens de militaire opstand in Algerije van april 1961 aan de zijde van de opstand stonden: omdat de teleurgestelde officieren die zijde gekozen hadden, teleurgesteld en ontsteld gelijk zij waren voor de houding der politici. En hier ligt ook de zin van het beroep, dat officieren van het Vreemdelingenlegioen als zij met hun ondergeschikten terzake van de opstand voor de krijgsraden stonden, op de rechters deden,
n.l. niet de legionairs te straffen omdat zij geen enkele verantwoordelijkheid droegen voor de keuze van de zijde, aan welke zij vochten in volkomen blinde gehoorzaamheid aan hun meerderen.

Na de militaire opstand in Algerije van april 1961 werd de rekrutering voor ’t Vreemdelingenlegioen onmiddellijk stopgezet. Men trok daaruit de conclusie dat de Franse overheid, uit schrik voor deze autonomen militaire eenheid, streefde naar haar zo snel mogelijke liquidatie.
Weliswaar hadden niet alle onderdelen van het Legioen aan de opstand deelgenomen, maar men beschouwde het toch als een eenheid die zijn eigen weg zou kunnen gaan een te zelfstandige macht wier officieren tegen de Franse overheid gericht zijn.

Men zag aldus reeds een einde komen aan een leger, dat gedurende meer dan een eeuw een belangrijke rol gespeeld had bij de verdediging van het Franse grondgebied buiten het Europese moederland. Van de schrik bekomen, nadat de militaire opstand in Algerije mislukt was, nam men bepaalde concentratiemaatregelen en op de commando posten kwamen andere figuren.

Maar zo werd al spoedig verklaard: een opheffing van het Vreemdelingenlegioen lag niet inde bedoeling.
Het enige probleem was alleen maar de toekomstige stationering.
Op dit ogenblik omvat het Vreemdelingenlegioen zes regimenten infanterie, twee tankregimenten en een de wet van 1831 mag het uitsluitend uit niet-Fransen bestaande legioen niet in het moederland worden gelegerd of ingezet. Het bevond zich steeds grotendeels in Algerije, maar nu Algerije uit het Franse staats-Legioen op de duur uit Algerije vertrekken.
Voorlopig zal in Sidi-bel-Abbes het hoofdkwartier gevestigd blijven in het kader van de nog blijvende legering van Franse troepen in Algerije wanneer dit land zelfstandig zal zijn geworden.
Men overweegt verder overbrenging van onderdelen van het legioen naar Djibouti, Madagascar en Frans Guyana. Een jongste gerucht laat intussen verstaan, dat na de volledige onafhankelijkheid van Algerije het hoofdkwartier van ’t Vreemdelingenlegioen van Sidi-bel-Abbes naar het eiland Corsica zal worden verlegd.

Deze onzekere toekomst en het voor vele legionairs ondanks hun vaak beperkte politieke interesse gevoel een nederlaag te hebben geleden of sterker nog door de politiek verraden te zijn, zorgde ervoor dat veel legionairs hun contracten niet verlengden.

Adrianus Braam bij een militaire vrachtwagen.
Waar en wanneer deze foto genomen is, is niet bekend,

1962 – 1965 Algerije

Dit gold echter nog niet voor Adrianius Braam, hij had nog drie jaar te gaan.
Nog voor zijn contract van 5 jaar echter uiteindelijk was afgelopen tekende hij op 16 oktober 1964 voor de duur van 1 jaar bij. Zijn nieuwe ontslagdatum werd 29 januari 1966.
Eerder op 8 februari 1964 was hij Adrianius Braam met zijn eenheid gestationeerd in het meer in het Zuiden van Algerije gelegen Colomb Bechar, later volgde nog een overplaatsing naar le Poste de Djenien Bou Rezg .
Mogelijk diende hij daar bij het personeel van de Section de Discipline du Sahara, wat ingedeeld was bij het 2 REI.

1965 – 1970 Frankrijk

Op 29 april 1965 verliet hij per vliegtuig Colomb Bechar met als bestemming Aubagne in Frankrijk.
Daar werd hij ingedeeld bij de Compagnie Administrative des Personnels de Légion Etrangère ( CAPLE) van het 1RE.
Hij stond geregistreerd om het Legioen te verlaten ( Liberable ) maar hij besloot op 15 november 1965 weer voor een jaar bij te tekenen en bleef in dienst van het CAPLE van het 1RE.
Op 10 december 1965 werd hij toegevoegd aan de Poste Information de la Légion Etrangère in Lyon.
Op 19 juli 1966 tekende hij andermaal bij, dit keer voor 3 jaar.
Op 4 mei 1969 tekende hij nogmaals bij dit keer voor een periode van 2 jaar.

1970 – 1972 Madagascar en Frankrijk

Op 6 juli 1970 werd Adrianus Braam ingedeeld bij het 3e REI dat gestationeerd was in Madagascar. Hij vloog erheen vanaf het militaire vliegveld van Istrez.

Een kleine twee jaar later werd hij om medische redenen eerst op 14 mei 1972 opgenomen in het Militaire hospitaal van Diego-Suarez.
Iets minder dan een maand later, 11 juni 1972 werd hij vanaf het vliegveld van Tananarive naar Parijs gevlogen en opgenomen in het militair hospitaal Val de Grace bij Parijs.
Hier zou hij op 28 november 1972 overlijden.

Militair hospitaal Val de Grace bij Parijs

Op 18 december 1972 werd er een rapport over hem opgemaakt in Aubagne door het D.R.H.L.E waarschijnlijk als bijlage van zijn akte van overlijden.







Legioen eenheden: 1960 - 1972

Van Tot Regiment Bataljon Compagnie Plaats Land
1961 1965 2 REI
1970 1972 3 REI
1965 1970 1 RE CAPLE



Legioen onderscheidingen

Onderscheidingen Datum Uitreiking
Kruis voor Recht en Vrijheid (i)
Korean War Service Medal (i)
United Nations Service Medal for Korea (i)


Overige Krijgsdienst

Overige krijgsdienst
Nederlands Detachement Verenigde Naties


Info

Verder onderzoek gaande, heeft U meer informatie laat het mij weten via: info@nllegioen.eu

Datum:

Bronnen

[1] Stadsarchief Rotterdam, BS Huwelijk Archief van de Gemeente Berkel en Rodenrijs en de Tempel, Berkel en Rodenrijs, archief 1307, inventaris­num­mer 864, 12-10-1923, Nadere toegang op het huwelijksregister van de gemeente Berkel en Rodenrijs, aktenummer 1923.21
[2] Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Overlijden Archief van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Sassenheim, 1811 - 1950, Deel:..., Sassenheim, archief 0661, inventaris­num­mer 38, 26 mei 1942, Overlijdensakten 1941-1950, aktenummer 41
[3] Fiche Signalétique et des Services 04-11-1966 Numero d'Immatriculation 60-137-00281
[4] Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 111 Gemeente: Amsterdam Periode: 1939-1960