Personalia
| Achternaam | Voornamen | Geboorte datum | Naam vader | Naam moeder |
|---|---|---|---|---|
| Overvoorde | Jan Dirk | 08-03-1920, Vrijenban | Overvoorde, Abraham Cornelis | Van der Sprek, Cornelia |
Legioen periode: 1942 - 1943
| No Matricule | Engage | Libere | Libere Plaats | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 99676 | 05-01-1942 | / | 13-09-1943 / Contract voortijdig beëindigd | [-] / [-] |
Biografie

in het uniform van de Koninklijke Marine
Juli 1944 Engeland
Een flinke tuindersjongen
Ondanks alle tegenslagen had Jan Overvoorde zijn gevoel voor humor, nog, niet verloren zoals blijkt uit het volgende fragment uit een brief die hij begin 1943 aan een vriend(a) schreef waarvan hij vermoedde dat deze al in Engeland was gearriveerd.
Al, omdat Engeland ook het doel van Jan Overvoorde was als hij op 11 december 1941 uit Nederland vertrok.
Hij schreef de brief vanuit Tunesië waar hij zich op dat moment als Legionair van het Franse Vreemdelingenlegioen bevond. Jan Overvoorde had het duidelijk helemaal gehad met het gebrek aan steun dat hij kreeg van de Nederlandse Consul in Algiers.
De brief aan zijn vriend liet hij door een gewonde Britse soldaat naar Engeland smokkelen samen met een brief aan de Nederlandse regering met het verzoek hem en andere Hollanders uit het Legioen te halen.
(a) Aangenomen wordt dat het hier om de Nederlander Bob Roll gaat.
Daarna werd Jonker naar Eaton Square gebracht om door Oreste Pinto verhoord te worden. Daar trof hij ook Bob Roll aan, die ondertussen in het Vreemdelingenlegioen had gezeten. Nu bleek dat hij daardoor zijn Nederlanderschap verloren was.
“Als beste vriend en medestrijder voor ons kleine landje met de grootte waaghalzen, zoals jij er ook één bent, groet ik je hartelijk en hoop, dat deze brief je bereikt en dat je in de allerbeste gezondheid verkeert, je verlepte maag door lentilles en macaroni vertroostend met goed klaargemaakte piepers en snert.
Na dezen heerlijken aanhef meld ik je, dat ik eenigzins over het groote verlies heen ben na ongeveer een maand, en hoop dat jij temidden van vele Vaderlanders het “Wilhelmus” oneer aandoet want je kan niet zingen.
Omdat ik toch aan ’t hopen ben en er nog meer “hopen” zullen volgen, hoop ik dat je reeds je mond opengedaan hebt, zo niet laat het dan een aanmoediging zijn om iemand te vinden, die zich het lot aantrekt van de Hollanders, die hier in den staat verkeren, dien je welbekend is, en iemand die de macht heeft daar iets aan te doen, voorbijstrevende den Consul in Algiers die naar ik vermoed nog Nazi-gedachten heeft.”
De brieven hadden effect, op 6 November 1943, bijna twee jaar na zijn vertrek arriveerde Jan Overvoorde uiteindelijk in Engeland. Hij werd daar na een verhoor door de Politie Buitendienst gekarakteriseerd als “een flinke tuindersjongen”.
Een reconstructie.
Jeugd
Jan Dirk Overvoorde werd op 8 maart 1920 in Delft geboren als zoon van Abraham Cornelis Overvoorde en Cornelia van der Spek.
Zijn ouders waren op 15 februari 1911 in Vrijenban getrouwd.
Toen hij 14 jaar was ging hij van school omdat, zoals hij later te kennen gaf, er geen zin meer in had. Hij werkte eerst 1½ jaar in de tuinderij van zijn vader en daarna als bakkersknecht, zowel in Delft als in Den Haag.
Tot aan zijn vertrek uit Nederland werkte hij bij Bakker J. den Hengst in Delft.
Naar Engeland
Het besluit van Jan Overvoorde om naar Engeland te gaan was gebaseerd op zijn groeiende haat tegen de Duitse bezetting van Nederland. De winkels werden steeds leger, schreef hij later.
Er circuleerde geruchten dat jonge patriotten opgepikt werden door Britse vliegtuigen.
Dit gebeurde inderdaad maar alleen als men voldoende kwalificaties had.
Samen met twee vrienden, Dirk den Hertog en Wim Huisman, allebei uit Delft, besloten zij het heft in eigen handen te nemen een starten met de voorbereidingen van hun ontsnapping.
In het kort zou het reis een naar Spanje zijn, waar en dat wisten zij uit betrouwbare bron, de Nederlandse Consul een overtocht naar Engeland kon regelen.
Ze besloten te vertrekken op 11 December 1941. Drie weken voor hun vertrek begonnen ze de noodzakelijke spullen te regelen, een kompas, een verrekijker, een kaart, geld en voedsel.
Ze hadden ongeveer 17 gulden bij zich, drie fietsen en 4 roggebroodjes.
Ze lieten een brief achter met de beschrijving van hun plannen in een boek dat de vader van een van hen op dat moment aan het lezen was. In het boek ook een verzoek de andere ouders te informeren.

Hierbij delen wij U in ‘t kort mede dat wij vanavond niet thuis komen.
Oorzaak en reden doen minder ter zake.
Maak U niet nodeloos ongerust en later we hopen op een spoedig weerzien, Dit opdat U niet algeheel in ‘t onzekere verkeert
Wim Huisman, Dirk den Hertog en Jan Dirk Overvoorde
Ze verlieten Delft om 13:00 per trein met hun fietsen, enkele reis Breda.
Van Breda gingen ze met de fiets naar de grens via een smalle weg. Ze kwamen veel mensen tegen richting Nederland met het doel boter, graan of aardappelen te kopen, genoeg gelegenheid voor het wisselen van Guldens naar Belgische Franken.
België
Zonder moeite passeerden zij de grens met België en ’s nachts fietsten ze door naar Antwerpen, waar ze buiten in een motregen bij een boer overnachten. Vanwege het bombardement op Antwerpen sliepen ze bijna niet.
De volgende dag fietsten ze verder via Brussel, naar een klein dorp in de buurt van Halle waar ze onderdak vonden bij een boerderij met de naam “De zeven Fonteinen”. Jan Overvoorde verkocht daar zijn fietslamp aan de zoon van de boer. De volgende morgen, na een goed ontbijt en voorzien van nieuw proviand ging het richting Franse Grens.
Frankrijk
Nadat ze hun identiteitskaarten hadden laten zien en onder het mom dat ze gingen werken in Noord Frankrijk, staken ze de grens over.
In een klein dorp niet ver van Soissons verkochten ze, na bemiddeling van een Nederlander genaamd Maas, hun fietsen voor 2400 Franc. Maas hielp hun ook met ondersteuning van het Franse Verzet over de eerste van de twee demarcatie lijnen te komen. Daarna ging het verder met de trein naar Parijs. In Parijs wisselden ze hun Belgische geld voor Frans geld en omdat alles zo gemakkelijk ging raakten ze wat overmoedig en bezochten en beklommen ze zelfs de Eiffeltoren.

ook een attractie voor Wehrmachtsoldaten
Verder per trein via Orleans naar Romorantin waarvan ze wisten dat die plaats dicht bij de tweede demarcatielijn lag. Deze werd daar gevormd door een rivier [Le Cher].
Villefranche-sur-Cher, het vlot
Ze kwamen aan in het dorp VilleFrance [Villefranche-sur-Cher].
Omdat het winter was waren ze bang voor de brede rivier en de snelle stroming. Met hun verrekijker konden ze een brug zien zowel links als rechts op een afstand van ca. 5 kilometer.
Ze namen, achteraf terecht, aan dat deze bruggen werden bewaakt. Ze besloten de rivier over te steken zonder nat te worden. De rivieroever was spaarzaam begroeid met bomen en ze besloten uit takken een vlot te bouwen. Met wat stukjes touw en hun schoenveters bonden ze de takken aan elkaar. Het gammele vlot werd te water gelaten en Jan Overvoorde werd genomineerd, zonder bijzondere reden, als eerste over te steken. Grotendeels droog gebleven bereikte hij het andere oever. Tijdens deze hele actie waren ze echter minder alert gebleven en toen Jan Overvoorde opkeek zag hij zeer dichtbij een Duitse patrouille. Dit was de laatste keer dat Jan Overvoorde zijn vrienden zag ze werden gearresteerd door de Duitsers.
Jan Overvoorde werd bevolen terug te keren, geschrokken had hij echter het vlot weg laten drijven. Hij kon daarom niet voldoen aan het verzoek en beloofde dat hij richting brug zou lopen om zich daar over te geven. De vrienden hebben elkaar beloofd onder alle omstandigheden bij elkaar te blijven en Jan Overvoorde was ook vastberaden dit te doen. Hij liep met hun mee maar de loop van de rivier dwong hem steeds verder naar links en op een gegeven moment verloor hij ze uit het oog. Jan Overvoorde kreeg het idee dat hij zich op een eiland in de rivier bevond en dat bleek ook zo te zijn.

Na 10 minuten keerde hij terug op dezelfde plek, maar geen Duitsers meer en ook zijn vrienden zag hij nergens meer. Hij wilde zich echter aan de afspraak houden en zag dat de afstand tussen het eiland en de andere oever smaller was dan het stuk dat hij al heeft overgestoken. Hij ging op zoek naar overhangende takken en hoopte op die manier driekwart over te kunnen steken, met wat hij later beschreef als een Tarzanzwaai. Hij vond een tak maar die brak af op het moment dat hij eraan hing. Met moeite bereikte hij zwemmend het andere oever. Drijfnat, koud en onverschillig ging hij verder richting brug. Dan werd zijn weg geblokkeerd door een Franse gendarme. Waar hij heen wil vroeg deze. In zijn beste Frans antwoordde Jan Overvoorde: “naar de brug naar mijn vrienden”.
De Gendarme antwoordde: ”Non, pas bon, les boches”, “je bent nat kom met mij mee”.
Na een telefoongesprek bracht de Gendarme hem naar het huis van de baker, waar zijn kleding voor de over gedroogd werd.
Die nacht sliep Jan Overvoorde in de cel van het lokale politiebureau.
De volgende dag, 18 December 1941, werd hij naar Châteauroux gebracht [ca. 60 km verder Zuidelijk]. Na een verhoor en nog een nacht in een cel, werd hij aan het werk gezet in de kazerne, waar hij huishoudelijke taken moest verrichten.
Kerstmis 1941 vierde hij met koffie en Cognac en voor het eerst sinds eeuwen weer met een volle maag.
Een week na aankomst in Châteauroux dus ergens rondom Kerstmis, werd Jan Overvoorde gevraagd Duitsers of Afrika, hij koos voor het laatste “niet goed begrijpend wat zij bedoelden, daar ik niet veel Frans sprak” verklaarde hij later.
Vreemdelingenlegioen
05-01-1942
Jan Overvoorde werd naar de Kazerne van het Legioen in Marseille[b] gebracht en tekende daar als Overvoorde, Jean, op 5 Januari 1942 een contract voor 5 jaar.
Hij kreeg een uniform en basis training.
[b] Waarschijnlijk Camp de Ste Marthe a Marseille en de basis opleiding van ca. 1 maand in Lunel
Camp Militaire de Sainte Marthe

02-1942
Februari 1942, ging Jan Overvoorde over de Middellandse Zee van Marseille naar Oran in Algerije en van daaruit naar Sidi Bel Abbes.
03-1942 – 05-1942
Begin Maart 1942 begon de zware militaire basistraining die 3 maanden duurde.
06-1942 – 08-1942
Daarna kreeg hij nog een extra opleiding van twee maanden aan het 81 mm mortier en het zware machinegeweer in Ain-el-Hadjar.

Vervolgens kreeg Jan Overvoorde de opdracht twee soldaten naar de strafcompany in Colomb Bechar te begeleiden. Daarna ging hij terug naar Sidi-Bel-Abbes.
08-11-1942
Op 8 November 1942 landde Amerikaanse Troepen als onderdeel van de Operation Torch in buurt Oran.
Jan Overvoorde schreef:
“Ik was in de vreemde situatie mogelijk tegen de Amerikanen te moeten vechten die in de buurt van Oran geland waren […] deze situatie duurde 5 dagen echter zonder dat er echte gevechten plaats vonden.
We gingen terug naar Sidi Bel Abbes om ons voor te bereiden voor acties tegen de Duitsers en Italianen in Tunesië”.
19-11-1942
Formeel begonnen deze voorbereidingen op 19 november 1942 in Sidi Bel Abbes onder leiding van Colonel Vias chef de corps van het 1er R.E.I.
Voor de campagne in Tunesië formeert het 1er R.E.I. een speciale eenheid, het 1er Regiment Etranger d’Infanterie de Marche. Jan Overvoorde werd bij deze eenheid ingedeeld[c]
[c] Op basis van de adressering van zijn brieven alhoewel hij hier het “de Marche” wegliet.
30-11-1942
Op 30 November vertrok het 1er REIM richting front.
Djebel Mansour
05-02-1943
In de frontsector waarin het 1er REIM geplaatst is bevond zich de strategisch belangrijke berg Djebel Mansour. Om het bezit van deze berg werd dan ook hard gestreden.
De Britten zette 3 februari 1943 ’s nachts voor de verovering deze berg het Parachute Regiment in. Het 1er REIM kreeg de opdracht de flank te dekken door positie te nemen op heuvel 646.
De aanval liep uit op een mislukking zowel de Britse als de Franse Troepen leden zware verliezen. Als op 5 februari vrijwilligers gevraagd werden gewonden te gaan zoeken, meldde Jan Overvoorde zich vrijwillig. Ondanks het vijandelijke vuur wist hij een gewonde Engelse officier in veiligheid te brengen. Voor deze actie werd Jan Overvoorde later in Sidi Bel Abbes onderscheiden.
Sidi Abd el Kerim
04-05-1943
Op 4 mei 1943 kwam hij samen mijn zijn eenheid in aktie bij Sidi Abd el Kerim waar Jan Overvoorde eveneens door dapper gedrag opviel. Een andere Nederlandse Engelandvaarder Albert Willemse viel eveneens op bij die strijd door dapper gedrag.
“Slappe antwoord van de Consul”
Tijdens de veldtocht in Tunesië was Jan Overvoorde nog steeds bezig zijn oorspronkelijke doel te bereiken, Engeland, daarvoor moest hij wel eerst uit het Vreemdelingenlegioen zien te komen.
Hij schreef hiervoor een brief met een verzoek om hulp aan de Consul in Algiers.
In een brief van 30 Maart 1943 kreeg hij antwoord van de secretaris van de Consul.
Algier, le 30 Mars 1943
CONSULAAT DER
NEDERLANDEN
IN
ALGERIE
No. P./320
Monsieur,
Comme suit a votre lettre du 23 mars courant, vous auriea du, avant tout, nous faire connaitre votre situation militaire.
Monsieur le Consul General me charge de vous faire savoir que si vous avez termine votre engagement a la Legion et si vous etes degage de toute obligation Militaire envers les Autorites Militaires Francaises, l’on pourra s’occuper de vous pour prendre du Service dans l’armee hollandaise.
Veuillez aggreer, Monsieur, nos saluatations distinguees.
P. le Consul General
Le Secretaire, (sign) Leger.
Monsieur J.D. OVERVOORDE
MATRICULE 99.676
1er Regt. Etranger Inf.
Secteur Postal 54.007
Jan Overvoorde was hevig verontwaardigt over wat hij noemde “het slappe antwoord” van de Consul Randhuysen dat bovendien nog in het Frans gesteld was.
Of hij maar gewoon zijn tijd bij het Legioen uit wilde dienen.
Op advies van een Engelse officier schreef hij toen een brief aan de Nederlandse Regering in London.
Deze brief liet hij voor alle zekerheid maar naar het Verenigd Koninkrijk smokkelen door een gewonde Britse soldaat.
Tunesië 24 april 1943
s.s.t.t.
M.H.
Aangezien wij Hollanders, geen hulp kunnen verwachten, verzoek ik U beleefd ons uit het Fransche Vreemdelingenlegioen te halen.
De Belgen die geëngageerd hebben na 1940 zijn reeds vertrokken. Voor ons geen hoop.
Hierbij ingesloten het Fransche antwoord van het Hollandsche consulaat op mijn verzoek in ’t Hollandsch. Ook een brief aan mijn vriend die reeds gedeserteerd is en in Engeland of in ieder geval in een Hollandsch leger is. Misschien vindt U den naam in de registers.
Hopende dat U ons spoedig zult helpen wacht ik op inlichtingen.
U beleefd dankend teken ik met de meeste hoogachting,
J. D. OVERVOORDE
Secteur Postal 54007
1e R.E.I. Tunisie.
Op 13 mei 1943 gaven de laatste Duitse en Italiaanse Troepen in Noord-Afrika zich over.
De veldtocht in Tunesië was afgelopen en Jan Overvoorde ging met zijn eenheid terug naar Sidi Bel Abbes. Van daaruit ging het verder naar Marokko. Tijdens de reis liep Jan Overvoorde geelzucht op en werd op 7 juli 1943 naar een hospitaal in Fez gestuurd.
Toen hij weer beter was deed hij weer een poging hulp te krijgen uit het Legioen te komen. Hij zei last gekregen te hebben van zijn ogen en vroeg naar Casablanca gestuurd te worden in de hoop, dat de Nederlandse Consul Cabos iets voor hem kon doen, dit bleek niet het geval te zijn.
Hij werd weer teruggestuurd naar Fez en diende daar een aanvraag in bij zijn kolonel om bij het Nederlandse Leger ingedeeld te worden en als bewijs dat hij Hollander was , stuurt hij zijn rijbewijs mee.
Ondertussen bleken zijn brieven effect te hebben gehad. Hij moest op rapport komen in Sidi Bel Abbes en daar werd zijn contract op 13 September 1943 voortijdig beëindigd.
Nederlandse leger en bij de Marine
Op 14 september 1943 tekende Jan Overvoorde voor het Nederlandse Leger te Algiers bij den Consul-Generaal Randshuysen.
Samen met Albert Willemse arriveert hij op 6 november 1943 in Engeland.
Van daaruit ging het naar Wolverhampton, waar hij voorlopig ingedeeld werd in Brigade “Prinses Irene”. Na 3 weken ging het richting Londen waar Jan Overvoorde zich melden moest bij het hoofdkwartier van de Royal Marines dicht bij Marble Arch. Hij werd ingedeeld bij de Sectie Motor Torpedo Boats in Dover.
Van Januari 1944 tot D-Day [6 Juni 1944] diende hij bij deze eenheid op de MTB-229(d).
Deze boot werd geraakt net boven de waterlijn waarna Jan Overvoorde onmiddellijk overgeplaatst werd naar het Mine Sweeper Corps in Harwich. Hij diende op de ML 164 in Harwich en later in IJmuiden tot zijn demobilisatie in Maart 1946.
[d] De MTB 229, die gebouwd werd op de werf van McGruer te Clynder, werd door Nederland aangekocht toen besloten werd dat de 9th MTB Flotilla een geheel Nederlandse formatie zou worden. De torpedomotorboot werd op 13 juli 1943 te Weymouth in dienst gesteld als Hr. Ms. MTB 229 en kreeg de naam Gier.
Op 1 oktober 1943 werd LTZ 3 KMR B. Vreede commandant van de MTB 229 en op 15 november 1944 werd hij afgelost door LTZ 2 H. van Mastrigt. Vanaf eind 1944 fungeerde Hr. Ms. MTB 229 als patrouille- en communicatievaartuig in het bevrijde Zeeland.
De boot werd op 22 juni 1946 te Vlissingen buiten dienst gesteld en negen dagen later van de sterkte afgevoerd, maar pas in augustus 1948 verkocht [2].
Faleristiek

Franse Onderscheidingen
8 Juni 1943 werd Jan Overvoorde vernoemt in de dagorder van General Boisseau, commandant van de Division de March d’Oran, voor de grote moed die hij getoond had op 5 Februari 1943 tijdens de slag om Djebel Mansour, waar hij onder zwaar vijandelijk artillerie vuur, zich vrijwillig melde om gewonden te gaan zoeken tussen de linies. Ondanks het vijandelijke vuur bracht hij een gewonde Engelse Officier terug naar eigen linie.
Ook toonde hij op 25 april 1943 tijdens de Slag bij Sidi Abd el Kerim op 4 mei 1943 in de Regio Depiennnes, zeer moedig gedrag onder vijandelijk vuur.

Jan Overvoorde werd hiervoor onderscheiden met het Croix de guerre avec etoile d’argent.
Voor zijn verblijf aan het front kwam hij ook in aanmerking voor het Croix de Combattant.
Nederlandse Onderscheidingen
In Londen, op 10 februari 1944, kreeg Jan Overvoorde, persoonlijk uit handen van Koningin Wilhelmina het Kruis van Verdienste uitgereikt [3].
Het Nederlands Oorlogsherinneringskruis met gespen kreeg hij in Maart 1946 in IJmuiden.
De bronzen Engelandvaarders medaille werd hem in April 1946 in Den Haag uitgereikt.
Legioen eenheden: 1942 - 1943
| Van | Tot | Regiment | Bataljon | Compagnie | Plaats | Land |
|---|
Legioen onderscheidingen
| Onderscheidingen | Datum Uitreiking |
|---|
Overige Krijgsdienst
| Overige krijgsdienst |
|---|
| Engelandvaarder |
Info
Verder onderzoek gaande, heeft U meer informatie laat het mij weten via: info@nllegioen.eu
Bronnen
| [1] | Archief Delft, BS Huwelijk Archief van de gemeente Vrijenban, Vrijenban, archief 0158, inventarisnummer 01638, Register van huwelijksakten, 1911, aktenummer 2 |
| [2] | Go2war2 |
| [3] | Digitaal Monument |
| [4] | Oorlogsbronnen |
| [5] | Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Koninklijk Besluit Databank dapperheidsonderscheidingen, Den Haag |