
Met gekleurde Afbeeldingen.
Te Utrecht, bij N. van der Monde.
1836
In 1836 verscheen in Nederland het, 191 bladzijden tellende en van gekleurde afbeeldingen voorziene boek “Algiers volgens de nieuwste berigten”, uitgegeven te Utrecht door N. van der Monde.
Het boek werd in 1837 in “Vaderlandsche letteroefeningen” besproken. Dit was een, zoals men het destijds zelf beschreef een:
“tijdschrift van kunsten en wetenschappen, waarin de boeken en schriften, die dagelijks in ons vaderland en elders uitkomen, oordeelkundig tevens en vrijmoedig verhandeld worden, benevens mengelwerk, tot fraaije letteren, kunsten en wetenschappen, betrekkelijk boekbeschouwing. .
(Amsterdam, bij G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema.).
Men schreef hierover:
[…] Het minder uitgebreide werkje over Algiers, naar de nieuwste berigten, hebben wij desgelijks met genoegen gelezen. Moeijelijk is het, over de waarheid aller opgaven, in de bijzonderheden, te oordeelen. Daartoe zou men, in de laatste tijden, zelf te Algiers een’ geruimen tijd hebben moeten vertoeven; maar de mededeelingen bezitten eene maat van innerlijke waarschijnlijkheid, die in het algemeen weinig reden tot twijfeling overlaat.
Wij verheugen ons dus ook over de vertaling van dit oorspronkelijk Duitsche werkje, waarin, zoo zulks niet het werk des Overzetters is, ook aan de Nederlanders zoo veel regt wordt gedaan; maar wij wenschten, dat uitdrukkingen als eene espèce de paix, voor eene soort van vrede, en vooral het telkens voorkomende Corsaren en Corsaren-oorlog, voor zeeroovers of vrijbuiters en zeeroovers- of vrijbuiters-oorlog, (waar van de Algerijnsche kruisers gesproken wordt) door den anders niet onbekwamen Vertaler worden vermeden.
Het blijkt dus een vertaling van een Duits boek te zijn.
Interessant in de context van deze website is dat er ook geschreven werd over het Franse Vreemdelingenlegioen, “legioen vreemdelingen” genoemd.

Twee keer een aanzienlijke Moor en één keer een aanzienlijke Moorsche vrouw in hare woning.
[ Helaas niet de afbeelding van legionairs, waar ik op gehoopt had, maar toch zonde om deze fraaie afbeeldingen niet te laten zien ]
Legioen vreemdelingen
Op 2 bladzijden 147 en 148 staat in Hoofdstuk 5 wat gaat over de “De Armee” kort iets over het Vreemdelingenlegioen geschreven.
VIJFDE HOOFDSTUK. DE ARMEE.
De Armee, welke over de noordkust van Afrika verdeeld is, bedraagt 30.000 man , onder bevel van den steeds in Algiers residerenden Gouverneur-Generaal. Hoewel tot de dienst in Afrika ook Fransche linietroepen gebezigd worden, heeft toch de toenmalige Minister van oorlog, de Hertog van Dalmatië, in het jaar 1831 goed gevonden , corpsen opterigten, welke bij uitsluiting voor de dienst in Afrika bestemd zijn.
Tot dit corps behooren :
1. De straf bataillons (Bataillons de discipline),
2. Het legioen vreemdelingen ,
3. De rijdende jagers van Afrika,
4. De Arabische jagers te paard,
5. De Zouaven.
[…] Het legioen vreemdelingen bestaat uit vier Duitsche bataillons , een Italiaansch en een Poolsch. Vroeger bestond er een zevende Spaansch bataillon , hetwelk het Fransche Gouvernement, na den val van het ministerie Zea , uit de dienst ontslagen , en aan hun vaderland terug gegeven heeft. De officieren van dit legioen vreemdelingen moesten , volgens hunne oorspronkelijke bestemming , buitenlanders zijn , doch het ministerie van oorlog heeft reeds sedert eenigen tijd goedgevonden, om de officiersplaatsen van het legioen met Franschen te bezetten, en slechts bij wijze van uitzondering vreemden toe te laten. Sedert de in het jaar 1834 voorgenomen reductie der armee , volgens welke elk regiment eene vermindering van een bataillon ondergaan heeft, zullen alle vacante plaatsen in het legioen met Fransche, door de reductie overcompleet geworden, officieren bezet worden.
De houding van het legioen is buitengewoon goed, als bestaande hetzelve bijna alleen uit gediend hebbende militairen , en het steekt op eene in het oogvallende wijze af bij de geenszins militaire houding der overige in Afrika gestationeerde regimenten.
De staf van het regiment met de bataillons bevindt zich te Algiers , of liever in de naaste omstreken der stad, en twee derzelven in de barakachtige kasernen van Mustafa, welke op een kwartier afstands van de poort Bab a-Zun onlangs gebouwd zijn.
Aan de spits van het legioen staan de overste Bernel, en de overste-luitenant Conrad , twee uitmuntende officieren, die zoo veel te meer de hun toegekende onderscheiding verdienen , als het inderdaad geene gemakkelijke taak is , een uit zoo vreemdsoortige bestanddelen bestaand geheel te leiden.
Het legioen vreemdelingen heeft dezelfde uniform als de Fransche linietroepen, slechts met dit onderscheid , dat zij , in plaats van roode opslagen, slechts een rood boordsel dragen , en in plaats van een nummer op de knoopen eene star hebben.
