Noord-Afrika. Het gevecht aan de Mouloya.
Reeds eenige dagen geleden hebben wij vermeld, dat het Oosterleger, — onder bevel van generaal Toutée opgerukt tot op korten afstand van den rechteroever van de Moulouya-rivier (uit. Parijs is het strenge verbod gekomen om op den linkeroever te ageeren), waar de beide plaatsen Touarirt en Debdou zijn bezet, terwijl voorwaarts van de lijn Touarirt-Debdou het versterkte kamp van Merada is ingericht, — herhaaldelijk aanvallen had te verduren van de inlanders.
Aan handen en voeten gebonden door bovenbedoeld bevel, staat generaal Tontée vrijwel machteloos tegenover den vijand, die na een aanval onmiddellijk weer de rivier overtrekt en dan niet vervolgd mag worden.
Volgens een officiële mededeling van het ministerie van oorlog heeft Dinsdag een gevecht plaats gehad, waarbij een kapitein en enige manschappen zijn gesneuveld en een luitenant en verschillende soldaten gewond werden.
Uit nadere bijzonderheden blijkt, dat de inlanders inderdaad bedacht zijn op het bieden van ernstigen weerstand, welke een eventuele opmars van generaal Toutee naar Fez waarschijnlijk vele moeilijkheden in den weg zal leggen.
Generaal Girardot is Maandag met 3000 man uit het kamp van Merada aangekomen te Debdou, na een marsch ter pacificatie van het omliggende gebied.
Dinsdag terug willende keeren, zond hij in de vroegte drie verkenningscolonnes in verschillende richtingen uit, van welke er twee spoedig terugkeerden, zonder voeling met den vijand gekregen te hebben.
Het derde detachement echter, bestaande uit een compagnie van het Vreemdelingenlegioen en twee secties bergartillerie, het geheel onder bevel van een kapitein, was om tien uur in den morgen nog niet terug, op welk uur echter een ordonnans kwam melden, dat de afdeeling in een scherp gevecht gewikkeld was met den vijand.
Onmiddellijk trokken drie compagnieën met het nodige geschut er op uit en ontmoetten, na een mars van twee uur, de artillerie van de verkenningscolonne, welke echter niets had kunnen uitrichten, wegens den sterken mist. Des avond pas werd da infanterie teruggevonden, en bleek het, dat deze gevoelige verliezen had geleden.
Maandagnacht hebben talrijke inlanders een aanval gedaan, zowel op het kamp van Merada als op Touarirt; zij slaagden er in 180 ossen en 300 schapen, bestemd voorde voeding der troepen, mee te voeren. Vervolgende cavalerie slaagde er weliswaar in, de schapen terug te krijgen, doch het andere slachtvee bleef in handen van den vijand, die de dieren reeds door de rivier had gedreven.
Het een en ander is voor géneraal Toutee aanleiding geweest, de regering machtiging te verzoeken zijn actie ook uit te strekken op den linkeroever van de Moulouya en aldaar politietoezicht te oefenen.
Algemeen Handelsblad 19-05-1911