1932 Twee deserteurs uit het Fransche Vreemdelingenlegioen. De Duitser Walter ALTMEYER en Estlander Alfred TRAMM

TWEE DESERTEURS UIT HET FRANSCHE VREEMDELINGENLEGIOEN.

Engelsch tankschip pikt Duitsche en Estlandsche deserteur op.

[ Provinciale Noordbrabantsche en ‘s Hertogenbossche courant 28-09-1932 ]

AMSTERDAM, 27 Sept. Nadat verleden week de Rotterdamsche haven door enige Engelse journalisten in rep en roer was gebracht vanwege twee Engelse jongelui, die uit het Franse Vreemdelingenlegioen waren ontsnapt en met een Engels schip te Rotterdam arriveerden, zijn heden ook in de Amsterdamse haven twee deserteurs uit het legioen aangekomen, wederom aan boord van een Engelsch schip.
Te twaalf uur arriveerde hedenmiddag in de sluizen van IJmuiden het Engelse tankschip „British Commodore”, komende van de Zwarte Zee en opstomende naar de Amsterdamse petroleumhaven, aan boord waarvan zich twee deserteurs uit het Franse Vreemdelingenlegioen bevonden, die verleden week in de Middellandse Zee waren opgepikt, nadat zij zeven dagen lang in een open boot hadden rondgedreven.

[ Het Engelse tankschip „British Commodore” ]

Het waren de 19-jarige Duitscher Walter Altmeyer uit Heidelberg en de 34-jarige Estlander Alfred Tramm, afkomstig uit Dorpat.

Altmeyer had tot voor kort in Heidelberg gewoond bij zijn ouders, die daar een bakkerij hebben. Doordat zijn moeder een ongeval kreeg moest hij als bakker in de zaak helpen. Waarschijnlijk verveelde hem dit, want waarom hij op 20 October 1931 te Straatsburg tekende voor het Franse Vreemdelingenlegioen, begrijpt hij nu zelf niet meer.
„Wenn es ein Esel zu Wohl ist, geht er auf’s Eis tanzen”, zeide hij ons, en als hij toen geweten had wat het Vreemdelingenlegioen eigenlijk is had hij nooit het dwaze besluit genomen.
Te Toul was hij van uniform voorzien en over Marseille werd hij naar Tunis getransporteerd, waar hij werd ingedeeld in het garnizoen te Sousse, in het eerste regiment cavalerie van het Vreemdelingenlegioen. Hier maakte hij kennis met den 15 jaar ouderen Estlander Tramm, die reeds een veel meer bewogen leven achter den rug had.

Tramm heeft namelijk meegevochten tegen de Sovjet-regeering in de Witte legers van generaal Petljoera in de Oekraïne. Toen de buitenlandse en de Witte interventie-pogingen echter voorgoed waren mislukt, viel hij in handen van het Rode Leger en in 1925 werd hij door de GPoe naar de Solowjetski-eilanden in de Witte Zee, verbannen. Na een verblijf van enige jaren aldaar wist Tramm echter met enige kameraden te ontvluchten. Twee schildwachten werden overrompeld en met het geweer van een hunner gewapend zwierven zij tien dagen door de bossen en toendra’s van Noord-Karelië, om uitgeput in Finland aan te komen, waar Tramm een jaar bleef wonen, aanvankelijk te Kottka, later in Helsingfors.
Na een jaar begaf Tramm zich naar Frankrijk, waar hij enige tijd in Parijs verbleef en later in Toul terecht kwam, waar in Maart 1931 ronselaars hem overhaalden om bij het Vreemdelingenlegioen dienst te nemen. Ook Tramm kwam in garnizoen te Sousse als soldaat tweede klasse in het eerste cavalerie-regiment.
Zowel Tramm als Altmeyer deden uitvoerige verhalen van de slechte behandeling die de soldaten in het Franse Vreemdelingenlegioen ondergaan. Voedsel en ligging zijn slecht, de dienst zwaar, de behandeling minderwaardig. Tramm verklaarde, dat hij verscheidene malen heeft gezien hoe andere legionairs door meerderen werden mishandeld. Hij zei dat de behandeling van de bannelingen op de Solowjetski-eilanden door de Sovjet-soldaten nog beter was dan die van de legionairs in het Vreemdelingenlegioen. Er werden dan ook herhaaldelijk pogingen gedaan om te deserteren en in sommige perioden probeerden het dan ook drie tot vijf per dag ondanks de zware straffen, die de teruggebrachte deserteurs kregen. En zo goed als allen, die te voet ontsnapten, werden weer teruggebracht. Slechts zij, die kans zagen met een boot uit de haven te vluchten, maakten een kans, omhun vrijheid te herwinnen. Dat ook dit echter niet altijd lukt, heeft Tramm zelf drie maanden geleden ondervonden. Met een landgenoot had hij kans gezien een boot in de haven van Sousse los te maken. Vier dagen lang dobberden hij met slecht weer op zee rond. De vierdn dag werden zij door den storm weer op het Tunesische strand geworpen, waar zij door de gendarmerie werden opgepikt en gearresteerd.
Tramm werd veroordeeld tot 35 dagen zwaar arrest. Hij had echter zijn pogingen niet voor goed opgegeven. Ruim veertien dagen geleden, Maandagavond 12 September, liep Tramm in de stad. De legionairs mogen zich na de dienst vrij door Sousse bewegen, doch moeten om 9 uur binnen zijn.
Kort vóór 9 uur ontmoette hij de jonge Duitscher Altmeyer, die in het bezit van een verlofpas was en derhalve pas om 11 uur ‘s avonds binnen moest zijn. Tramm deelde Altmeyer mede dat in de haven een geschikte boot lag om te ontvluchten, doch deze moest losgesneden worden. Geen van beiden was in het bezit van een mes en aangezien Tramm niet naar de kazerne kon gaan omdat het bijna negen uur was, ging Altmeyer naar de kazerne waar hij kans zag een keukenmes mee te nemen, en zich weer bij Tramm te voegen. In de duisternis werd de boot, een roeibootje zonder mast of riemen, ruim drie meter lang, losgemaakt. Van planken werden een paar riemen geïmproviseerd en zo zagen zij kans de haven uit te komen, nog steeds gekleed in hun legioen-uniform en zonder drank of levensmiddelen aan boord. Ruim zeven dagen hebben zij zo rondgedreven. Een poging om bij het Italiaanse eiland San Pantaleo aan land te komen mislukte, doordat het bootje er voorbij dreef.

Zo werden zij verleden week Dinsdag, 20 September, s’morgens te over half acht, door de bemanning van de „British Commodore” opgemerkt. Het weer was tamelijk goed en de beide deserteurs konden dan ook gemakkelijk aan boord worden gebracht. Beiden waren verzwakt en uitgeput, vooral de jongste, doch allebei waren ze bij volle bewustzijn en gezien de omstandigheden mocht hun toestand zelfs vrij goed worden genoemd. Aan boord van het Engelse schip werden zij zeer gastvrij opgenomen en de goede scheepsvoeding deed hen in een week tijds weer geheel opknappen.

In de Petroleumhaven zijn de Duitser en de Estlander vanmiddag te vier uur door de Vreemdelingendienst der politie van boord gehaald, aangezien zij noch in het bezit van een paspoort, noch van enig middel van bestaan zijn. Zij zullen waarschijnlijk echter geen moeilijkheden ondervinden. Reeds is de bemiddeling van de consuls te Amsterdam Ingeroepen en Altmeyer zal zoo spoedig mogelijk naar zijn ouders te Heidelberg terugkeren. Tramm heeft geen verwanten in Estland en voelt er dan ook weinig voor om naar Estland terug te keren. Hij wil trachten ergens anders werk te vinden om zich dan daar voorlopig te vestigen.

In Duitsland was men er na jaren van anti-reclame, om te voorkomen dat Duitse jongeren er dienst in namen, er achter gekomen dat dat niet werkte. Er gewoon geen aandacht aan besteden bleek meer effect te hebben.
Behalve dit kleine berichtje uit een kleine krant kon ik in de Duitse kranten ook niets meer vinden over deze gebeurtenis.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over