1934 “Flitsen uit het Vreemdelingenlegioen” Kerst


“Qui, mon Capitaine”

1910, Legionairs bij Kerstboom.
En zoals altijd een Legionair met een hondje, links

Met z’n dertigen Duitschers en Polen waren in het peloton geweest. Een enkele Spanjaard of Italiaan, maar die telden niet mee. En vast hadden ze besloten, dat het nu eens een echte Weihnachten zou worden. Al dagen tevoren waren ze er ‘s nachts op uitgetrokken, op gevaar af een kogel in hun body te krijgen.
Alles wat dienstig was hadden ze verzameld, dennetakjes, bloemen, en heel veel groen. Kunstig hadden ze een kerstboompje in elkaar geprutst en de wachtmeester die ook vom Rhein kwam, had vier grote mooie kaarsen cadeau gedaan.
En vóór Heiligen Abend was alles klaar, en met voldoening keken ze naar hun mooie chambrée, waar in het midden prijkte hun Kerstboom, met de vier prachtige kaarsen van Maréchal des Logis von C.
Totdat het donkerder en donkerder werd en de kaarden aangestoken werden. Toen stonden ze op en zongen dat mooie oude lied, dat nooit schooner klinkt, dan wanneer het door Duitschers in den vreemde, ver van het Vaderland, gezongen wordt.
Maar achter de chambrée stond hun Capitaine. Franschman in hart en nieren voelde hij hoe zijn bloed begon te koken, bij dat gezang en die Kerststemming….
Want hem herinnert dit alles niet aan zijn heimat en al het geliefde wat daar was achtergebleven. Hij herinnert zich den Slag aan de Marne, den strijd in het Ysergebied, zijn vader die in den oorlog viel.
Met een woesten trap stoot hij de deur open en met een stortvloed van verwenschingen lucht hij zijn overkropt gemoed.
—- “C’est une chambrée ou c’est un bordel? Enléve moi ça tout desuite, Espéce d’un vilain” —-en de rest.
“Oui, mon Capitaine.”
Even staan ze no ontredderd te kijken. Dan geeft de brigadier Hienemann, die al zooveel meemaakte, het voorbeeld. Met een wilden haal smijt hij de kerstboom tegen de vlakte en opeens staan ze allemaal als gek op die groene overblijfsels, hun werk van zooveel dagen, te stampen en te trappen.
Mon Capitain, zijn woede even plotseling bekoeld als ze opgekomen is, kijkt onthutst, zóó had hij het ook niet bedoeld, en opeens voelt hij dat hij dit nooit meer zal kunnen goedmaken, noch met wijn noch met sigaretten.
En er is verdriet in zijn oogen, dat zijn mannen helaas niet zien, als hij strak naar dat vertrapte hoopje groen blijft staren, zwak verlicht nog door een van de kaarsen van wachtmeester von C., die ondanks alles nog is blijven doorbranden.

CAVALIER.

Bron:
“Diverse” uit de militaire nalatenschap van Johannes Coert, Maréchal van het Eerste regiment van het Vreemdelingenlegioen (Legion Etranger), bestaande uit cavalerie sabel, draagriem, munitietas, kompas, 2 swagger sticks, schutterij insignes, onderscheiding Kroonorde Leopold II, brevet Chef de Section Gendarmerie, brevet ‘d estafette de Cavalerie, medaille 50-jarig jubileum Koningin Wilhelmina, medaille Coloniale, diverse foto’s, trouwboekje en manuscripten over zijn ervaringen als legionair

Veilinghuis Van Spengen, Hilversum, 12 December 2024

Algemeen Handelsblad
Flitsen uit het Vreemdelingenlegioen
14-01-1934: “Vogelvrij”

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over