
Weer een bijzonder voorbeeld hoe de mythe dat er ronselaars actief waren voor het Franse Vreemdelingenlegioen, steeds weer onder de aandacht kwam, of het waar was of niet.
De Haagsche courant en Het Vaderland berichten op 11 december 1934 over een rechtszaak waarbij ter verdediging van een matroos die insubordinatie had gepleegd aangevoerd werd dat hij in de handen van ronselaars van het Vreemdelingenlegioen moest zijn gevallen die gif in zijn bier hadden gedaan.
Rechtszaken
STUURMAN BEDREIGD.
De matroos A. J. T. is met zijn schip te Marseille geweest, is gaan passagieren, dronken geworden en heeft, op het schip terug gekeerd, insubordinatie gepleegd door een stuurman met een mes tegemoet te treden en hem prikken op den schouder te geven, zeggende: „Wat zou je er van denke . . !”
De Rotterdamsche politierechter heeft verdachte tot 1 maand gevangenisstraf veroordeeld. Verd. kan zich niets herinneren. De president: Dat is maar gekheid. Dan moet je maar niet drinken. Je hebt den stuurman leelijk bedreigd. De procureur-generaal zeide, een rapport te hebben gekregen van „zedelijke verbetering”, die, „voorwaardelijk” vraagt, maar geen reden te zien tot verzachting van de straf. Verdachte heeft zich twee malen achtereen bedronken en een zeer ernstige bedreiging geuit. De verdediger, mr. Manssen, zeide, dat het gebeurde voor verdachte zelf een raadsel is. Hij drinkt een goed glas bier, zonder er last van te hebben, maar moet in handen zijn gevallen van ronselaars, die hem voor het vreemdelingenlegioen wilden doen teekenen. Men moet hem vergif te drinken hebben gegeven, dat, toen hij na de eerste dronkenschap weer een glas bier dronk, hem opnieuw dronken heeft gemaakt.
PI. vroeg vrijspraak, subs, voorwaardelijk.
Uitspraak 19 December.