
Inleiding
Het onderstaande krantenartikel over het Franse Vreemdelingenlegioen verscheen op 27 december 1935 in het Leeuwarder Nieuwsblad dat zich destijds aanprees als “goedkoop advertentieblad”.
Het artikel lijkt een soort sluikreclame voor de gecondenseerde melk van “Friesche vlag”.
Daarom twijfelde ik ook of er echt een uit Friesland afkomstige legionair was geweest die een brief aan de directie van de Coöp. Condensfabriek „Friesland” had geschreven.
Die twijfel werd enigszins weggenomen door een serie artikelen op basis van verhalen van een eveneens uit Friesland afkomstige legionair, waarschijnlijk dezelfde, die in 1938 in Leeuwarder Nieuwsblad verscheen.
Overeenkomstigheden waren o.a. dat hij afkomstig was uit een “dorpje, dat een uur gaans van Leeuwarden is gelegen” en gestationeerd was geweest in Taza en Ksar-es-Souk.
Uit het Fransche Vreemdelingen-legioen.
Het handelsmerk van de Friesche Zuivelindustrie heeft zich een plaats veroverd onder alle landen en volken. Toen dezer dagen een Palestina-vaarder (die Friesch vee naar de Joodsche kolonies aldaar had overgebracht) lange de Middellandsche zee voer, werd hij getroffen door het feit dat op de Grieksche boot gecondeneeerde melk gebruikt werd die als merkteken de Friesche vlag voerde, het handelsmerk van de Coöp. Condensfabriek Friesland.
Thans ontvingen we een nieuwe bevestiging van de waarheid, dat er bijna geen oord te vinden is, waar „de Friesche vlag” niet bekend is.
Er is een Fries in het Fransche Vreemdelingenlegioen, te Taza in Marokko in garnizoen, en hij kreeg daar in de verte een groet van het vaderland, een groet van de Friesche vlag. ‘t Bracht hem er toe om te gaan denken aan ‘t land zijner geboorte en aan zijn jonge jaren, en ‘t eind van zijn gepeinzen was dat hij de pen opnam om U enige letteren te schrijven.
“Die U was in dit geval de directie van de Coöp. Condensfabriek „Friesland”, die ons welwillend inzage gaf van de brief. „Ik had laatst kiespijn”, zoo schrijft de soldaat en kreeg toen, in plaats van de gewone portie vlees, melk toegewezen. Welk een verrassing, toen ik, bij het bekijken van het etiket van de bus melk bemerkte, dat dit product uit mijn vaderland afkomstig was, uit mijn provincie. Ik ben geboortig uit een dorpje, dat een uur gaans van Leeuwarden is gelegen. De zuivelfabriek daar stuurde meermalen melk naar de Coöp. Condensfabriek „Friesland” te Leeuwarden en dus kan het zijn, dat ik hier melk drink van vee uit mijn eigen dorp. Levendig zie ik voor mij het bedrijvige boerenleven, de groene weiden, ik ruik het geurige hooi en denk „Fryelan boppe”. Ik herinner mij die fabriek aan de Emmakade, bij het kanaal, met zijn rij boomen ter weerszijden. Door daar achter langs te fietsen heb ik eens een bonnetje opgelopen.” De schrijver vertelt in zijn brief dan nog een enkele bijzonderheid uit het leven van den legionair, waar het, volgens hem, heus wel uit te houden is.

Maar toch, een enkele maal zo tegen kerstmis en nieuwjaar, denkt men daar in de Sahara, in Maroc of Ksar-es-Souk met lichte weemoed terug aan zijn geboortedorp in Friesland. De herinnering erkent geen afstanden.
[ Leeuwarder nieuwsblad : goedkoop advertentieblad 27-12-1935]