Op 12 augustus 1938 berichtte de Vlissingse Courant over een aantal mannen die terecht stonden voor de Zeekrijgsraad in Den Helder.
Onder hen C., W.A. die volgens het bericht gediend had in het Franse Vreemdelingenlegioen.
Hij zou hier in of na 1929 dienst genomen hebben en keerde in 1938 weer naar Nederland terug.
Zeekrijgsraad Den Helder
Volgde A. W. C., gekleed in een grijze zomerbroek en een blauw jasje. Alzo een volmaakt burger, die echter een gepeperd militair leven achter den rug heeft, aangezien hij zojuist uit het Fransche vreemdelingenlegioen teruggekeerd is, meldt de Held. Crt.
En nu stond hij terecht voor daden, gepleegd in Juli en Augustus 1929.
C. had in die dagen dienst geweigerd door het niet opvolgen van een bevel van een superieur op de „Brinio”.

De maand daarna, toen hij op het wachtschip was, is hij er vandoor gegaan en verdween van vaderlandschen bodem.
Mr. Franken achtte een en ander bewezen en vorderde 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest en ontslag uit den dienst.
Mr. Prins uit Alkmaar verzocht de uiterste clementie.
Uitspraak : 2 maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest van den 9den Juli af en ontslag uit den dienst.
Iets uitvoerig was de berichtgeving over de zaak in de Nieuwe Haarlemsche courant van 21 augustus 1938.
De achternaam van de voormalige legionair werd hier geschreven met een K.
Justitia vergeet niets
A. W. K geboren te Duisburg in 1906, was vroeger zeemilicien geweest.
Het was in het jaar 1928. Hij had toen opzettelijk ongehoorzaamheid gepleegd en toen hem een veroordeling dreigde, was hij het land uitgevlucht.
Hij had de wijk naar Duitsland genomen en nam daarna dienst in het Marokkaansche Vreemdelingenlegioen.
Hieruit ontslagen zijnde werd hij gekweld door het verlangen om zijn ouders terug te zien. Zonder papieren kwam hij te Zundert aan. Zijn nationaliteit had hij door het dienstnemen bij een vreemde mogendheid verloren. De grenspolitie moest constateeren, dat hij nog iets te goed had en stelde hem onmiddellijk op transport naar Den Helder.
Uit de scheepsjournalen(a) bleek, dat hij in 1928 dienende als milicien-hofmeester zich aan boord van de „Brinio” aan opzettelijke ongehoorzaamheid had schuldig gemaakt en dat hij desertie gepleegd had in de maand Augustus d.o.v.
Mr. Franke eischte zes maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest en ontslag uit den militairen dienst. Beki., die door mr. Prins verdedigd wordt kan weinig tot zijn verdediging aanvoeren. Pleiter vraagt, gezien de veranderde mentaliteit van bekl. en gezien de tijdsruimte, schuldigverklaring zonder oplegging van straf.
Uitspraak 2 maanden met aftrek van het voorarrest en ontslag uit den militairen dienst.
https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.12.03
725 17-5-1929 – 25-9-1930 17-5-1929 – 25-9-1930