1938 Uit het Vreemdelingenlegioen. Ervaringen van ’n Limburgschen Jongen IV (Slot)

Na een treinreis, die 25 uur duurde, in garnizoen te Marrakech.
Galg op dak van moskee IV (Slot). Marrakech (Marokko)

Wij namen afscheid van elkander te El Agreb. Bij deze nederzetting begint langzamerhand de woestijn, eerst roodachtig en verderop geel zand. In de verte glinsteren reeds de eerste kale zandheuvels, waarop de wind het zand in vele plooien heeft neergelegd.
Als de trein de reis heeft voortgezet wordt op een eenzame post,
Msoum [ M’çoun ] geheten een afdeling inlandse politie-troepen afgezet.
Dit is de beroemde woestijnpolitie, deze heeft vooral tot taak smokkelhandel in verdovende middelen te beletten. Even later passeerden wij een karavaan kamelen, ezels en paarden, zwaar bepakt, allen aan elkander gekoppeld, begeleid door schreewende Arabieren gewapend met grote stokken, waarmede zij onwillige dieren hardhandig voortdrijven.

La France au Maroc Oriental
1219. M’ÇOUN – Marché aux Grains dans l’intérieur de la Casba

Bij Aïn Behira, een tweede post in dit verlaten gedeelte van Marokko, draaide de trein weer naar het Westen, en daarmede naar de beschaving terug.
Tegen acht uur in den avond kwamen wij te Taza, een klein stadje met een keurig station.

“Taza, een klein stadje met een keurig station”

Wij kwamen nu weer in het gebied der fellah’s en bergruggen.
Te Taza hadden wij oponthoud. Het licht in onze wagon wilde niet branden; hoe er aan gewerkt werd, alles mislukte en dus zijn wij zonder licht verder gereden. Het was echter gelukkig volle maan.

Over bergen en door dalen

Om elf uur bereikten wij de belangrijke stad Fez. Een zee van licht, prachtige palmen en mooie witte huizen. Legionnairs, die daar in garnizoen lagen, brachten ons koffie. Wij mochten echter den trein niet verlaten en weldra ging het weer verder. Na Fez kwam Meknez. Het ging nu weer omhoog over bergen. Door de ravijnen stroomen breede rivieren, zoodat wij telkens over een brug en door een tunnel gaan.
Bij Saka Raïm zagen wij hoog tegen de berghelling vijf verlichte masten. Daar zijn petroleumbronnen. Inmiddels zijn de meesten van ons ingeslapen; andere staan echter nog steeds voor de coupé-ramen en praten zachtjes, om de slapenden niet te storen. Om half zes, den volgenden morgen zien wij plotseling’ nadat de trein een laatste berghelling heeft beklommen den oceaan opdoemen. Wij snuiven de forsche zeelucht op. Spoedig is nu Rabat bereikt, een grote, doch niet erg mooie havenplaats. Nog steeds maar blijven zitten, niet uitstappen.
Er komt een soort Diesel-locomotief voor dn trein en met grote snelheid rijden wij nu door het kustgebergte waarbij wij telkens een stuk zee te zien krijgen, naar Casablanca. Deze havenstad lijkt veel wat de haven betreft op Marseille. De gebouwen zijn opgetrokken in modernen Moorschen stijl. Zo laten ook de Europeanen hier hun huizen bouwen. Men vindt er dezelfde brede oplopende straten, als men die in Marseille vindt. Casablanca is een mooie stad met vele monumenten en prachtige palmen en agaden. Wij hebben ook hier niet veel oponthoud. En weldra zitten wij weer in een anderen trein die ons naar het zuid-oosten brengt.

Kamelen trekken den ploeg

Uit den trein zie ik, dat men op het land aan het maaien is. De stoppelvelden worden omgeploegd, om, zo mogelijk nog een tweeden oogst te kunnen krijgen. Zelden ziet men Arabische mannen op den akker werken, meestal vrouwen en negers. Kamelen trekken gemoedelijk een ploeg en de vrouw loopt daar achter. Hoe meer wij echter naar het Oosten gaan, des te kaler wordt bet landschap. Lange rijen steile hellingen vol stenen en zandige valleien. Wij passeren een twaalftal „wadi’s dat zijn opgedroogde rivierbeddingen, die alleen in het regenseizoen water afvoeren. Later gaat de tocht door grote cactusvelden, waar cactussen staan van drie meter hoogte. Na vele bergruggen, afgewisseld door zandvlakten, zien wij eensklaps een groot palmenbos, dadels, enz.

Gezicht op Rabat, de groote Marokkaansehe havenstand
Illustratie bij krantenartikel

Het einddoel bereikt

Midden in dit prachtige bos ligt de mooie stad Marrakech, het doel van onze verre en langdurige reis. Wij hebben ongeveer vijfentwintig uur onafgebroken in den trein gezeten. Wat was ik blij, dat ik weer eens de benen kon uitstrekken en een stevig stuk wandelen. Na aankomst ging de wandeling van het station naar het kamp van de legionnairs, een kleine 5 K.M. verder gelegen.
Daar was echter in de kazerne geen plaats, alles lag vol. De tenten werden opgeslagen en daar lagen wij nu, een beetje buiten Marrakech, om een paar dagen van volledige rust te genieten. Daarna kwamen wij in de kazerne. Tot op heden heb ik nog niet veel van Marrakech gezien. Oppervlakkig bekeken is het een mooie gedeeltelijk moderne stad. Er zijn brede straten, waarin Europeanen wonen. Er is een Arabierenstad en een negerwijk. De moskee is opvallend groot. Boven op het platte dak van de moskee ziet men een galg. In vroegere tijden werd deze galg ook gebruikt. Thans dient zij als historische herinnering.

Hiermede neem ik afscheid van de lezers.
Ik moet te Marrakech eerst stelselmatig rondneuzen, alvorens ik U wellicht meer over deze stad ,en haar omgeving zal vertellen. Ik weet alléén reeds, dat het hier net zo warm is als elders in Marokko — of, zo mogelijk nog warmer. Ik stelde in de schaduw een temperatuur van 55 graden Celsius vast! Mijn lichaam schijnt daar echter goed tegen bestand te zijn.
Een verschooning per dag meer en de zaak is gezond.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over