In 1952 wees het ministerie van Buitenlandse Zaken er op dat het onverstandig was zonder geldig paspoort of zonder voldoende geldmiddelen naar Frankrijk te gaan. Deze “Ernstige waarschuwing tot voorzichtigheid” werd gepubliceerd in het dagblad “Het Binnenhof”.
De doelgroep van deze waarschuwing waren vooral minderjarige jongens die omdat ze geen legitimatie en of geld bij zich hadden beschuldigd zouden kunnen worden van landloperij, in zo handen van wervingsagenten voor het Franse vreemdelingenIegioen zouden kunnen vallen.
Een zeldzame officiële waarschuwing van de Nederlandse overheid tegen het nemen van dienst in het vreemdelingenlegioen.

Ernstige waarschuwing tot voorzichtigheid
Het ministerie van Buitenlandse Zaken wijst er op, dat het onverstandig is zich zonder geldig paspoort of zonder voldoende geldmiddelen — zoaIs dit door lifters en kampeerders nogal eens geschiedt — naar Frankrijk te begeven. Dit wordt door de Franse autoriteiten beschouwd als landloperij en is derhalve strafbaar gesteld. De indruk bestaat voorts, dat in Frankrijk wervingsagenten werkzaam zijn, die jongelui trachten te bewegen tot dienstneming in het vreemdelingenlegioen. Deze agenten hebben de flair om het leven in het Iegioen zeer romantisch af te schilderen. De praktijk brengt echter bittere teleurstellingen. In sommige gevallen wordt de indruk gewekt, dat men door dienstneming gevrijwaard wordt tegen de gevolgen van overtredingen tegen Franse wettelijke voorschriften. Zo schijnt het wel voor te komen, dat jongemannen, die om een of andere reden met de politie in aanraking zijn gekomen bezocht worden door wervingsagenten, die hen voor de keuze stellen of te tekenen voor het vreemdelingenlegioen of de kans te Iopen Iange tijd in een Franse gevangenis te worden opgesloten.
Daar volgens de Franse wet een jongeman op zijn 18e jaar militair meerderjarig is, kan hij op die leeftijd dienst nemen in het vreemdelingenlegioen zonder toestemming van zijn ouders.
Pogingen om verbintenissen van minderjarigen ongedaan te maken hebben slechts in enkele gevallen succes gehad.
Onder geen beding dient men papieren of formulieren te ondertekenen, waarvan men de inhoud niet begrijpt. Zelfs al zou men zonder het te weten een overeenkomst met het vreemdelingenlegioen aangaan, dan is deze in de regel onherroepelijk.
Uit het bovenstaande behoeft geenszins te worden afgeleid, dat aan het maken van kampeer- of trektochten door Frankrijk op zichzelf gevaren verbonden zijn.
Men houde zich echter stipt aan de geldende voorschriften en begeve zich niet op reis zonder de noodzakelijke documenten, zoals kampeer- of trekkerskaarten.
Mocht men onverhoopt toch in moeilijkheden geraken, dan wende men zich ten spoedigste tot de Nederlandse ambassade te Parijs of een der Nederlandse consulaten in Frankrijk.
Ouders of verzorgers in Nederland, die vermoeden, dat aan hen toevertrouwde minderjarigen in handen van wervingsagenten voor het Franse vreemdelingenIegioen zijn gevallen, dan wel uit eigen vrije wil hebben dienst genomen, dienen zulks onverwijld ter kennis te brengen van het ministerie van Buitenlandse Zaken te ’s-Gravenhage.