
Dit artikel uit Dagblad De Stem van 21 juli 1953 is een krachtig en emotioneel relaas van een minderjarige Nederlander die zich “liet ronselen” voor het Franse Vreemdelingenlegioen.
Na een samenvatting van het artikel is er gekeken naar de historische context en volgt er een beoordeling van realisme en propaganda en de gegevens die tot de identificatie van de jongeman zouden kunnen leiden.
Samenvatting van het artikel
- Hoofdpersoon: Een 17-jarige Nederlandse jongen, met persoonlijke problemen, vlucht naar Antwerpen en wordt daar geronseld door een man die het Vreemdelingenlegioen aanprijst als een avontuurlijke, goedbetaalde kans.
- Aanmelding: Hij wordt illegaal naar Rijsel gebracht, liegt over zijn leeftijd, en ondergaat een strenge keuring.
- Omstandigheden: De leefomstandigheden zijn erbarmelijk: slecht eten, weinig slaap, zware fysieke training, en constant schoonmaakwerk.
- Instructeurs: De dienst werd volgens hem geleid door voormalige Duitse SS’ers, die streng en hard optreden.
- Opleidingstraject: Via Vincennes en Marseille wordt hij voorbereid op uitzending naar Marokko en uiteindelijk naar Indo-China.
- Oorlog: De oorlog in Indo-China wordt beschreven als extreem gevaarlijk, met hoge sterfte en kans op .
- Vrijlating : Omdat hij minderjarig was, belangrijk hier ook volgens de Franse wet, wist hij met hulp van de Nederlandse consul in Marseille vrijgelaten te worden.
- Waarschuwing: Hij doet zijn verhaal als waarschuwing voor andere jongeren: “Het is er een hel.”
Historische context
Vreemdelingenlegioen in de jaren ’50: Het Franse Vreemdelingenlegioen was actief in de Frans Indochinese Oorlog (1946–1954), waarin Frankrijk vocht tegen de Viet Minh in Vietnam.
- Duitse SS’ers in het Legioen: Na WOII sloten veel voormalige Duitse soldaten, waaronder SS’ers, zich aan bij het Legioen. In de pers uit die periode werd echter het percentage Duitsers in het Legioen systematisch overdreven.
- Indochina: Het Legioen werd ingezet in koloniale oorlogen, waaronder de strijd in Indo China. De verliezen onder de legionairs was inderdaad zeer hoog.
- Ronselpraktijken: Er zijn meerdere getuigenissen van jongeren die onder valse voorwendselen werden geronseld, vooral in havensteden zoals Antwerpen. Vrijwel altijd betrof het hier verzinsels met name om te verdoezelen dat ze uit eigen wil dienst hadden genomen. Dat er mogelijk personen waren die jongeren op het bestaan van het Legioen attendeerde kan echter niet uitgesloten worden.
Realisme en propaganda
- Realistisch?
Ja, gedeeltelijk. De omstandigheden die worden beschreven – strenge discipline, zware training, en het gebruik van Duitser waaronder voormalige SS’ers als instructeurs – komen overeen met andere historische bronnen.
De route via Rijsel, Vincennes, Marseille en dan naar Noord-Afrika en Indo-China is historisch correct.
Dat hij in Antwerpen al een bindend contract tekende voor het Legioen om vervolgens clandestien over de Franse grens vervoerd te worden naar Rijsel is onzinnig. Wat wel mogelijk is, is dat aangezien hij geen geld en papieren had hij, net zoals eerder de Belgische grens, ook de Franse grens clandestien overgestoken heeft om vervolgens bij het aanmeldingsdepot in Rijsel dienst te nemen. - Anti-legioen propaganda?
Het artikel heeft een duidelijke waarschuwende toon. De nadruk op misleiding, ellende, en sterfte maakt het een krachtig afschrikmiddel. Het is niet objectief, maar eerder een persoonlijk getuigenis met journalistieke framing.
De oproep “Laat u nimmer ronselen!” en de beschrijving van het Legioen als “een hel” duiden op een propagandistische intentie, gericht op preventie.
Wie was de zegsman?
De naam van de jongeman werd niet genoemd.
Hij was 17 jaar oud,
Nederlander , en wist via de consul in Marseille vrijgelaten te worden.
Er zijn geen directe aanwijzingen over zijn identiteit.
Mogelijk was hij afkomstig uit de provincie Zeeland of Noord-Brabant gezien de keuze van de krant, “De Stem” uit Breda.
„Goed verdienen, goed eten, goed drinken….”
IN DE GREEP van het LEGIOEN
Duitse instructeurs spelen een grote rol
DAAR zat hij voor ons, een jonge, energieke gast, die vooruit wil in het leven. Maar hij had op een of andere manier ruzie gekregen thuis en was met een dolle kop weggelopen. Zonder geld of papieren trok hij de grens over en kwam in Antwerpen terecht. Daar, in een kleine havenkroeg, trok hij de aandacht van een vriendelijk man, die een praatje met hem maakte. „Zo zonder werk?” „Ja, zonder werk.” „Ik weet wel iets voor je. Goed verdienen, goed eten en drinken. Een prettig avontuurlijk leven. Het vreemdelingenlegioen”… ,
WAARSCHUWING !
WAT DOE JE, als je zo verlaten en zonder geld alleen in een vreemd land staat? De jongeman tekende. En toen werd hij clandestien over de Franse grens gevoerd naar Rijssel, een der vele aanmeldingsdepots van het Vreemdelingenlegioen. Daar vervloog al de droom van goed verdienen, goed eten en goed drinken. Eerst was er een voorlopige, maar toch reeds strenge keuring. De ronselaar had verteld, dat je met je leeftijd maar moest smokkelen, als je geen 18 was. Dat deed onze zegsman, die pas 17 was, dan ook maar. Toen werd hem een vuil hok aangewezen als verblijf- en slaapplaats. Daar trof hij Spanjaarden, Fransen, Belgen, Duitsers en Hollanders. Van alle soort mensen was erbij. Mensen, die niet over hun [liefdesverdriet heen konden komen, wie in zaken van alles was tegengelopen, die zich aan diefstallen hadden schuldig gemaakt en zich wilden verbergen (een had een kas met 1200.000 Belg. francs meegenomen), die thuis ruzie hadden gehad en te koppig waren om zich te verzoenen, ook echte avonturiers, die zich niet in een rustig leven konden schikken. Voor vijf jaar moest je tekenen. Als je werkelijk 18 jaar was, kon niemand je na die handtekening meer terughalen. Want de Franse wet beschouwt zo iemand als meerderjarig. Het merkwaardige was, dat de dienst werd uitgemaakt door Duitsers, voormalige S.S.-ers veelal, die hun vaardigheid van commanderen bot vierden.
Het eten was ontzettend slecht en vies. Het was dikwijls, ‘s nachts om één uur opstaan, om te gaan exerceren. Vrije tijd was er bijna niet bij. Als de eigenlijke dienst was afgelopen, dan werd het poetsen, boenen en schrobben. W.C.’s en alles diende te’ worden schoongemaakt.
NOG ERGER.
HET WAS AL ERG, maar het zou nog erger worden. Nadat men in Rijssel al zo’n beetje klaargestoomd was, ging het op transport naar Parijs, naar een geweldig grote kazerne (naar de beschrijving te beoordelen was het in Vincennes). Daar was het ook een zeer harde dienst. De volgende etappe was naar Marseille, waarheen het ging in een nachttrein zonder enig comfort.
In Marseille was ‘t helemaal verschrikkelijk. Bij de grote zeilhaven is daar een kazerne, waar de toekomstige legionairs werden ondergebracht in onderaardse gewelven op stromatrassen. Die matrassen hadden dit „voordeel”, dat men er stro uithaalde, om er sigaretten van te maken! Hier werd men door de veiligheidspolitie nog eens stevig aan de tand gevoeld. Spionnen en ook moordenaars werden er uitgeschift. Maar voortvluchtige dieven en oplichters nam men gerust aan. Het was een zeer gemengd gezelschap. Ook jongelui van goede huize, die om een of andere reden met hun ouders gebroken hadden, zag men eronder. Er waren weer veel Duitse instructeurs en er werd ook vaak in het Duits gecommandeerd.
In de vrije” tijd was het ook weer schrobben en boenen. Het minste vergrijp werd zwaar gestraft. Het eten was hier wellicht nog ellendiger dan elders. Het was de bedoeling, dat je, na de training in Marseille, naar Marokko werd gevoerd, om daar de opleiding tot soldaat te voltooien. Het einddoel: Indo-China.
De harde oorlog, die daar gevoerd wordt, eist geweldige offers. Nog niet de helft der legionairs, zegt men, keert na het einde van de contractperiode terug. En van de teruggekeerden zijn er dan nog verscheidenen gewond en verminkt.
VRIJ GELATEN.
ONZE ZEGSMAN, die in werkelijkheid nog geen, 18 jaar was, wist contact te krijgen met de Hollandse consul in Marseille. Die kon op grond van de bestaande verdragen zijn vrijlating verkrijgen.
De jongeman is op ons redactiebureau dit alles komen vertellen, om andere jonge mensen te waarschuwen.Laat U nimmer ronselen voor dit doel! zegt hij met nadruk.Gelooft niets van de mooie voorspiegelingen! Het is er een hel….
[ Dagblad de stem 21-07-1953 ]