
Illustratie ]
Geronseld
Een hardnekkige stereotypering rond het Franse Vreemdelingenlegioen was dat toetreding zelden vrijwillig gebeurde. Volgens de publieke opinie werden vooral jonge, argeloze mannen met list en bedrog geronseld of zelfs gedwongen om dienst te nemen. Dit voedde het idee dat iedere weldenkende man er alles aan zou doen om zo snel mogelijk te deserteren, of op zijn minst een poging daartoe te ondernemen.
Daaruit ontstond verder de overtuiging dat alleen zij die niets meer te verliezen hadden, zoals criminelen of landverraders, vrijwillig in het Legioen dienden en er ook bleven.
Voor velen was het Franse Vreemdelingenlegioen een symbool van sociale uitsluiting en moreel verval.
Wanneer legionairs na hun diensttijd terugkeerden naar hun vaderland, beweerden zij vaak dat zij tegen hun wil waren ingelijfd. Op die manier probeerden zij de schande van hun vrijwillige keuze te vermijden.
Dit droeg er echter toe bij dat het gerucht van oneerlijke wervingsmethoden telkens opnieuw werd bevestigd en versterkt, waardoor het beeld van het Legioen als een toevluchtsoord voor gedwongen soldaten en misfits lange tijd bleef bestaan.
Het idee dat iemand onvrijwillig dienst had genomen wordt nog lastiger te handhaven indien de betreffende legionair zich in het Legioen nog eens vrijwillig meldde.
Dit was het geval bij legionairs die wilde dienen bij de parachutisten eenheden van het Vreemdelingenlegioen.
Parachutist worden kon schijnbaar alleen op vrijwillige basis.
Maar hoe vrijwillig, is vrijwillig in een militaire organisatie zoals het Vreemdelingenlegioen?
Ik besloot dit eens te onderzoeken door drie getuigenissen van de Nederlanders Wim Vaal (1956), Wil van Hooff (1958) en Cornelis Koreman (1955) naast elkaar leggen en te kijken naar overeenkomsten en verschillen in hun verhalen over het toetreden tot de parachutisten van het Vreemdelingenlegioen.
Wim Vaal, Mle 111.373, Juli 1956
In het boek over Wim Vaal zijn tijd in Vreemdelingenlegioen staat er over zijn aanmelding voor de parachutisten het volgende geschreven:
Wel, hoe zit het? Geen vrijwilligers?’ De officier loopt rood aan, maar dat kan ook heel goed van de warmte komen. In juli laat de zon zich zelfs bij het ochtendappèl al voelen. Ik kijk strak voor me uit. Vrijwilliger zijn kost altijd meer energie dan je lief is. Voor je het weet sta je urenlang een of andere vrachtwagen uit te laden en na afloop is het vaak stank voor dank. Plus dat je ook nog het nodige risico loopt gestraft te worden omdat je iets verkeerd doet.
Opgelet! Als niemand naar voren stapt, zal ik niet zelf vrijwilligers aanwijzen. Daar is het dit keer te belangrijk voor.’ Hij houdt even stil en vervolgt: ‘Ik zoek er twintig die willen toetreden tot het 1e REP. Vanaf heden.’
De parachutisten? Ik kijk Arne aan. Omdat we op lengte moeten aantreden staat hij pal naast me. We kennen de verhalen dat bij het REP alles beter is: de kleding, het eten, de verzorging, de wapens. We hebben ook wel gehoord dat het vaker wordt ingezet dan andere regimenten en daardoor de meeste manschappen verliest.
Maar de voordelen lijken toch op een of andere manier doorslaggevend. Of ze nu zijn aangedikt of niet, het kan daar nooit slechter zijn dan hier. En dan meteen hier weg kunnen? De opleiding duurt nog twee maanden en ik heb er schoon genoeg van dat het niveau wordt afgestemd op de zwakkere broeders.
Arne?’ Doen!’ We roepen in koor: Présent.
Met ons stapt nog een flink stel waaghalzen naar voren. Nu moeten er zelfs vrijwilligers afvallen. De officier houdt voor mij de pas in en zegt: ‘Trois’. Arne is quatre’. Hij loopt de rij verder langs. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij er gewoon de twintig langste en stevigste uitplukt.
Als de rest de poort uit marcheert voor een dag van oefening, begint voor ons opnieuw een snelle, medische keuring. Ik maak me geen zorgen; ik ben nog nooit zo fit geweest.
Later krijg ik een individueel gesprek met een hoge officier van het REP. Hij kijkt af en toe op van het dossier dat dagelijks over me is bijgehouden om een vraag te stellen. Ik heb het gevoel dat hij me regelrecht probeert te ontmoedigen:
Dit regiment wordt vaak ingezet, heel vaak. Realiseer je je dat? We hebben het hier over het elitekorps van het hele Légion!’ Hij is recht voor zijn raap over de risico’s die ik zal lopen, maar zijn eerlijkheid en de rust en de tijd die hij neemt geven me alleen maar nog meer het vertrouwen dat ik een goede keus doe.
Kapitein, ik ben me bewust van het gevaar dat u noemt, maar ik zou het nog steeds een heel grote eer vinden om de kans te krijgen. Ik heb me als vrijwilliger gemeld en ik sta daar nog steeds achter.’
Als ik buiten sta, begint het eindeloos lijkende wachten.
Halverwege de middag echter komt het verlossende woord: ik hoor erbij.
Wil van Hooff, Mle 119.036, maart 1958
In zijn herinneringen aan zijn tijd in het Legioen schreef Wil van Hooff.
Ik had nu bijna zes maanden opleiding achter me en moest terug naar doorgangscompagnie te Bel Abbes, van waar je werd ingedeeld in één of ander regiment. Ik zag er de Belgen Freddy en Houben terug. Alle drie gaven we ons vrijwillig op voor de para᾿s.
Freddy en ik werden aangenomen en deden de opleiding in Blida.
[…]. Na de grondoefeningen en een zestal sprongen was ik 07-05-1958 als parachutist terug in de doorgangscompagnie.
Het brevetdiploma, no.145219, werd me later verstrekt, getekend te Parijs, 30-7-58.
[…].
Tot 16-05-1958 bleef ik in Bel Abbes en bracht de tijd door met wachtlopen, corvee en de laatste eer brengen bij begrafenissen op de locale begraafplaats. […]
Sidi Bel Abbes zat erop en ik was zover om naar de para᾿s te vertrekken.
Hier moesten nog wat formaliteiten worden ingevuld door de compagnie administrateur.
Er was hier een grote groep mannen die naar verschillende regimenten gingen.
Toen ik de man liet weten naar de para᾿s van het 1e REP te gaan, toverde hij een lichte grijns op zijn gezicht. Hij vroeg me of ik ook wilde sterven, waarop ik met een gemaakt lachje antwoordde.
In al mijn jonge naïviteit had ik niet het gevoel dat mij iets kon overkomen.
Cornelis Koreman 1955
Cornelis Koreman schreef in zijn in roman vorm geschreven boek over zijn tijd in het Legioen.
Nog wat schietoefeningen. Met een punt vijftig schoot ik nog een paar schijven in puin. Dan die dag dat er vrijwilligers gevraagd werden voor de para’s. Er viel weer wat te melden, ik was er dus als de kippen bij. Para, dat betekende uit een vliegtuig springen en rotzooi zoeken in het oosten. Ik kon me niet goed voorstellen dat een mens als een baal vodden uit een vliegtuig werd gesmeten. Het was in ieder geval beter dan geniepig door een gaatje gluren. In een tank ben je een soort brontosaurus, een hoorndrager. Een vogel is altijd nog beter. Ik liet me keuren. Natuurlijk werd ik goedgekeurd.
In Nederland werd ik opgeleid voor straaljagerpiloot. Ik kreeg ruzie met een kapitein, het stomste stuk vreten dat ik ooit ben tegengekomen en werd eruit getrapt. Ik deserteerde, bleef drie maanden in Genève, kwam terug en verdween vijf maanden achter de tralies. In een leger schijn je nooit iets goeds te kunnen doen.
Overeenkomsten
Vrijwilligheid als uitgangspunt
Alle drie beschrijven dat er expliciet om vrijwilligers werd gevraagd.
Ze melden zich zelf aan, niet door dwang of automatische toewijzing.
Aantrekkingskracht van het parachutistenregiment (1ere REP)
Vaal: betere kleding, eten, verzorging, wapens.
Van Hooff: koos bewust voor de para’s samen met kameraden.
Koreman: zag het als avontuurlijker en aantrekkelijker dan andere functies (tank vs. vogel).
Bewustzijn van risico’s
Vaal: officier waarschuwt hem dat het regiment vaak wordt ingezet en veel verliezen lijdt.
Van Hooff: administrateur grijnst en vraagt of hij “ook wilde sterven”.
Koreman: minder expliciet, maar beseft dat het “rotzooi zoeken in het oosten” betekent.
Medische keuring en selectie
Vaal: snelle medische keuring en individueel gesprek.
Van Hooff: formele opleiding en brevet.
Koreman: keuring en goedkeuring.
In alle gevallen was er een selectieproces na de vrijwillige aanmelding.
Verschillen
Mate van vrijwilligheid vs. selectie
Vaal: hoewel hij zich vrijwillig meldde, kreeg hij de indruk dat de officier vooral de langste en sterkste mannen uitkoos. Dus: vrijwillig aanmelden, maar selectie door de leiding.
Van Hooff: beschrijft het als puur vrijwillig, samen met vrienden.
Geen twijfel of selectie-element, behalve dat niet iedereen werd aangenomen.
Koreman: heel direct: er werd gevraagd om vrijwilligers en hij meldde zich meteen.
Geen nadruk op selectie, meer op zijn eigen enthousiasme.
Beleving van risico’s
Vaal: neemt de waarschuwingen serieus, maar ziet het als een eer.
Van Hooff: reageert naïef en denkt dat hem niets kan overkomen.
Koreman: relativeert het gevaar, ziet het vooral als een betere optie dan andere legerfuncties.
Narratieve toon
Vaal: beschouwend, bijna literair; hij analyseert de situatie en de officieren.
Dit kan echter de inbreng van de auteur van zijn boek zijn.
Van Hooff: feitelijk, chronologisch, met details over opleiding en administratieve stappen.
Koreman: luchtig en cynisch; vergelijkt tanks met brontosaurussen en vliegtuigspringen met “een baal vodden”.
Persoonlijke achtergrond
Vaal: geen eerdere conflicten, fit en gemotiveerd.
Van Hooff: jong en naïef, weinig besef van gevaar.
Koreman: turbulente voorgeschiedenis (pilotenopleiding, ruzie, desertie, gevangenisstraf), wat zijn cynische toon mogelijk verklaart.
Conclusie
Het dienst nemen bij de parachutisten in het Vreemdelingenlegioen was formeel vrijwillig: men moest zich melden. Maar in de praktijk:
Er was selectie door officieren (niet iedereen werd toegelaten).
De mannen ervoeren het verschillend: Vaal zag het als een bewuste, gevaarlijke maar eervolle keuze; Van Hooff als een naïeve sprong in het avontuur; Koreman als een cynische maar logische uitweg uit andere legerfuncties.
Kortom: vrijwillig aanmelden, maar niet vrijblijvend — de leiding koos wie geschikt was.