
Amerikaanse film uit 1955
over de slag bij Dien Bien Phu
“De Fransen zorgen er toch maar voor, dat er in het verzakelijkte militaire leven van tegenwoordig een zwaar romantische hoek overblijft”
Het volgende krantenartikel dat verscheen op 7 april 1955 in de Leeuwarder courant onder de kop “Ronselarij”, kan als niet objectief en als anti-legioenpropaganda worden beschouwd.
Het werd geschreven in een tijd waarin het Franse koloniale beleid en militaire praktijken onder toenemende internationale en binnenlandse kritiek kwamen te staan. Het weerspiegelt een bredere Europese discussie over kolonialisme, mensenrechten en militaire ethiek in de jaren 1950.
Hoewel het artikel feitelijke elementen bevat, zoals de rol van het legioen in Indochina en de rekrutering van sociaal kwetsbare jongeren, is de toon sterk ideologisch en moraliserend.
Het leek eerder bedoeld om publieke verontwaardiging op te wekken dan om een gebalanceerde analyse te bieden.
Ronselarij
Sedert tientallen jaren komt het vreemdelingenlegioen met vaste regelmaat in het nieuws. Onlangs sprongen in het Suezkanaal verscheidene legionnairs van een Frans troepenschip af en zwommen naar de wal. Pas nog weer zijn er door een Duits schip twee Nederlandse jongemannen meegenomen, die in een Noord-Afrikaanse haven ongemerkt aan boord waren geklommen.
De werkelijkheid zit dus al evenzeer vol spanning en sensatie als de vele romans en films, die het ruwe en avontuurlijke leven in het vreemdelingenlegioen tot onderwerp hebben. De Fransen zorgen er toch maar voor, dat er in het verzakelijkte militaire leven van tegenwoordig een zwaar romantische hoek overblijft.
Wanneer echter alle vernis en vermomming van dit legioen is afgehaald, blijft er alleen maar een uitwas van een volkomen verouderd en barbaars stelsel over. Men heeft het in Frankrijk sedert een paar eeuwen nogal vaak over mensenrechten, maar vergeet blijkbaar opzettelijk, dat deze rechten door de practijken rondom en in dit legioen niet weinig geschonden worden. Of heeft men er een andere betiteling voor, wanneer jongemannen verleid worden om zichzelf met huid en haar te verkopen?
Het is aangetoond, dat van de vele legionnairs maar tien procent uit zucht naar avontuur de beslissende en bijna altijd ondoordachte stap heeft gedaan. Ook is het merendeel dezer mannen niet crimineel belast; slechts dertien op de honderd vluchten in het legioen uit vrees voor de straffende hand van de rechter. Verreweg de meesten van deze militaire slaven gaven zich aan of lieten zich omkopen, omdat zij uit volkomen kapotte gezinnen voortkwamen, ouderloos op de wereld stonden, door de oorlogsomstandheden van huis en hof verdreven waren, of geestelijk en maatschappelijk geen enkele uitweg meer wisten.
De sensatiebladen en bepaalde films hadden al lang gezorgd, dat ze een laatste toevlucht in petto hielden en op een kwade dag, toen ze in het café eens bij iemand zaten te praten, kwam het zover.
Bij ons is dat alles gelukkig nog een uitzondering, maar in Duitsland, en dan vooral in de Franse bezettingszone, is dat al vele jaren regel geweest. Naam, beroep en afkomst doen er niet toe; alleen naar de physieke kwaliteiten wordt gevraagd. Aan kanonnenvoer is er nooit genoeg voorraad, vooral wanneer er oorlog in Indo-China is.
Een Duits blad heeft eens berekend, dat er per jaar tienduizend Duitse jongemannen over de grens naar Parijs en zo verder naar Noord-Afrika worden verlokt en dat er even zoveel op het laatste nippertje van een onberaden stap teruggehouden kunnen worden. Hoevelen van die duizenden zouden er ooit nog eens levend naar huis terugkeren, zouden na vijf of zes jaar zelfs nog in het land der levenden zijn?
Wanneer het verantwoord en zelfs geboden is, dat mensen tegen zichzelf beschermd worden als ze blindelings in het verderf dreigen te lopen, dan kan er niets op tegen zijn om het werven van legionnairs zo radicaal mogelijk te bestrijden. Het moet Frankrijk aan het verstand gebracht worden, dat het zijn antiek systeem dient af te schaffen; als de tijd voor het kolonialisme voorbij is, dan zeker voor een koloniaal leger van lijfeigenen.
Waarom dit punt niet eens ter sprake gebracht, wanneer men in West-Europees verband over gemeenschappelijke militaire aangelegenheden spreekt?
[ Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland 07-04-1955 ]
Analyse van objectiviteit
Historische Context
Het artikel werd gepubliceerd in 1955, een cruciaal moment in de geschiedenis van het Franse Vreemdelingenlegioen:
Na de Tweede Wereldoorlog was Frankrijk verwikkeld in koloniale conflicten, waaronder de Eerste Indochinaoorlog (1946–1954), die net was geëindigd met de nederlaag van Frankrijk in Dien Bien Phu.
De Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog begon in november 1954, slechts enkele maanden vóór publicatie van dit artikel. Het Vreemdelingenlegioen speelde een prominente rol in deze gewelddadige strijd.
Het artikel is duidelijk kritisch en bevat elementen van anti-legioenpropaganda.
Hier zijn de belangrijkste aanwijzingen:
Retoriek en Taalgebruik
Het legioen wordt omschreven als een “uitwas van een volkomen verouderd en barbaars stelsel”.
Legionairs worden “militaire slaven” genoemd, en hun rekrutering wordt vergeleken met “verleiding om zichzelf met huid en haar te verkopen”. De auteur stelt dat Frankrijk mensenrechten predikt maar deze in de praktijk schendt via het legioen.
Gebruik van Statistiek en Feiten
Er wordt verwezen naar cijfers: slechts 10% zou uit avontuurzucht toetreden, 13% zou crimineel zijn, en de rest zou sociaal ontworteld zijn. Deze cijfers worden gepresenteerd zonder bronvermelding, wat de objectiviteit ondermijnt.
Politieke Ondertoon
Het artikel koppelt het legioen aan kolonialisme en stelt dat het tijd is voor Frankrijk om dit “antiek systeem” af te schaffen. Er wordt gepleit voor internationale actie binnen West-Europese militaire samenwerking.