1957 Matricule 119.036. p3 – p4

Mijn begeleider mompelde wat met de daar aanwezige superieur en even later werd ik vervolgens onder in het fort in een cel gezet.
Men hield hier duidelijk niet van watjes.


p.03

De cellen lagen aan beiden zijden van een rood betegelde niet lange gang, met traliën tot aan het plafond. In een cel recht tegenover me stond een bleke man met zijn handen aan de tralies.  
Vrijwel meteen nadat mijn begeleider de cellengang uit was de raakte ik in gesprek met hem. Hij sprak Duits, en legde me uit hier al geruime tijd te zitten. Ik vroeg hem niet waarom. Hij en ik waren nu de enige in het cellenblok en hij was duidelijk blij met deze afwisseling. Ik vertelde hem in het beetje Duits dat ik al had opgedaan, waarom ik hier nu zat. Hij zei me dat ik moest volhouden terug naar huis te willen gaan, want legde hij uit, die vijf jaren die jij nog moet doen, gaan heel langzaam voorbij. ”Wie eine Schnecke kriecht” zei hij, en uit het gebaar van zijn wijsvinger die hij heel langzaam over de betonvloer bewoog, begreep ik dat hij het over een kruipende slak had.
En in al die tijd kunnen ze je erschießen! ”Het is gevaarlijk in Algerije!”
Ik voelde me best even ellendig na die uitleg doch kon er verder niets mee. 
Na enige dagen werd ik uit de cel gehaald en moest meteen in de rij aansluiten voor de cocktail-picure, (spuit) waarvan ik een ei grote bult onder een oksel kreeg en een paar dagen licht ongesteld was.

30-09-1957

Intussen was het 30 september. Eindelijk, we werden ingescheept. ”Sidi Bel Abbes” , was de naam van het schip.


SIDI BEL ABBÈS
Soc Générale de Transports Maritimes à Vapeur, Marseilles
[ Source ]

We werden naar de haven gereden, het laatste stuk ging lopend. Even genoot ik weer van de vrijheid over straat te lopen bij de vieux port, en kon de bekende typische vismarkt zien. Zwaardvis, tonijn en vissen die ik nooit eerder gezien had, exemplaren van meer als een meter lagen in het gelid zo op de keien bij de haven. 

Even later zat ik met de anderen in het ruim van de Sidi Bel Abbes. Het stonk er naar braaksel en andere onfrisse dingen, en er lagen her en der strandstoelen die je kon gebruiken voor de overtocht. Ook een deken hadden we meegekregen voor de nacht. Ik zette de uitrusting ergens in het ruim en ging aan dek wat frisse lucht halen. Na enige tijd voer het schip de haven uit. Iedereen aan dek voor een laatste blik op Europa. Ik was nog nooit zover geweest, vond het schitterend en was weer vol goede moed. Die moed was van korte duur. Het schip had amper een uur de haven verlaten en ik werd al licht misselijk. We gingen de nacht in en ik werd hartstikke beroerd en zieker en zieker. Alles wat ik in mijn lijf had kotste ik uit, en bleef maar kokhalzen. Ik besloot maar weer het ruim in te gaan, waar iemand me aanraadde om toch maar wat te eten. Ik kreeg er geen hap in. In het ruim zaten een paar Algerijnen, welke voorgoed of tijdelijk terug gingen naar hun moederland. Zij tokkelde op instrumenten, en er werd gezongen. Die waren in betere stemming dan ik. Misselijk ging ik maar weer aan dek. 

Daar ben ik bij de reling blijven hangen tot het licht werd.
Overdag had ik dan ook weinig oog voor de dolfijnen die soms korte afstandjes mee zwommen naast het schip.

01-10-1957

1 oktober 1957 aankomst in de Algerijnse havenstad Oran. Ik voelde me beroerd en leeg en verliet als een zombie het schip. We werden naar het Petit Depot van het legioen gereden. Tijdens de rit werd ik weer snel weer de oude. Op het schip had ik de beroerde toestand een deken en gamel achtergelaten. Met een snauw en duw terug in de rij kwam ik er vanaf.

02-10-1957

De andere dag werden we met camions naar de stad gebracht waar het legioen is geboren: Sidi Bel Abbes, waarna het schip vernoemd. Wij bleu᾿s kregen onze intrek tussen eerder gearriveerde nieuwelingen op etages met houten vloeren, ergens in de kazerne van  ”la compagnie de passage no. 3” 

De volgende dagindelingen bestonden uit verzamelen voor appel. Iedere keer een rotherrie als die hele bende de houten trappen afstormden om beneden op tijd present te zijn. 
Dan, eindeloos al die namen afroepen:
”Divicenzo, templado, Schröder, Somos Carrera Siès Louis, Neumann, van Hooff„.

Ik was er echt. Het moet gewenning aan de warmte en of het eten geweest zijn, waardoor na enige dagen zowat iedereen de schijt had. 
Nachts regelmatig wakker van dat rennen over al dat hout naar die hurktoiletten onder in de cour. Mijn herinneringen aan Sidi Bel Abbes tot 25-10- 57 zijn goed. Ook daar volgde nog een medische keuring en wat psychische testen waaraan bij een voldoende, een leuke premie vastzat.

P.04

Die werd in twee keer uitbetaald, na 4 maanden opleiding en ergens halverwege je vijfjarig contract. De overige dagen vulden zich met allerlei bezigheden. Corvee Quartier, keuken of werken op de boerderij van het legioen bij Bel Abbes. Zo deed ik indrukken op en zag je echte legionairs.
Bij de keuken van de kazerne stonden een aantal grote gemetselde bakken gevuld met pekelwater die vol dreven met tot wit gebleekte runder en varkenskoppen. Anderen waren gevuld met (tripes) magen, ook wel pens. Dat alles werd in de keuken verwerkt in en bij de maaltijden.

Er was hier nog een Hollander, en na de dagtaak vertelde we elkaar onze belevenissen.

Mascara 7e Compagnie d᾿instruction

25-10-1957

Morgens 25-10 1957 vertrokken we per camions met volle plunjezakken naar Mascara voor opleiding tot legionair. Ofschoon al een beetje de ambiance geproefd te hebben van het legioen, had ik geen idee wat me te wachten stond. De trucks stopte op de flinke binnenplaats van de niet grote kazerne. Het nog ongeregelde zooitje werd verwelkomd door een adjudant, sergeant, korporaal en een legionair 1e klas, als functionaris korporaal. Het bevel werd gegeven van de camions komen en zich op te stellen, maar we moesten er meteen weer terug op, compleet met zakken uitrusting. Dit geintje werd driemaal herhaald, tot dat dit door ces messieurs voorlopig goed werd bevonden. Om een indruk van de afmetingen van de kazerneplaats op te doen, zoals men vooraf aangaf mochten we in draftempo een rondje binnenplaats lopen waarna als toetje nog een 50 meter tijgeren. Dit was niet leuk meer, het zweet liep uit je bilnaad.

De adjudant nam het woord en stelde zijn medewerkers aan ons voor, functionaris Konchof en korporaal Ostfeld. Van de adjudant (Duitser) sergeant (Belg) geen namen. Met enig cynisme liet de adjudant nog aan ons weten dat korporaal Ostfeld schoenmaat zesenveertig had. Ik kreeg mijn intrek op de tweede etage met veertien of zestien man. Naast mij twee Vlamingen, Freddy Talboom en Houben. Een ander Belg, Macouter lag een etage hoger. Houben sprak wat Frans, wat Freddy en mijzelf bij de opleiding goed van pas kwam. De eerste week werd veel geëxerceerd, daarna op het kleine schietbaantje van de binnenplaats met een punt 22 karabijntje schieten op vijftig meters. 

De kogel van het Franse MAS 36 repeteer geweer had een snelheid van ongeveer 800/m, per sec. In een kleine zandgroeve buiten Mascara demonstreerde de kapitein tevens dat een dergelijke kogel door 3mm staal, 5cm baksteen en 70 cm sapin (grenen) kon.
Achter een meter zand was je veilig, vertelde hij. Niet veel later mochten we met het wapen schieten en patrouille lopen. Het had een magazijn voor maar vijf kogels. Een simpel geweer maar goed genoeg om op honderden meters iemand ermee erg dood te schieten.
Mondelinge Franse les kregen we in groepjes buiten. Er werd fysiek veel van je gevraagd, hindernisbaan, veldoefeningen, lange marsen, je eigen was doen en allerlei corveeën in de kazerne. De opleiding tot legionair in zijn geheel was streng en hard. Sommigen konden het niet aan, en na een tijdje waren er mannen die deserteerden. 

[…]

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over