1957 Matricule 119.036. p9 – p10

“Hier in die struiken was geen dekking”

p.09

Hier in die struiken was geen dekking en die mannen lagen ons op te wachten. Je kon ook niet terug. In het legioen bestond: ”En avant en a l᾿assault, si besoin, au péril de ta vie !” (voorwaarts en aanvallen, indien nodig met gevaar voor je leven).
Het enige alternatief, was het voorbeeld te volgen van mijn ervaren medestrijders en schietend, granaat werpend de confrontatie aan te gaan. Een strijd van man tegen man die binnen een uur was beslist. De gedode rebellen lagen langs de hele flank tot onder in het dal.
Ik had mijn handgranaten opgebruikt en van de acht volle laders nog een volle ”9 mm parabellums” over.

Tijdens de terugtocht naar een basis, werd nog wat nagepraat.
Onze sergeant vroeg me hoe het me vergaan was. Ik vertelde hem dat de kogels ons wel erg dicht lang de oren vlogen. “Van Hooff” zei hij: die je hoort zijn al voorbij, die voor jou bestemd zijn hoor je niet. Ik vergat te lachen. In een dichtgeknoopte legersok nam ik bij latere acties 250 stuks extra munitie mee.

Medio januari [1959] even terug naar moederkamp “Gosselin” te Zeralda. Slapen in een bed in plaats van ergens in de eenzaamheid in een slaapzak op harde grond met als plafond de sterren.
Douchen, omkleden, eten, nachtje slapen en je was weer als nieuw.
De volgende dag, wasdag, corveeën, en een enkele keer wacht staan. Of als je geen dienst had, met medel egionairs met dagverlof naar Algiers. De cafés bezoeken aan de ”Place du Gouvernement”, en naar de wijven. Ik heb er eens met Nederlandse zeelui gesproken in een bar niet ver van de haven.
Je herkende ze meteen, kaaskoppen met geblokte mohair dassen om hun nek.
Samen met mijn medestapper, de Spanjaard, Furio, hebben we ze de hoerententen gewezen. Later zijn we nog met hun meegelopen tot aan de haven. We werden uitgenodigd voor een pilsje aan boord, ik durfde niet, de havenpolitie zou me verdenken van poging tot desertie.
We hadden genoeg gedronken en moesten voor het laatste appel terug naar Zeralda.
Niet op tijd terug, (grand) probleem. Zo een verlofdag was duur, en het salaris van een 2de klasse, haalde de volgende maandelijkse betaaldag niet. Ook het risico, om die zelf niet te halen was serieus aanwezig. Het ging op aan Kronenbourgbier, sigaretten en persoonlijke hebbedingetjes. Dat had je dan ten minst gehad. Tijdens verlof gingen we rond etenstijd met de lijndienst terug naar het kamp voor gratis eten en pinard, en dan terug naar Algiers.
De meer ervaren oudere stappers wisten daar de meest goedkope eethuisjes te vinden, ” boeuf au carotte” met rijst en een glas rouge voor 150 oude francs wat in die tijd neerkwam op iets over 1 gulden. Avonds kon je als je op tijd was met camions vanaf verzamelpunten in Algiers terug naar het kamp.


De rest van de maand januari 59 werd geopereerd in l᾿Ouarsenis.
Februari kwam er voor de zoveelste keer een tegenorder.
Het regiment moest onmiddellijk terug naar de kust.
Bij de kustplaats Ténès hadden verkenning en radar een groep FLN waargenomen die daar de regio onveilig maakte. Bruggen en wegen werden gesaboteerd en regelmatig werden strandbezoekers vanuit de bergen onder vuur genomen. De compagnieën van het 1e REP moesten zich hergroeperen en eerst kilometers berg te voet doen, om een kilometer hoogteverschil weg te werken.
De 3e Cie onder leiding van kapitein Chiron arriveerde als eerste bij de trucks die met hun neuzen al richting noord stonden.
We raasden meteen weg. Er was geen tijd te verliezen. Met een ongekend tempo via hobbelige wegen vol gevaarlijke bochten en ravijnen sjeesde we kilometers door het landschap. De legionairs op de banken tegenover elkaar gezeten in de GMC’s waren stil.
Zwijgend staarden zij voor zich uit, naar het landschap en een defilé van voorbij trekkende bomen langs de weg. Even later doorkliefde de lange slurf GMC’s het door regen geplaagde Orléanville.
Waarschijnlijk niet eerder hadden onze vaste Franse chauffeurs zoveel risico’s genomen. Het waren onze maten geworden. Ze hoorde bij ons en bewaakte onze uitrustingen in de trucks, terwijl hun vrienden, de groene baretten vochten.


p.10

Zij lieten soms de eerste tranen als er een legionair na een gevecht niet terug kwam en een lege plek in hun camions achterliet. In de buurt van Rabelais, van de bekende wijn, stonden helikopters klaar die ons kilometers landinwaarts tegen een dicht beboste berghelling afzetten. Van daar werd nog een eind geklommen, om vervolgens vanaf de top te wachten, tot de andere compagnieën op hun plek waren. Op de bergkam werd wat uitgerust van de flinke klim. In opperste spanning wachtte we af op het onverwachte.

De Cie van Kapitein Ysquierdo [2e Cie] rukte op vanuit de kustzijde door het dal.
De 3de Cie; kapitein Chiron, samen met nog een andere, vanaf boven.
Kort na het bevel van Chiron, ”allez-y”, begonnen we de afdaling en na een twintigtal meters van boven af begon een hevige schietpartij waarbij onmiddellijk doden en gewonden vielen.
Voor adjudant-Renaud, die na dikwijls gesolliciteerd, nu dan eindelijk in een gevechtscompagnie zat, was het niet meer nodig zijn section aan te voeren. Midden op de col aan kop van zijn section werd hij dodelijk getroffen door zeer snel mitrailleurvuur. Voor hem was het over.
Een legionair vlak bij hem raakte gewond. Prrrrrrrrrrrt, Prrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrt Das ist eine MG 42 (Maschinen Gewehr 1942- Duits), ”Hitlers Säge”, merkte een oudere Duitse legionair op. Als die je raakt, word je als het ware door midden gezaagd, zo snel is dat schiettuig zei hij. We gingen in tegenaanval de begroeide bergflank af onder een oorverdovend wapengeknal en granaat explosies. Ik wist nog van de vorige confrontatie, dat de kogels die je hoort fluiten al voorbij zijn. Maar dit ging flink tekeer en soms zag je de hogere struiktakken boven je wegschieten. Halverwege de afdaling na een goed uur later was de klus geklaard.

Bij identificatie bleek het de tot dan onzichtbare bende van ”Menouar” te zijn, die vanuit de dicht begroeide heuvels de kuststrook bij de plaats Ténès terroriseerde. We telden aan hun kant ± 40 doden en evenveel wapens, waaronder de MG 42 en twee lichtere machine geweren.
Onze korporaal vroeg me mee naar een paar lichamen van de gedode vijand, die verspreid over de helling lagen. Die lijken interesseerden me eigenlijk totaal niet! Met een zekere stoerheid liep ik toch met hem mee. Heb je dit gezien?, Vroeg hij me, en met de loop van zijn wapen maakte hij het tenue van een gedode vechter open. Het bleek de vrouw van de bendeleider, een knappe jonge vrouw, vermomd als man om beter te kunnen meevechten. Menouar zelf lag op enkele meters van haar verwijderd. Onze compagnie had een dode en enkele gewonden. Het nieuws bereikte de omliggende dorpen,
iedereen was opgelucht, dat de rust was weergekeerd. Zo ook een plaatselijke wijnboer, die het REP bedankte met een fust wijn van hun gereputeerde cru.

[ Een beschrijving van dit gevecht is ook te vinden in het boek  “JE NE REGRETTE RIEN”
van Pierre SERGENT ]

Op een regenachtige morgen enige tijd later, trok de 3e Cie er op uit voor een volgende taak in de regio, L᾿ouarsenis. Na uren rijden stopte de kop van de truck karavaan ergens vrij onverwacht op een weg tussen de wijnvelden. Onze chauffeur remde waarschijnlijk iets te hard, waardoor de GMC doorslipte, om vervolgens vanaf het lage bermtalud, de naar beneden lopende modderige wijnakker in te baggeren. De aanhanger maakte een zwieper die de helft van onze uitrustingen in de roodachtige blubber deed belanden. Het liep goed af, meer was het de schrik die ons overkwam. Op weg voor de karavaan was iets gebeurd! Een kilometer voor ons liep een rivier. Een truck van een andere compagnie, was door de brugleuning geslipt en een tiental meters lager in de vrij ondiepe rivier gestort. Toen wij enige tijd later verder trokken, zag je vanaf de brug de GMC ondersteboven in het water liggen, met daar omheen enkele baretten van de slachtoffers. Een trieste aanblik. Men sprak later over zeven omgekomen legionairs. Met enige schrik na dit voorval reden we verder door de natte morgen. Onze chauffeurs waren nu extra op hun hoede.
Tot in maart hebben we in de verdere regio’s geopereerd, daarna weer even terug naar kamp Gosselin.

Eindelijk weer eens met je maten op dagverlof naar Algiers, als je nog wat frankjes had.
Of patrouille lopen, meestal in de kasba, dan weer eens invallen als Police Militair, met een Colt-45 pistool op je heup, om eventuele misdragingen van het hele militaire uitgangslegioen preventief te voorkomen.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over