Kamp Settat, Groupe des Travailleurs Étrangers nr. 12

Uitzicht over de stad Settat
[ Illustratie ]

Franse werkkampen in Noord-Afrika

Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte het Vichy-regime verschillende werkkampen op in Algerije, Marokko en Tunesië. Deze waren vooral bedoeld voor mensen die als ‘ongewenst’ werden beschouwd:
communisten, joden, verzetsstrijders en buitenlanders zonder papieren.

Onder hen bevonden zich ook mannen uit Nederland. Het merendeel had gediend in het Franse Vreemdelingenlegioen en was na afloop of beëindiging van hun diensttijd niet in staat terug te keren naar Nederland. Zij werden, ondanks dat vele van hen voor Frankrijk hadden gevochten, net als andere vreemdelingen, als ongewenst beschouwd en geïnterneerd.
Een van de kampen waar Nederlanders terechtkwamen, bevond zich bij Settat in Marokko.

Deze oorspronkelijk Engelstalige tekst beschrijft het kamp.
Melding wordt gemaakt dat zich in het kamp op 16 juli 1942, 7 Nederlanders bevonden.
Eind 1942 zouden zich in het kamp 31 voormalige legionairs hebben bevonden, waaronder wellicht enkele van de 7 Nederlanders.

Stempel Groupe de Travailleurs Etrangers No 12
Le Chef de Groupe



Van de volgende Nederlanders in bekend dat zij ingedeeld waren bij de GTE No 12

Noordeloos, Ulbe
Saanen, Franciscus
v.d. B, L.


Gelegen op 2 kilometer van de stad Settat, werd het kamp van Settat (ook bekend als Fqih ben Salh) gebouwd op een beboste helling. Het kamp lag bijna 66 kilometer ten zuiden van Casablanca en huisvestte de groep buitenlandse arbeiders (Groupe des Travailleurs Étrangers, GTE), GTE nr. 12.
Het kamp bestond uit vier stenen barakken bedekt met loof en adobe, elk met plaats voor 30 mannen.
De bedden waren gemaakt van takken, en de gevangenen kregen twee dekens per persoon.
Het kamp was koel in de zomer, maar tijdens het regenachtige winterseizoen maakten de lekkende daken het moeilijk voor de dwangarbeiders om te slapen.
In 1942 stond het Settat-kamp onder leiding van J. de Charant.
Settat was een zeer druk kamp. De capaciteit was 120 mannen, maar het herbergde daadwerkelijk 255 mannen op het hoogtepunt.
Volgens een rapport van Dr. Wyss-Dunant van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC), die het kamp op 16 juli 1942 bezocht, omvatte het kamp gevangen uit verschillende landen.
Oostenrijkers (6),
Belgen (39),
Tsjechen (7),
Nederlanders (7),
Fransen (5),
Duitsers (28),
Grieken (1),
Italianen (34),
Polen (42),
Russen (14),
Zwitsers (6) en
Joegoslaven (10),
en verder nog een aantal andere landen (1).
Tien gevangenen waren Joden.

Aanvankelijk huisvestte het kamp 200 politieke gevangenen die in de bosbouw werkten.
Eind 1942 had Settat ongeveer 100 arbeiders, van wie 31 vrijwilligers waren die zich voor de duur van de oorlog in het Vreemdelingenlegioen hadden ingezet (Engagés Volontaires pour la Durée de la Guerre, EVDG).
Een kantine voorzag in bier en noodzakelijke goederen. Gevangenen kregen kleding, schoenen en hoeden in de zomer en winter, maar geen sokken of regenjassen. Eén keer per week werden de geïnterneerden gedwongen te douchen in de plaatselijke ziekenboeg in Settat.
Op zondag mochten ze ook naar het zwembad in Settat.
Drinkwater was toegankelijk vanuit een nabijgelegen put.
Over het algemeen mochten de gevangenen van 18h00 tot het slapen gaan naar de stad zonder enige beperkingen te hebben.
Er was geen ziekenboeg in het kamp.
De gevangenen hadden weinig toegang tot medicijnen of chirurgische verbandmiddelen. Velen kregen malaria en waren niet in staat om door te blijven werken. De gevangenen leden ook aan vlooieninfecties.

Bron:

Boum, Aomar . “SETTAT.” The United States Holocaust Memorial Museum ENCYCLOPEDIA OF CAMPS AND GHETTOS: VICHY AFRICA, edited by Lohse, A. (Ed.) and Parken, O. (Ed.), United States Holocaust Memorial Museum, 2025.
Project MUSE, https://doi.org/10.1353/document.3784.

Andere bron over het kamp in Settat: Jacob Oliel, Les camps de Vichy: Maghreb-Sahara 1939–1945 (Montreal: Éditions du Lys, 2005).

Primare bronnen betreffende het kamp bij Settat bevindenzich in Hélène Cazès-Benathar collection, in het CAHJP archief.

Voetnoot

1. USHMMA, RG-67.008M (AFSC), July 16, 1942, box 1, folder 15, pp. 20–21.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over