Le Kef, 31 januari 1943, een brief van Wilhelm Schwarz aan Jan Ipenburg

Inleiding

In de volgende brief van de Wilhelm (Wim) Schwarz geschreven in Le Kef, Tunesië op 31 januari 1943 aan Jan (Joop) Ipenburg beschrijft deze zijn ervaringen in het 3e REIM tijdens de Tunesische veldtocht in Januari 1943.
Het gaat vrijwel om de gevechten eerst bij Djebel Mansour en dan de latere terugtocht waarbij het regiment bijna vernietigd werd.
Zie o.a. post “3e R.E.I. 01-01-1943 au 19-01-1943
Wilhelm Schwarz raakte gewond en zijn broer Cornelis (“Nicky”) Schwarz zwaar gewond op 22 januari 1943 bij de plaats Sidi Saad.
Na vijf dagen aan hun lot zijn overgelaten werden ze uiteindelijk naar Le Kef geëvacueerd en Cornelis Schwarz van daaruit naar naar Constantine in Algerije.
Het is een zeldzame en waardevol getuigenis van een uit Nederland afkomstige legionair tijdens de Tunesische veldtocht.

Beste Joop,

Een week geleden heb ik je laatste brief gehad. Er is in die tijd een hoop gebeurd. Eerst over jouw brief.
Misschien vind je het zelf wel fijn, dat je nog niet gereformeerd bent. Maar neem nu een raad van mij aan en laat je onmiddellijk reformeren als dat mogelijk is natuurlijk. Waarom, dat zal je wel blijken uit wat met ons gebeurd is.
Gedurende de laatste 20 à 25 dagen zijn wij in de eerste linie geweest en ik zal je zo’n beetje vertellen wat er met ons gebeurd is. Ik begin met de eerste dag, die tamelijk belangrijk is. De datum weet ik niet, maar dat doet er niets toe.
Onze section werd op voorpost gezet en we hebben patrouille gemaakt. De volgende dag werden we weer terug gehaald naar onze compagnie. en ‘s nachts om 3 uur trokken we weer verder terug. Tegen de morgen hielden we stil en maakten een kamp voor de dag. ‘s avonds om zes uur vertrokken we om een aanval te doen. We marcheerden de hele nacht en ‘s morgens vroeg deden de Goums de aanval terwijl ons batallion in reserve bleef. De aanval gelukt en een groot deel werd door de Franse troepen genomen. Tegen tien uur ‘s avonds trokken we nog meer naar voren. We werden in de allereerste linie geplaatst. Bovenop een hoge berg.
Hier werden we de hele dag door de vijandelijke artillerie beschoten, terwijl we ‘s nachts meestal wacht waren, 12 of 6 uur achter elkaar. Zelfs een keer 24 uur. Hier zijn we ongeveer 6 dagen geweest. De korporaal-chef B….. van onze compagnie werd door een bomscherf gedood.
Eindelijk werden we afgelost en dachten dat we in repos gingen. Inplaats van in repos gingen we nog verder naar voren.
En hier waren we 2 nachten achter elkaar wacht (12 uur). De derde nacht sliepen we een beetje en ‘s middags trokken we terug. Op deze berg is er een bom gevallen juist in de trou van de observateur.
Gelukkig zat er niemand in. De volgende nacht om twaalf uur trokken we verder terug. De volgende dag hoorden we dat we door de Duitsers omsingeld waren. Eten kregen we niet meer want we waren volkomen afgesloten van het achterland. De drie die toen volgeden waren erg vermoeiend, voor ‘s nachts marcheren door de bergen. En overdag proberen wat te eten te krijgen.
De derde dag besluit de commandant om door te breken. Om een uur of tien begonnen we de aanval, die verschrikkelijk was, want van alle kanten werd er op ons geschoten. Natuurlijk gingen we toch “en avant”. En het schijnt dat er een 100 à 200 man van het hele bataljon ontkomen zijn. De rest is gedood, gewond of gevangen gemaakt. Nicky werd direct al tamelijk ernstig gewond. Die eerst …. passeerde en toen zijn rug inging, z’n linker long inging en tenslotte in z’n linker bovenarm tot stilstand kwam.
Natuurlijk ben ik bij hem gebleven. We werden door twee brancardiers bij nog zes anderen gewonden gebracht en toen alleen gelaten. De volgende dag heb ik Nicky en de anderen naar een grote post gebracht. Hier waren al plus minus vijftien gewonden zonder hulp. En daar hebben we met 22 gewonden, waarvan vier zwaar, Nicky ook, vijf dagen en vijf nachten op redding gewacht en gebeden. Tot God ons eindelijk redding gestuurd heeft; 22 gewonden en 2 man gezond om ze te helpen. Eten zoeken bij de Araben. Ze hebben ons 40 francs voor een brood laten betalen en dan de jongens helpen. Eigenlijk waren we krijgsgevangenen, maar de Duitsers hadden geen auto’s om ons weg te halen. Dus bleven we in de open lucht. Nicky heeft als die tijd op z’n buik gelegen om de wond op z’n rug niet te laten bloeden. Eindelijk werden we door de Franse troepen, die weer oprukten, weggehaald.
Op het laatste ogenblik hebben de Duitsers nog met hun mortiers op ons geschoten, hoewel ze heel goed wisten dat we allen gewond waren.
En na een verschrikkelijke autotocht kwamen we eindelijk in een Rode Kruispost aan. Hier werd de eerste hulp gegeven en we werden nog verder teruggebracht. We ruilden nog een keer van auto en dit keer kwamen we met z’n beiden in een Engelse Rode Kruis-auto. Je begrijpt wat we hier al niet gegeten hebben. Biscuits, jam, boter, Engelse sigaretten, van alles.
‘s avonds kwamen we in Le Kef aan. Nicky werd direct geopereerd en de volgende dag al naar Constantine geëvacueerd . Terwijl ik hier in repos ben.
Na deze geschiedenis begrijp ke misschien, waarom je je moet laten reformeren. Tussen twee haakjes, Nicky kon al die tijd z’n linkerarm niet bewegen. Ik hoop het niet, maar het zou kunnen, dat hij die nooit meer kan gebruiken. Ik bid God voor het beste natuurlijk. Nu weet ik niets meer. Schrijf gauw terug en hou je goed en een stevig hand van Wim.

Leg. Schwarz
no 99305
à Eclope
Le Kef
Tunesie

Adres van Nickie
Hôpital Militaire
Constantine
Algerie

21-01-1943

Het I/3e R.E.I.M. verliest het contact met colonel Lagarde. In overleg met chef d’escadrons Royer besluit commandant Laparra de omsingeling recht naar het zuiden te doorbreken. De aanval is razendsnel; vier kilometer worden snel afgelegd; twee Duitse compagnies worden teruggedrongen.
Maar de vijand herpakt zich en, aan de vleugels, wordt de voortgang steeds moeilijker. De gevechten zijn hevig. Het gemotoriseerde eskadron en de compagnies zoeken de doorbraak, die pas om 16 uur plaatsvindt en maar van korte duur is. De val sluit zich over de achterblijvers. Onder hen de capitaine Lemeunier, wiens compagnie, soms vooraan, soms achteraan, zich opoffert om de doorgang van de groep veilig te stellen. Zonder munitie moet de capitaine en de groep legionairs om hem heen de aanval van twee secties doorstaan, die hen dwingen zich over te geven.
Een Duitse officier nadert dan de capitaine en zegt tegen hem: ‘Ik feliciteer u; het Legioen blijft een prachtige eenheid‘.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over