1845 – 1850 “Desertie-koorts” in het Nederlandse leger, om dienst te nemen in het Vreemdenlegioen. Motivaties.

[ – ]

Inleiding

In de periode van omstreeks 1845 tot 1850 heerste er in het Nederlandse leger, wat de kranten uit die tijd omschreven als, “Desertie-koorts”. Veel van deze gedeserteerde mannen namen daarna dienst in het Franse Vreemdelingenlegioen.
Opmerkelijk genoeg werden veel van deze deserteurs, nadat ze na hun dienst in het Legioen teruggekomen waren in Nederland en hun straf hadden uitgezeten, “gewoon” weer opnieuw ingelijfd.
Al eerder schreef ik hierover, zie de post: “Laatste woonplaats Afrika“.

“omdat er daar niets te doen was.”

In “la Liberté” een krant uit de Noord-Franse plaats Lille verscheen op 27 december 1849 het volgende artikel, waarin zeer beknopt, enkele deserteurs aangeven wat hun motivatie was “”omdat er daar niets te doen was.”

Depuis quelque temps il arrive a notre frontière du Nord une foule de déserteurs étrangers qui viennent chercher en France du service et des aventures.
Samedi dernier, après midi, il est encore entré à Valenciennes une cinquantaine de ces hommes, conduits par un sergent, et qui consistaient en déserteurs belges et hollandais et deux ou trois Allemands. Deux d’entre eux avaient des décorations étrangères; la plupart étaient pauvrement vêtus, surtout pour la saison. 
Ils portaient néanmoins presque tous des pantalons rouges, ce qui indique qu’ils sortent d’un service militaire quelconque. On n’a point loge chez le bourgeois ces hôtes quelquefois fort incommodes; ils ont passé la nuit à la caserne de passage. Le lendemain ils ont été dirigés sur un dépôt de la légion étrangère, d’où ils seront probablement envoyés en Algérie. Interrogés sur les motifs qui les engageaient à quitter la Hollande ou la Belgique, ils répondaient:
“que c’était parce que la il n’y avait rien a faire”|

Vertaling:

Sinds enige tijd arriveert er aan onze noordgrens een menigte buitenlandse deserteurs die in Frankrijk dienst en avontuur komen zoeken. Afgelopen zaterdagmiddag kwamen er opnieuw een vijftigtal van deze mannen aan in Valenciennes, geleid door een sergeant. Ze bestonden uit Belgische en Nederlandse deserteurs, en twee of drie Duitsers. Twee van hen droegen buitenlandse onderscheidingen; de meesten waren armoedig gekleed, vooral gezien het seizoen. Toch droegen bijna allen rode broeken, wat erop wijst dat ze uit een of andere militaire dienst kwamen. Deze soms zeer ongemakkelijke gasten werden niet bij burgers ondergebracht; ze brachten de nacht door in de doorgangskazerne. De volgende dag werden ze doorgestuurd naar een depot van het vreemdelingenlegioen, vanwaar ze waarschijnlijk naar Algerije zullen worden gezonden. Gevraagd naar de redenen waarom ze Nederland of België hadden verlaten, antwoordden ze: “omdat er daar niets te doen was.”

Op 3 oktober 1848 berichtte de Franse krant “L’Écho de la frontière” uit de omgeving van Valenciennes en Avesnes het volgende

Un détachement composé de déserteurs étrangers, venant de Lille, allant a Nancy, au dépôt central de ia légion étrangère, est arrivé vendredi dernier a Valenciennes, sous le commandement du sergent Margari
74e régiment de ligne.
Ce détachement est fort de 39 hommes

“Blikken in het krijgsmansleven”

Gerelateerd hieraan werd ik onlangs [ Oktober 2025 ] bij een onderzoek weer eens geattendeerd op het boek:

“Blikken in het krijgsmansleven. Verhaal van mijn 15-jarig zwervend leven in Afrika, Italië …” door F.D. soms ook F.A.C. T(h)eunissen, uitgegeven in Kampen 1872.

Het viel mij op dat de schrijver, weliswaar in een wat omslagtige stijl met veel jargon, als het ware motiveerde waarom hij of anderen op het idee kwamen te deserteren.

I. HOOFDSTUK.
HOE MEN BIJ HET VREEMDE LEGIOEN KOMT.

In alle landen vindt men militairen, die nimmer tevreden zijn; prijzen zij den kolonel, dan is de kapitein wat
streng, of zij vinden den sergeant-majoor niet pluis, of de menage is schraal; dit is nu eenmaal niet anders. Dat deze militairen zich van tijd tot tijd tegen de discipline verzetten, is zeer natuurlijk, want men kan het hun nooit naar den zin maken. Heeft men eenmaal straf opgeloopen, dan worden er allerlei plannen gesmeed: »komaan! wij gaan door den wind; maatje, ik heb gisteren een couponnetje gekregen, dat zullen wij eerst aan den man brengen, en laat de sergeant-majoor ons dan maar nakijken!’ Zoo gaat het in den regel, en men vindt al spoedig een makker, die niet al te vast in zijne schoenen staat en zich zonder nadenken laat mede slepen. Ziedaar op ribot , zooals men dit onder de militairen noemt; men legt in de eerste herberg de beste even aan, en neemt daar een borreltje (sommigen noemen dit ook een slokje of afzakkertje). Heeft men nu zoo wat de hoogte gekregen, en laat de aqua vita hare uitwerking gevoelen, dan is er natuurlijk geen sprake meer van naar huis
gaan; het gering en kortstondig vermaak, als ik het zoo noemen mag, doet hun alle militaire plichten vergeten, om eerst, als het te laat is, wordt dit ingezien. Hoeveel voorbeelden zien wij niet dagelijks van menschen, die op deze wijze hun tijdelijk geluk voor altijd verwoest hebben.
Is men eenmaal op den kwaden weg, dan is het moeielijk op den goeden terug te komen, want, is het geld
verteerd, dan wordt er al spoedig eene kleine visite bij Mozes of Jakob afgelegd, en dit geldt de kleine of groote equipementstukken; komt men eenmaal zoover, dan gevoelt men zelf, dat de maat vol is; terugkeren is onmogelijk, want dan wacht ons de krijgsraad, en loopt dit al eens goed af, dan is men toch binnen kort voor goed aan de kaak gesteld. »Och! weet je wat? laat loopen, wij zullen dat grapje wel eens beter overleggen! Wij gaan de plaat poetsen! naar Algiers, bij de Franschen! dan zijn we van den heelen rommel af! en het zijn knappe jongens, die ons dan te pakken krijgen!”
Zoo spreekt men, en, zóó gezegd, zóó gedaan! Vele moeielijkheden gaan daar mee gepaard; dit neemt echter niet weg, dat de soldaat gewoonlijk op deze wijze te werk gaat, en zoodoende in Algiers komt.

Een analyse

Wat gaf deze auteur als motivatie?

Militairen waren ontevreden, ze klaagden over hun superieuren en over de slechte voorzieningen zoals de “schrale menage” (eentonige voeding).
Deze structurele frustratie leidde tot verzet tegen de militaire discipline.
Eenmaal gestraft, voelden de militairen zich gestigmatiseerd en zochten ze een uitweg.
Straf leidde tot plannen om te deserteren (“door den wind gaan”), vaak samen met een medesoldaat.
De overgang naar desertie werd vaak ingeleid door drankgebruik (“borreltje”, “aqua vita”), wat leidde tot impulsief gedrag en het vergeten van plichten.
Het tijdelijke plezier van drank en vrijheid leidde tot blijvende schade aan hun militaire carrière en veroorzaakte schulden. De, gedeserteerde militairen raakten in geldnood. Ze verkochten hun uitrusting (“equipementstukken”) aan Joodse handelaren (“Mozes” of “Jakob”, in die tijd stereotype aanduidingen ).
Deze stap markeerde het punt waarop terugkeer onmogelijk werd: de krijgsraad wachtte, en hun reputatie was voorgoed beschadigd.
Het Vreemdelingenlegioen werd gezien als een ontsnappingsroute een manier om “de plaat te poetsen” — te ontsnappen aan het Nederlandse leger en eventuele sociale problemen.
Het Legioen bood anonimiteit en maakte hen, voor een tijd, onvindbaar.
(“knappe jongens die ons dan te pakken krijgen”).

Historische context en interpretatie

De tekst weerspiegelt een sociaal-psychologische dynamiek van de 19e-eeuwse militair:
Desertie was geen rationele, geplande keuze, maar een gevolg van frustratie, impulsiviteit en uitzichtloosheid.
Het Vreemdelingenlegioen fungeerde als een toevluchtsoord voor wie sociaal en militair was vastgelopen.

De auteur beschreef dit proces met ironie en jargon, maar zijn onderliggende boodschap is duidelijk: het is een tragisch patroon van ontsporing.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over