1944 Voormalige legionairs van Nederlandse herkomst, “eventueel ter beschikking van het K.N.I.L.” (1)

Inleiding

Mei 1943, na het einde van de veldtocht in Tunesië, begon de Nederlandse regering een actieve rekruteringscampagne onder legionairs en oud-legionairs van Nederlandse herkomst in Noord Afrika. Men probeerde zelfs met ondersteuning van enkele hoog geplaatste Franse officieren deze mannen voortijdig uit het Franse Vreemdelingenlegioen ontslagen te krijgen. Het doel was hen in dienst te laten treden bij de Nederlandse strijdkrachten. De verwachtingen voor wat betreft de mogelijke aantallen nieuwe rekruten lagen zeer hoog. Uiteindelijk kwamen na veel inspanningen, aangezien de Franse Autoriteiten niet bijzonder veel medewerking verleenden, ongeveer 70 Legionairs beschikbaar.
Het merendeel hiervan werd bij aankomst in Engeland ingedeeld bij de Koninklijke Nederlandse Brigade “Prinses Irene”.
Een kleine groep van deze voormalige legionairs kon waarschijnlijk vanwege transport problemen of beperkingen, als gevolg van de op handen zijnde de invasie in Normandie niet meer of niet meer op tijd vanuit Noord-Afrika naar Engeland gestuurd worden om ingedeeld te worden bij de Brigade.
Voor hen werd een andere bestemming gezocht, dienst bij het K.N.I.L. Zo blijkt uit een brief van het Ministerie Van Koloniën in Londen van 9 juni 1944 aan de Minister van Oorlog.
Onderzoek is nog gaande hoeveel van deze mannen uiteindelijk daadwerkelijk dienst hebben gedaan bij het K.N.I.L.

Mouw embleem K.N.I.L.
Mouwleeuw Nederlandsch Indië
Aanmaak Australië
Voor Nederlandse troepen die naar Ned. Indië zouden gaan nadat de Japanners waren verslagen
Deze mouwleeuw werd door het KNIL gedragen van 1944 tot 1950



MINISTERIE VAN KOLONIËN
(Netherlands Ministry for the Colonies)
Tel. CRO 4181 

No 240/P.14./44.Mi
Afdeeling VIIIA.
Bijlagen: 40

Mexborough House,
STRATTON HOUSE,
17 Berkely Street, W.1.
STRATTON STREET W.1
LONDEN, 9 Juni 1944

Ik heb de eer Uwer Excellentie het volgende te berichten. Eenigen tijd geleden werd de mededeeling ontvangen dat de navolgende ex-legionaires eventueel ter beschikking van het K.N.I.L. zouden kunnen worden gesteld, t.w.:

C. den DekkerW.J. Hogeslag
J. IpenburgS. Klarholz
M. KraussenL. Kroes
J.H. KrutzerG.A. Lems
P. LobigsJ. v.d. Loop
H.A. SchillingsJ.J.A. Scholten
B.N.C. SteynA.C. Vos

Er bestaan geen bezwaren deze menschen bij het K.N.I.L. in te deelen, waartoe het navolgende ware te verrichten

1e. Hun politieke betrouwbaarheid moet worden vastgesteld, waartoe wellicht de hulp van den Consul Generaal der Nederlanden te Algiers zou kunnen worden ingeroepen;

2e.Zij moeten zich vrijwillig verbinden voor den duur van den oorlog of zoveel langer als nodig mocht blijken;

3e. Na onderteekenen in tweevoud van bijgaande verbintenis, waren deze terug te zenden aan het Departement van Koloniën, te Londen;

4e. Een medisch onderzoek op geschiktheid voor de tropen. Indien hun politieke betrouwbaarheid vast is komen te staan en zij vrijwillig de verbintenis hebben geteekend, ware voor hun passage verder zorg te dragen naar Colombo, alwaar zij zich moeten melden bij den Luitenant-Kolonel Pel.

D.v.O.
EXH. 13 JUN 1944
No. 5
AFD. I
Zijner Excellentie den Minister van Oorlog

z.o.z.
Gaarne zal zoodra de menschen geteekend hebben telegrafisch bericht worden ontvangen, wie voor uitzending bestemd zijn, teneinde de autoriteiten ter plaatse te kunnen inlichten.

DE MINISTER VAN KOLONIËN,
voor dezen,
Het hoofd van Afdeeling VIIIA,
Kol. Ir. P.A. de Blieck.

Kol.ir. P.A. de Blieck hield zich bij het departement Koloniën bezig met de werving van personeel voor de Indische dienst.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over