1970 De Tijd “Ex-legionairs vieren feest van de oorlog”

Inleiding

In 1975 werd in Veenendaal de Nederlandse Vereniging van Oud-Legionnaires ,,Capitaine Danjou” opgericht.
Het idee ervoor bestond al enkele jaren eerder zoals blijkt uit dit artikel uit 1970.

BLOEDWORST EN SAUERKRAUT IN EEN DUITSE HOUTEN KEET

Ex-legionairs vieren feest van de oorlog
Nederlander wil bond oprichten van oud-soldaten Vreemdelingenlegioen

[ De tijd : dagblad voor Nederland 01-05-1970 ]

Van onze speciale verslaggever BOCHUM, 1 mei — Een houten keet aan de rand van de Duitse industriestad Bochum. Binnen een levensgrote Franse vlag aan de wand. Foto’s van het vreemdelingenlegioen. Rond lange tafels, waarop Pernod en Franse landwijn, tientallen ex-legionairs. Stram in de houding. Bij de deur een man in het uniform van legioensoldaat, compleet met witte kepi. Op een blinkend opgepoetste trompet blaast hij de krijgsmars Du Boudin, het Wilhelmus van alle legionairs.

De Duitse legionairs, verenigd in een goed georganiseerde bond vieren bet feest van de Camerone. Ver van de hete woestljnvlakten in Noord-Afrika waar zij elkaar hebben leren kennen en waar sij kameraadschap voor het leven hebben gesloten.
30 april, het feest van Camerone. Herdenking van het meest roemruchte wapenfeit uit de honderdveertigjarige historie van het Vreemdelingenlegioen. De slag bij Cameron in Mexico in 1863, waar drie officieren en 62 legionairs zich in één dag tijds doodvochten tegen een overmacht van 2000 Mexicaanse soldaten. Toen de kruitdampen waren opgetrokken, en alle kogels verspild, waren er nog drie legionairs in leven. Met getrokken bajonet gingen zij de overmacht tenslotte nog eens te lijf. Een zinloze strijd, uitzichtloos vanaf het begin, maar heroïsch in de ogen, van de legionairs.
Overal waar legioensoldaten gelegerd zijn, wordt deze slag herdacht. Allereerst met een parade. In het hoofdkwartier van het Vreemdelingenlegioen, lange tijd gevestigd in de Algerijnse stad Sidi Bel Abbes, wordt dan de houten hand die toebehoorde aan Cameron-cómmandant kapitein Danjou als een heilig relikwie aan de verzamelde, troepen getoond. De onderofficier met de meeste onderscheidingen mag hem. dragen. Vaak moet hij worden geleid omdat hij blind of kreupel is. Onderscheidingen zijn in het vreemdelingenlegioen meestal synoniem aan invaliditeit. Het feest van Camerone wordt niet alleen binnen het legioen gevierd. Zij die het als legionairs ooit hebben meegemaakt en heelhuids in de burgermaatschappij lijn teruggekeerd, komen ook bijeen om de proclamatie voor te lezen, waarin de feiten van Camerone worden verhaald, om krijgsliederen te zingen, te eten en te drinken. Herinneringen uit te wisselen en nieuwe afspraken te maken. Ex-legionairs, avonturiers, die hun zoveeljarige episode als huurling vaak hebben moeten bekopen met verlies van staatsburgerschap. In het Duitse Bochum waren er gisteravond ruim zeventig. Mannen in burger, vergezeld van hun vrouw, legioen speldjes op de revers. Sommigen met een hoge Franse militaire onderscheiding, de „medaille militaire”, die een maandelijkse uitkering garandeert.

Huurling

Mannen met brede schouders en korte haren. Ouderen ook die het leven als huurling er niet zonder kleerscheuren hebben afgebracht. Voor het eerst is er ditmaal een handvol Nederlanders bij, die de reis naar Bochum in privé-auto’s hebben ondernomen en als oude vrienden worden begroet. Een hotelreservering was niet noodzakelijk. Een legionair helpt een legionair.. Een legionair kan dus ook altijd slapen bij een legionair. „Ik heb deze man hier nog nooit eerder ontmoet,” zegt iemand tegen mij, „maar al zou u nog zo uw best doen, tussen ons is geen wig te drijven. Dat is de kameraadschap die elke legionair kent” Kameraadschap, het woord komt steeds weer terug in dé gesprekken.
Die kameraadschap wil de Nederlander Harry Martens (38) uit Neede in de Achterhoek ook hernieuwen onder alle in Nederland wonende oud-legionairs. Dat zijn er bij elkaar zo’n tweeduizend, schat hij. Hij heeft een advertentie in een grote krant gezet waarin hij alle oud-legionairs opriep om mee naar Bochum te gaan. Er meldden zich telefonisch zestig man, maar uiteindelijk aanvaardden slechts tien de reis. Een reis die niet helemaal zonder moeilijkheden verliep, want Nederlandse legionairs zijn statenloos en dat geeft bij grensoverschrijdingen altijd moeilijkheden. Zij hebben een roze paspoort en moeten, uitgezonderd voor de Benelux, een visum aanvragen voor elk land dat zij wensen te bezoeken. Zelfs voor Frankrijk waarvoor zij de beste jaren van hun leven veelal hebben opgeofferd. Een Nederlander die verzuimd had een visum voor Duitsland aan te vragen mocht gisteren niet de grens over..
Onverbiddelijk wees de Duitse grenswacht hem terug.
„Dit vind ik zo onrechtvaardig en discriminerend,” zegt mij Amsterdammer Pierre Andrée (38). Hij heeft vijf jaar in het Legioen .gezeten, als chauffeur van een generaal heel Algerije doorkruist en is nu in de stellige overtuiging oude kameraden te ontmoeten.

Korea

„Ik heb, ook als vrijwilliger in Korea gevochten. Dat was ergens ook buitenlandse krijgsdienst. Want het was voor de Amerikanen. Toen ik terugkwam, kreeg ik een brief van prins Bernhard. Ik werd bedankt voor mijn heldhaftige houding en als ik soms ooit in moeilijkheden kwam, het adres was bekend. Daarna heb ik vijf jaar in het Vreemdelingenlegioen gezeten en ik was nog geen twee weken terug of ik kreeg een brief van de burgemeester waarin mij werd meegedeeld dat ik mijn staatsburgerschap verspeeld had. Volgens de wet verlies je dat wanneer je in buitenlandse krijgsdienst treedt. Maar ik vind die wet onbillijk. “Kijk, als ze zeggen: je verliest Je Nederlanderschap wanneer je bij een vijandelijk leger ln dienst treedt, dan vind ik dat logisch. Dat ze Nederlanders die bij de SS geweest zijn hun staatsburgerschap ontnemen vind ik terecht, maar een legionair ..’ „Een dan moet je weten,” vult Martens aan, „dat oud-SS-ers ook in Korea hebben gevochten en daarom hun staatsburgerschap terugkregen toen ze in ons land terugkwamen. Maar ja, als je in die pot gaat roerèn haal je zoveel boven.”
Harry Martens wil behalve een Nederlandse bond van ex-legionairs oprichten, ook strijd voeren tegen het verkeerde beeld dat de gemiddelde Nederlander heeft van het Vreemdelingenlegioen en zijn soldaten. Het beeld’ van een huurlingenleger dat is opgebouw uit verschoppelingen van de maatschappij, piraten te land, die op zijn minst : een flinke kraak of misschien zelfs een moord op hun geweten hebben. Het beeld van een rauwe harde troep, drinkend en achter vrouwen jagend, gehard in een ijzeren discipline en bijna niet te volbrengen veldtochten door de snikhete woestijnen van Noord-Afrika. „Dat zijn allemaal romantische sprookjes,” zegt Martens,’ „die waarschijnlijk zijn opgedist door deserteurs. Die moeten nu eenmaal hun vlucht goed praten en komen dan met de ergste verhalen aan. Natuurlijk, er zijn jongens die er niet tegen kunnen en de benen nemen maar dan moeten ze geen onzin vertellen als ze hier terugkomen. Het is hard en er is een ijzeren discipline, maar dat moet ook wel “Dat is juist de kracht van het legioen.”

Hitler


Iemand valt bij: „Hitler heeft eens gezegd: geef mij drie regimenten van het vreemdelingenlegioen en de wereld is van mij.” Martens: „het is best uit te houden. Als ik niet gewond was geraakt zou ik zeker nog een tijdje in het legioen gebleven zijn.” Een oudere man naast hem, met een klein kolonels-snorretje knikt beamend. Hij draagt een donker pak met vest, een gouden horloge aan ketting en het is hem niet aan te zien dat hij het Vreemdelingenlegioen zeventien jaar gediend heeft. Dat verschaft hem nu een volledig pensioen. Hij heeft nog in Vietnam tegen de Vietcong gevochten, toen de Fransen er de baas waren. Hij is niet helemaal onbeschadigd teruggekeerd. Initiatiefnemer voor een Nederlandse bond van oud-legionairs Harry Martens trouwens ook niet. 

Hij mist een been. Uiterst gedetailleerd vertelt hij, hoe, waar en wanneer dat gebeurd is. „Ik weet het nog tot op de dag en het uur nauwkeurig.” zegt hij.
„Op 25 november 1959 werd ik met zeven anderen door een helikopter gedropt in de bergen bij Bechar. D’r, zouden fellaga’s zitten, Algerijnse rebellen. Die leefden in holen in dé bergen. We waren nauwelijks op de grond of we kregen al een lading vuur. Ik werd gewond aan beide voeten, en liet me vallen. De zeven anderen om me heen waren er allemaal geweest. In mijn eentje lag ik op de rand, van een rotsplateau. Van de overzijde werd er voortdurend op me geschoten. Ik had alleen dekking achter een klein rotsblokje. Om kwart over één ‘s middags precies schoten ze dwars door mijn been heen. Ik werd razend, schoot driftig om me heen, ik heb er heel wat neergelegd. Op een gegeven moment richtte ik mij iets op. Onmiddellijk een stekende pijn in mijn hoofd. Een kogel was er van achteren ingegaan en langs de hersenen van boven uitgekomen. Ik herinner me nog dat ik de hele wereld als een abstract schilderij zag. Overal rode wormpjes. Ik raakte buiten bewustzijn. Toen ik bijkwam lag ik er nog steeds en werd er nog steeds geschoten. Opeens een helikopter boven me van het Legioen. Ik zie nog hoe die piloot z’n duim naar me opstak. Toen opende hij met een mitrailleur het vuur naar de overkant. Later bleken er 84 gedood te zijn. Hij heeft mij meegenomen. Als ik daaraan terugdenk voel ik nog de wind van de helikopter door mijn haren strijken. Daarna raakte ik weg. Vier dagen later kwam ik bij in een ziekenhuis in Algiers. Ze hadden 22 kogels door de linkerkant van mijn lichaam geschoten. Mijn been was al geamputeerd.
Van het Legioen kreeg ik een prothese en elke drie maanden krijg ik nu invaliditeitsgeld overgemaakt. U hoeft het juiste bedrag er niet bij te zetten maar het Legioen zorgt goed voor zijn mensen.”

Levenslust

Vond u het niet erg om zo eruit te komen? „Erg? Welnee. Ik kan nog van alles doen. Ik heb er nooit spijt van gehad. Wat je d’r aan over houdt is levenslust, echte levenslust. Ik wil leven. Ik drink elke dag mijn pilsjes en trek me van niemand wat aan. Geen burgerlijke bekrompenheid. Toen ik terugkwam sprak de familie er schande van dat ik in het Legioen gezeten had. Maar als een broer van mij zou worden opgebracht wegens dronkenschap dan is dat niet erg. Zo ervaar ik het, zo ervaren ze het allemaal als ze hier terugkomen. In Duitsland ligt dat heel anders. Daar houden ze ook gewoon hun paspoort. Daar heeft iedere provincie zijn eigen bond van ex-legionairs. Nu zijn de meeste legionairs ook Duitsers en ze zijn natuurlijk wat militaristischer dan wij. Die Kameradschaft houden ze ook later op een hoog peil.” • „We komen eenmaal per maand bij elkaar,” deelt voorzitter; Heinz Lange van Kreis Bochum mee.” „We hebben een eigen verenigingslokaal.” Hij laat het later zien. De schilden van alle regimenten hangen er plus de beeltenis van de legendarische kapitein Danjou (zonder houten hand).
Harry Martens, vermoedelijk als enige Nederlandse oud-legionair begiftigd met de „medaille militaire” zou zo’n soort clublokaal ook wel in Nederland willen hebben, maar niet alleen voor de Kameradschaft „Ik wil met zo’n bond ook vooral legionairs helpen die in moeilijkheden zijn geraakt. Als legionair hoef je eigenlijk nooit zonder poen te zitten. Over de hele wereld willen we mekaar helpen, maar je moet wel weten waar iedereen uithangt. Ik ben ook van plan iets aan dat staatsburgerschap te gaan doen. Kijk, je kunt je paspoort heus wel terugkrijgen. Ik heb, het weer. Ik heb fl. 300,- betaald en een brief aan de Koningin moeten schrijven. Maar sommigen willen dat principieel niet en daar kan ik in komen. Die hebben met het Legioen in de oorlog tegen de Duitsers gevochten.” De reünie in Bochum kan het onmogelijk halen bij de feesten die de legionairs indertijd in de kazernes hebben gevierd rond Camerone dag 30 april. „Dan kon je wijn en champagne drinken zoveel je wilde en je kreeg maaltijden van zes gangen met kreeft en zo” hebben de Nederlanders mij op de heenweg met water In de mond verteld. In Bochum speelt het Camerone-feest zich af rond bloedworst met brood en Sauerkraut met spek in een houten zaaltje van de plaatselijke hondenclub. Neonlicht aan het plafond. Dansen op muziek van Trlni Lopez. Leve de kameraadschap.

Nederlandse oud-legionairs op een reünie in het Duitse Bochum. Compleet met een Duitser in het legionairs uniform. Compleet ook met marsmuziek uit een opgepoetste trompet. Tweede van links Harry Martens.

Bijschrift bij andere foto

Harry Martens wordt in Bochum ere-lid van de plaatselijke vereniging van Duitse oud-legionairs. Rechts kreis-voorzitter Heinz Lange.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over