Over de Seine

“een afdeling Nederlanders, die vroeger in het Franse Vreemdelingenlegioen gediend hadden”

In het tijdschrift: “Vrij Nederland” van 9 september 1944 [1] schreef oorlogscorrespondent Robert Kiek het volgende artikel over de Koninklijke Nederlandse brigade “Prinses Irene”. Hij verwees hierin naar “een afdeling Nederlanders, die vroeger in het Franse Vreemdelingenlegioen gediend hadden”

Illustratie bij het artikel.
Originele bijschrift:
Prins Bernhard bij onze troepen in Frankrijk
[Delpher]

Door Robert Kiek, oorlogscorrespondent van het ANEP

De commandant der Nederlandse troepen in Normandië zond op 30 augustus [1944] in opdracht van de bevelhebber onder wiens commando deze troepen staan, de eerste patrouilles uit over de Seine om verkenningen te verrichten in een sector van de benedenloop van de rivier.
Deze patrouille waren uit speciaal daarvoor uitverkorenen soldaten samengesteld. Zij werden vergezeld door een afdeling Nederlanders, die vroeger in het Franse vreemdelingenlegioen gediend hadden. Deze “legionnaires” stonden onder bevel van een officier die de bijnaam draagt van “De stale” hetgeen genoeg zegt.
Enkele legionairs waren reeds vroeg in de morgen de rivier overgestoken. Zij hadden op hun verkenningstocht Duitsers gezien aan hun maal. Aangezien zij iets belangrijkers te doen hadden dan Duitsers gevangen te nemen lieten zij hen ongestoord dooreten.
In de namiddag ben ik samen met de hoofdmacht der legionnaires in zeildoekboten de Seine overgestoken. Er stond een sterke stroom. In Vieux Port werden wij allerhartelijkst door de Franse bewoners ontvangen. Van dit stadje uit trokken de Nederlanders per fiets die zij van de tot alles bereid zijnde bevolking gekregen hadden verder.
Een half uur nadat de eerste patrouilles waren uitgezonden besloot een Nederlandse majoor op eigen houtje op een geleende fiets erop uit trekken. Hij nam een weg precies tussen de twee wegen welke de eerste patrouilles nemen moesten. Ik was er eveneens in geslaagd een oud karretje op de kop te tikken, met tuinslang als banden en volgde de majoor. Gedurende een uur lang flink fietsen kwamen wij door tal van dorpen waren wij de eerste bevrijders waren. In Petitville [ Petiville ]liep de hele bevolking uit om ons te omhelzen. In een ommezien had men onze fietsen zo overvloedig met bloemen versierd dat wij wel zo van een “Bollen Zondag” leken te komen. De majoor een sportman van internationale vermaardheid en ik waren zeer ontroerd toen wij de vreugdetranen zagen van hen die ons als bevrijders verwelkomden.
Hoewel het merendeel van de Duitsers zo ongeveer tegen de middag was gevlucht, bevonden zich hier en daar nog enige achterblijvers. Een van hen had zich in een kasteel bij Saint-Meurice Detelan [ Saint Maurice d’Ételan] verscholen. Hij en ook een kameraad die er niet in geslaagd was met de Duitse hoofdmacht te ontvluchten gaven zich over.

Ansichtkaart van het kasteel bij Saint Maurice D’Etelan

Wij vonden dat we nu al heel wat gedaan hadden en besloten terug te gaan eerst echter stopten we onze beide krijgsgevangen in een wagen alvorens naar ons bruggenhoofd aan de andere kant van de Seine terug te fietsen.
Toen wij aan de Seine kwamen zagen we dat de legionnaires een groot aantal gevangenen Duitsers had meegebracht. Die kwamen ons goed te pas bij het overroeien. Men had ook hen blijkbaar wijsgemaakt dat ze doodgeschoten zouden worden, en toen hun verteld werd dat ze op een behoorlijke behandeling konden rekenen waren ze zo blij dat ze ons wel over zee naar Engeland terug geroeid zouden hebben. Maar erg goed roeien konden ze niet want het duurde een hele tijd voordat andere vier over water maar erg goed roeien konden ze niet want het duurde een hele tijd voordat we de rivier over waren.
Een van de gevangene een sergeant der infanterie vertelde dat hij in Wassenaar en Zandvoort gelegen had en dat de behandeling door de Nederlandse bevolking “volgens de verwachting” geweest was.
De Koninklijke Nederlandsche brigade vierde op 31 augustus Koninginnedag door opnieuw op patrouille uit te gaan. Het is natuurlijk bijzonder moeilijk in omstandigheden als deze de geboortedag van de koningin te vieren maar toch zijn er godsdienstoefeningen gehouden onder leiding van legeraalmoezenier en rabbijn, die met een gebed voor H.M. en het zingen van het volkslied besloten werden. De dienst voor de protestanten moest op het laatste ogenblik worden afgelast omdat ds. Buenk ziek geworden was. Een ziekte die echter niet lang zal duren. De Nederlandsche brigade heeft op Koninginnedag de eerste Nederlandse familie die in dit gebied was ondergedoken bevrijd.

Bronnen

[1] Vrij Nederland; je maintiendrai – onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 5, 1944, no 7, 09-09-1944

[2] http://www.prinsesirenebrigade.nl/inname-pont-audemer.html
De Irene brigade werd tot 30 augustus belast met de rivierbewaking. Ook moest zij nagaan hoe de toestand was ten noorden van de Seine. Deze en de volgende dag werden,  als eerste van de geallieerde troepen, patrouilles over de rivier uitgezonden. Vrijwilligers, meestal ex-legionairs uit het Franse Vreemdelingenlegioen, die beschikten over goede kennis van de Franse taal, maakten zich nuttig en staken ‘s nachts bij Vieux Port de Seine over, verkenden het terrein en legden ook contacten met de Franse ondergrondse, de ‘Maquis’.
De  tweede patrouille, met o.a. Pahud de Mortanges,  bracht cognac en champagne mee terug, zodat op 31 augustus een heildronk op Koningin Wilhelmina kon worden uitgebracht.

Kaart: Vieux Pont, Petiville en Saint Maurice d’Etelan

Leave a Reply

Your email address will not be published.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over