Ervaringen 7, S. Bino, De overwinning der Franschen bij het Doolhof in Mei 1915

Ervaringen VII.

De overwinning der Franschen bij het Doolhof in Mei 1915.


Een strijd, van 17 dagen. De heer Bino vertelde ons over den strijd om de suikerfabriek in de Argonnen, het volgende :

Veel is er reeds geschreven over de gevechten bij de suikerfabriek in de Argonnen, voornamelijk tijdens den zwaren strijd in Mei 1915; doch de mooie overwinning der Franschen is zeer zeker der moeite waard beschreven te worden.

Deze overwinning heeft de positie der geallieerden daar gemaakt tot een der sterkste aan het geheele westelijke front. Ik wil pogen in ’t kort het schitterend werk der Franschen en vooral van het Vreemdelingenlegioen en van de troep van Garibaldi, te schetsen.

Na een voorbereiding door de zware Fransche kanonnen, begon op 5 Mei 1915 een aanval op de „suikerfabriek”. Deze suikerfabriek, waarvan men in verschillende tijdschriften illustraties heeft kunnen zien (ook in ons Zondagsblad heeft er een afbeelding van gestaan. Red.), was door de Duitsehers enorm versterkt. Zij was omringd door een dubbele rij loopgraven, die zoo sterk waren, dat men zich, als men ze niet gezien heeft, er geen voorstelling van kan maken. Deze loopgraven waren ondermijnd met ontplofbare stoffen, terwijl bovendien het terrein ervoor eveneens ondermijnd was.

Pepino Garibaldi, de kolonel der Italiaansche vrijwilligers, was een lokalen aanval begonnen en had reeds gevoelige verliezen geleden. Ons offensief ten noorden der fabriek was door de Duitschers tot staan gebracht; dit had hun echter enorme verliezen gekost. Zij verloren hier alleen niet minder dan 11.000 man aan doden en gewonden. De positie der Franschen was niet bijzonder schitterend; zij waren als ’t ware ingesloten.

Een bataillon Grieken echter wist onder leiding van een Grieksch advocaat uit Parijs, een doorbraak te forceren, waardoor de verbinding tussen onze loopgraven weer tot stand kwam. Kranige kerels, die Grieken, met stalen gezichten marcheerden zij achter hun leider aan, een advocaat, die van soldaat was opgeklommen en eindelijk 2e luitenant was geworden. Zij hebben echter een gebrek, zij zijn bijzonder vuil op hun lichaam en dat onzindelijke leren zij niet af ook. Des morgens hadden wij bezoek gekregen van de leger-commissie, welke inspectie hield en ons allerlei vragen stelde omtrent de behandeling.

Den nacht daarop zou het offensief beginnen. Het heeft het gehele Fransche leger met roem overladen. Helaas het Legioen heeft er zijn besten officieren verloren ! De aanvalscolonne bestond uit de volgende troepen:
1e regiment Vreemdelingenlegioen;
3 regimenten Zouaven;
koloniale infanterie,
1 regiment Marokkaansche tirailleurs, 2 bataljons van het 2e regiment Vreemdelingenlegioen.

Het „legioen” vormde het centrum en stond onder bevel van kolonel Pain, terwijl de gehele divisie gecommandeerd; werd door generaal Brulard. Van drie kanten werden de Duitsche loopgraven bestormd, tenminste op papier stond dat dit zou gebeuren.

De aanval op papier
Kaart uit het Journaux de Marche 2e RM du 1er RE
In de legenda zijn vermeld de door S.Bino genoemde eenheid van Wetterström A
en ook de eenheid Grieken, “Elements des Compagnies grecques C1 et C4.” D

Doch de Duitschers waren op hun hoede. Ofschoon zij niet groot in aantal waren, verdedigden zij zich zoo uitstekend en bovenal zoo tactisch, dat men respect voor hen moet hebben.

Kapitein Wetterström, een Deen, ging met een sectie van zijn compagnie op verkenning uit. Hij werd plotseling door de Duitschers overvallen, zodat hij genoodzaakt was terug te keren, nadat 20 zijner manschappen gesneuveld waren.
Onder de gesneuvelden waren de Hollanders Koopman [ Koopmann (a) ] en twee gebroeders Boers (b) (c).
Wetterström liet zich even verbinden en nam toen het commando weer op zich.

In den morgen van 6 Mei begon de eigenlijke opmarsch van drie kanten.
De artillerie had den geheelen nacht doorgevuurd.

Kolonel Pain en commandant Jackselsky voerden ons aan en stormden voor ons uit. De aanval was zo onstuimig, dat het een aantal van ons gelukte in een Duitsche loopgraaf te komen. Direct vielen een 400 Duitschers; meest Polen en Wurtembergers, op ons aan en begon er een gevecht van man tegen man. Wij hielden ons kranig en hielden een tijdlang stand, doch de overmacht was te groot. Wij moesten retireren en lieten talrijke gewonden achter. Doch ook de Duitschers hadden enorme verliezen geleden, ik schat het aantal gesneuvelde Duitschers in dit gevecht op minstens 200 man.
Onder de Polen, die ons te lijf gingen, was een kolonel. De man kreeg een kogel in ’t lichaam en viel stervende neer. Wij hoorden hem roepen : „Vive les Alliées.” „Vive la victoire”…
Hieruit maakten wij op dat de Polen gedwongen werden tegen ons te vechten, doch dat zij in hun hart tegen Duitschland waren. Onze aanval was ook elders mislukt. Van alle kanten werden wij teruggeslagen. Doch wat hinderde dat ? De geest der troepen was schitterend en de Duitschers hadden ontzettende verliezen geleden.

Nadat wij twee uren in onze loopgraven hadden gelegen, deed de vijand een tegenaanval. In dichte drommen trokken zij tegen ons op. Als een waaier ontplooiden zij zich. Ook wij waren echter op onze hoeden, de mitrailleurs stonden gereed. Plotseling begonnen die te werken en, als gras werden de aanvallers weggemaaid. Zij vluchtten zoo snel zij konden terug, naar hun loopgraven, zevenhonderd doden achterlatende.
Direct begonnen wij de vervolging. Wij namen nog een 180 man gevangen. Dé gevangenen zagen er armoedig uit. Bovendien was hun moreel niet erg hoog, want zij hadden, toen zij ons zagen aankomen, de wapens weggeworpen en waren op hun knieën gevallen, om genade smeekend. Een der gevangenen vertelde, dat hij zo van ’t Oostelijk front was gekomen en in twee dagen geen voedsel had gehad.
De kerel was letterlijk uitgehongerd. De gevangenen vielen op het voedsel aan, als hongerige wolven.

(Wordt vervolgd.)

(a) Jacob KOOPMANN, Mort pour la France le 09-05-1915 (Arras – au Nord d’Arras, 62 – Pas-de-Calais, France)
Né(e) le/en 18-10-1886 à Deventer (Pays-Bas)
Grade soldat de 2e classe
Unité 2e régiment de marche du 1er régiment étranger (2e RM du 1er RE)
Classe 1914 (EV) Bureau de recrutement Seine 1er bureau (75)
Matricule au recrutement 2704 Mention Mort pour la France
Date de transcription du décès 17-07-1922
Lieu de transcription du décès Paris 1er arrondissement (75 – Paris (ex Seine), France)

(b) Max BOERS, Mort pour la France le 09-05-1915 (Neuville-Saint-Vaast, 62 – Pas-de-Calais, France)
Né(e) le/en 10-03-1885 à Amsterdam (Pays-Bas)
Grade soldat de 2e classe
Unité 2e régiment de marche du 1er régiment étranger (2e RM du 1er RE)
Classe1914 (EV) Bureau de recrutement Seine bureau central (75)
Matricule au recrutement 2709 Mention Mort pour la France
Lieu de transcription du décès Asnières-sur-Seine (92 – Hauts-de-Seine (ex Seine et Seine-et-Oise), France)

(c) Jules BOERS, Mort pour la France le 09-05-1915 (Neuville-Saint-Vaast, 62 – Pas-de-Calais, France)
Né(e) le/en 13-07-1887 à Amsterdam (Pays-Bas)
Grade soldat de 2e classe
Unité 2e régiment de marche du 1er régiment étranger (2e RM du 1er RE)
Classe 1914 (EV) Bureau de recrutementSeine bureau central (75)
Matricule au recrutement 3245 Mention Mort pour la France
Lieu de transcription du décès Asnières-sur-Seine (92 – Hauts-de-Seine (ex Seine et Seine-et-Oise), France)

Leave a Reply

Your email address will not be published.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over