Het Vrije Volk, 14 december 1957

Ronselen

In Duitsland, waar altijd al zeer actief anti-legioen campagnes werden gevoerd, werden in de jaren ’50 zelfs posters opgehangen om de waarschuwen tegen ronselaars (werber) . Foto uit 1953
[https://twitter.com/LaLegion]


De mythe dat er door en voor het Franse Vreemdelingenlegioen geronseld werd is altijd een hardnekkige gebleven.
Steeds weer staken geruchten hierover de kop op als het Vreemdelingenlegioen weer in het nieuws was gekomen, zo ook in Nederland.
Krantenartikelen zoals het onderstaande, uit het Vrije Volk van 14 december 1957, deden deze mythe weer opleven.

Een gangbare definitie van ronselen is het, meestal onvrijwillig, rekruteren van mensen waarbij gebruik gemaakt wordt van list en bedrog en soms zelfs geweld.
Veelvuldig en zo ook in zekere mate in het kranten artikel wordt het begrip ronselen gebruikt waarbij het begrip werving of reclame mogelijk meer op zijn plaats zou zijn. In het artikel wordt het propaganda genoemd.
Of deze werving, zoals de genoemde Prospectus, van het Legioen zelf afkomstig was, dan wel een resultaat van positieve uitlatingen van een oud-legionair bleek schijnbaar niet zo van belang.

De aanleiding voor het krantenartikel was een bijna 12 maanden eerder verschenen artikel in “Nederlands dikste weekblad” te zijn geweest. Niet duidelijk is welk weekblad hier wordt bedoeld.
Het bevreemdende van het krantenartikel is dat het enerzijds duidelijk wil waarschuwen voor dienst nemen in het Franse Vreemdelingenlegioen anderzijds echter een zeer sterk, negatief oordeel heeft over diegenen die er dienst nemen. “Nederlandse mannen die in het woestijnzand vergetelheid vinden” zoals de verslaggever ze omschrijft en als voorbeelden aanhaalde wie dit zoal zijn : oud-SS’s, criminelen, verschoppelingen en psychopaten.
Deze verwijzing naar een instituut voor psychopaten, zoals Avereest, is enigszins a-typisch. Mogelijk is deze geïnspireerd op een gebeurtenis in 1957 waardoor dit instituut negatief in het nieuws kwam omdat een daar verblijvende ex-legioniar L. G. een bewaker had aangevallen.
Door de hele opbouw en de toon van het artikel gaat de aandacht voor een aspect dat zeker de aandacht verdiende, namelijk het mogelijk bewust in dienst nemen door het Vreemdelingenlegioen van minderjarigen enigszins verloren.

Veertien dagen na het verschijnen van het artikel doen twee oud-legionairs nog een poging een objectiever beeld te geven.

Vreemdelingenlegioen ronselt niet bij ons ….
maar KIJK UIT !

(Van een onzer verslaggevers)
‘Het Vreemdelingenlegioen heeft een kerel van mij gemaakt. Begin 1952 vertrok ik uit Nederland als een jongeman zonder enig houvast in het leven. Vijf jaar later kwam ik terug als een kerel die weet wat hij wil.’ Dit is géén advertentie voor scheerzeep, doch een aanhaling uit het verhaal van een ex-légionnair, zoals dat, in januari, in Nederlands dikste weekblad werd gepubliceerd.
Het is een verhaal dat volkomen recht doet aan de ideeën van hen, die in het Vreemdelingenlegioen een bakermat zien van louter helden; van — om nog even het weekblad aan te halen — ‘kerels, die weten wat ze willen.’
Maar het Is slechts een schamel heldendom, dat daar in Noord-Afrika, onder de brandende woestijnzon en vroeger in Indo-China, in de modder van de rijstvelden, werd gekweekt. Het is het hopeloze heldendom van de vluchteling — van de man die geen uitweg meer weet en die tenslotte de wijk neemt naar een instelling als het Légion Étrangère, een huurleger van verworpelingen. Van mensen naar wier identiteit niet wordt gevraagd. Eigen of valse naam opgeven — ‘t mag allebei…

BEWIJS van goed gedrag. Meer ‘hel’ dan heldendom…’

Straflijst? Door politie gezocht? Valse naam mag, papieren onnodig!

Helden te koop gevraagd…

Hoe gaat dat. Je bent tussen de achttien en de veertig, ten minste 1,55 meter lang en… hebt moeilijkheden. Hetgeen meestal wil zeggen: moeilijkheden met de politie (getuige het feit dat 75 percent van de Nederlandse mannen die in het woestijnzand vegetelheid vinden, door de politie worden gezocht en dikwijls een uitvoerige straflijst hebben).
Je bent weggelopen uit, bijvoorbeeld, de Rekkense inrichtingen, of uit Avereest, een ander instituut waar psychopaten die met de rechter in aanraking zijn geweest, worden verpleegd. Na dat weglopen kun je niet veel meer beginnen, tenzij… het Legioen. Het huurleger dat door Frankrijk in stand wordt gehouden, onder andere omdat elke Legioensoldaat een gekochte plaatsvervanger is voor een Franse rekruut, die anders wellicht had moeten vechten in Algerië. in de Sahara, of waar dan ook.

Duitstalige bladzijde van de wervingsfolder “Prospectus” uit 1952 zoals bij het artikel afgebeeld.



‘PROSPECTUS’ in zes talen — geen Nederlands

Dien Bien Foe

Zoals bij Dien Bien Foe in Azië, waar de légionnaires bengelend aan een parachute werden neergelaten in een hel van vuur en modder. Na verloop van tijd kwam er dan wel een bericht: ‘Nummer dat-en-dat is niet teruggekeerd.’
Wat zoveel wil zeggen als: ‘Weer een geweer minder’ en niet dat de arme soldaat Jeansèn, van Nederlandse nationaliteit, légionnair tweede klasse, met een soldij van enkele tientjes, voor dit bedrag is gesneuveld. Omdat hij thuis moeilijkheden had…
De weg heen, naar-het legioen, is zo gemakkelijk. Je zorgt maar dat je over de grens komt, naar België bijvoorbeeld. Dat kost geen moeite voor een handige jongen. In België kun je je dan in drie grote steden officieel aanmelden. Maar er zijn talloze andere plaatsen waar men zich onofficieel onder de vanen van het legioen kan scharen, al heet het dan dat zulks verboden is.

Monsieur Jean

Natuurlijk kent u monsieur Jean niet. Maar deze monsieur Jean is een van de mannen, die aan het Legioen geld verdienen. Door te ronselen.
Hij heeft zijn hoofdkwartier in een zeemanscafeetje in Antwerpen en is wellicht zelf zo’n oud-legioensoldaat, die, toen hij na vijf jaren de dienst verliet, een zak vol propagandafoldertjes meekreeg. Onder zeelieden bestaat daarvoor nog wel eens interesse, vooral wanneer zij een flinke bortel op hebben. Wat diezelfde zeelieden ervan vinden als ze de volgende dag in de rekruteringspost van het Legioen te Rijsel in Frankrijk, weer tot hun positievan komen, is iets waarover monsieur Jean zich toch waarlijk geen zorgen kan maken. Hij heeft zijn centjes binnen- en is als doodonschuldig Belgisch burgermannetje naar zijn vaderland teruggereisd.

Het is aan de volijverige rijksrecherche te danken dat zulke dingen in Nederland niet gebeuren. Men beweert dat daar met een geloofwaardige stelligheid.
Geloofwaardig te meer, omdat men niet verheelt, dat tijdens carnavals en kermissen in het zuiden van het land nog wel eens ronselaars over de grens wippen, ten einde ook hier hun slag te slaan.

Veel café’s

Het zijn immers lieden die vooral daar te vinden zijn waar de drank rijkelijk vloeit. , ‘ En het zal niet voor niets zijn dat in het foldertje van het Vreemdelingenlegioen, waarin de adressen van bonden van oud-légionnaires vermeld staan, zoveel cafés worden opgesomd. Voor het overige zijn het adressen in België, Zwitserland, Denemarken, Luxemburg, Tsjechoslowakije. Frankrijk en niet te vergeten Duitsland, de grootste leverancier, waar tachtig percent van de Legioensoldaten vandaan komt, niet in het minst met het oog op een politiek en militair verleden…
In dat boekje staan géén Nederlandse adressen. Want er is hier geen ‘bond’, daar het slag mensen dat uit het Legioen terugkomt, zich niet gemakkelijk laat organiseren. Bovendien zijn die, omdat zij in een vreemd leger hebben dienst genomen, statenloos geworden. In Nederland, zegt de rijksrecherche, wordt niet geronseld.

(Volgens artikel 205 van het Wetboek van Strafrecht maakt hij zich schuldig aan ronselarij, die zonder toestemming des Konings iemand voor vreemde krijgsdienst aanwerft. Dat wil zeggen, er is een akte van verbintenis nodig en er moet geld gegeven worden — een ‘voorschot’).

Echter, het maken van propaganda is niet verboden bij de wet. En dat komt uiteraard wel voor. Het is geen uitzondering dat een oud- legioenstrijder met sterke verhalen, anderen het hoofd op hol poogt te brengen. Met dezelfde sterke verhalen dikwijls, die hij aan de grens ophing, toen hij uit het Legioen terugkwam.
‘Tachtig percent van die geschiedenissen is verzonnen,’ oordeelt de rijksrecherche. Maar wie weet dat? Niemand kan een strobreed in de weg worden gelegd, wanneer hij vertelt dat het in het Legioen zo gezellig is. Er zijn altijd wel mensen ‘.. te vinden die dat willen doen.
Er zijn helaas ook altijd wel mensen die willen luisteren…’ De rijksrecherche gelooft niet aan dat gezellige legioen en men heeft de ware geschiedenissen bij de hand om te illustreren wat het legioen in werkelijkheid betekent.
Daar is bij voorbeeld het verhaal van de oud-SS’er, die —gevlucht in 1945 — twee jaar geleden terugkwam naar ons land met de wetenschap dat hij destijds bij verstek ter dood was veroordeeld. Weliswaar was hij er ook van op de hoogte, dat die doodstraf inmiddels weer was afgeschaft, maar toch stond hem een zeer zware straf te wachten.
Hij is daaraan niet eens toe gekomen, omdat hij lichamelijk een volslagen wrak was. Een celstraf zou zijn dood geweest zijn. Toch kwam hij terug. Die SS’er was een van de ‘helden’ met schotwonden, dysenterie, tropische ziekten, tuberculose, die een straf in een Nederlandse gevangenis verkoos boven een verder bestaan in het Légion Ëtrangère.
Het huurleger van de verschoppelingen, uit alle werelddelen, die overal vochten waar Frankrijk;, koloniale politiek dat nodig maakte: in Annam, Tonkin, Cochin-China, Marokko, Algerië, Tunesië en in de Sahara. Want helden zijn voor franken te koop en men aarzelt niet om, desnoods met onwettige listigheden, het Legioen aan zijn kanonnenvlees te helpen.

Kraait geen haan naar

Zo slaagde de rijksrecherche er onlangs, na zeer veel machinaties in, een achttienjarige knaap bij zijn ouders terug te brengen. Hij had er toen — hoewel men in Frankrijk officieel pas op zijn achttiende jaar dienst mag nemen — al twee legioenjaren opzitten. Dat kón, omdat men hem zonder meer een andere geboortedatum had gegeven. Geen haan — en zeker geen Gallische — die daarnaar kraait… Het Legioen zoekt zijn prooi overal.
Ronselaars ontzagen zich zelfs niet, hun praktijken uit te strekken tot de treinen, waarmee Hongaarse vluchtelingen naar hun tijdelijke verblijfplaats werden gebracht. Zij reisden met die treinen mee en scharrelden rond in de kampen….. Het Legioen wil iedereen. Het vraagt zelden naar verleden, het biedt — al beseffen de kandidaten dat meestal niet — geen toekomst. Het schenkt, in ruil voor vijf jaar van een mensenleven, vergetelheid én een geweer. Met als fooi een paar duizend goedkope franken.
Maar: Honneur, Pidélité, Valeur, Discipline, zijn de woorden in het Legioensdevies., Desondanks.

Reacties van oud-legionairs

Veertien dagen na het verschijnen van het artikel reageerden er in de rubriek “MIJNHEER DE REDACTEUR” van dezelfde krant twee oud-legionairs.
Ze schreven als volgt:

Vreemdelingenlegioen (I)

Het is helemaal niet waar, dat je maar een nummer bent in het Vreemdelingenlegioen.
Zelf ben ik er in 1952 naar toe gegaan en enkele weken geleden teruggekomen.
Ik ben ook In de hel van Dien Bien Poe geweest, heb daar gevochten en gezien wat daar gebeurde.
In Indo-China kregen we een soldij van 200 gulden en meer in de maand.
Als iemand gesneuveld is, wordt dat direct doorgegeven aan de familie en is er een militaire begrafenis. Als legioenchauffeur heb ik in Indo China en Noord-Afrlka genoeg kameraden begraven om daarover mee te praten.

C. P. (naam en adres bekend)

Vreemdelingenlegioen (II)


Ik diende van 1947 tot 1953 In het Vreemdelingenlegioen en toen ik in Holland terugkwam diende ik 21 maanden bij de marine. Daar blijkt dus wel uit, dat ik niet door de politie gezocht werd. Ik kreeg, toen ik uit Indo China terugkwam, geen Certificat de bonne conduite, daar ik tot drie maal toe in Afrika gedeserteerd was. Ik heb een jaar doorgebracht in de Compagnie discipline.
Ze kunnen wat vertellen van de Duitsers met hun concentratiekampen, maar geloof mij, ik kan u aantonen dat een strafcompagnie van het Franse Vreemdelingenlegioen net zo erg is.
Zo’n kamp ligt bijvoorbeeld 700 kilometer de Sahara in. Ik heb daar een week zonder eten en behoorlijk water gezeten. Het Franse leger was niet in staat eten per vliegtuig over te brengen. Het waren immers maar gestrafte légionnaires. Ik geloof inderdaad, dat er in Nederland niet geronseld wordt, in het buitenland wel.
Maar ik heb daar verschillende Nederlanders gesproken en niet één zei, dat hij geronseld was….
Wat mij betreft, beter tien jaar in een Nederlandse gevangenis: dan één jaar in het Vreemdelingenlegioen.

W. H. S. Rotterdam

Leave a Reply

Your email address will not be published.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over