Vreemdelingenlegioen zorgt goed voor zijn mensen, 1957

DE MENING VAN EEN MAN DIE ER BIJ WAS

In het Algemeen Dagblad van 16 maart 1957 verscheen een voor die tijd bijzonder artikel.
Het was een artikel van een oud-legionair die positief over het Legioen berichtte.



Identificatie
Op basis van de volgende feiten, van beroep kok, periode in dienst treden 1952, dienst in Indo China, vrijwilliger sprong boven Dien Bien Phu, verwonding aan zijn hand, krijgsgevangenschap en vrijlating daaruit, is het zeer waarschijnlijk dat het hier de Nederlander Aldert Wijnhold betreft.

Een oud-legionnair schrijft ons: er is over het Franse Vreemdelingenlegioen al zeer veel geschreven, merkwaardig is echter wel, dat men dan steeds schrijft over: een „Legioen der verschrikking” of iets dergelijks. Bijna nooit leest men iets goeds van dat Legioen, en toch denk ik nog steeds met plezier terug aan de tijd dat ook ik daar dienst deed.
Waarom ik destijds daar in dienst ben gegaan doet niets ter zake. Maar ik geef u de verzekering dat men niet zo naar in het Legioen kan stappen.
Ik kon mij voor het Legioen melden in de kazerne te Charville. De dag daarop werd ik meteen gekeurd. Ik kreeg een voorschot van fr. 500, wel niet veel, maar genoeg om het allernodigste aan te schaffen. Het eten was daar niet slecht; ’s middags een of andere salade, aardappelen, een stuk brood, bier en dessert; ’s avonds soep met het brood dat ’s middags was uitgereikt, wijn! Goede kost, alleen ’s morgens was het ontbijt niet zo bijzonder.
Van daaruit ben ik naar Parijs verrokken, waar enige formaliteiten moesten worden vervuld; en na een dag oponthoud aldaar kwam ik tenslotte in Marseille. Hier leerde je exerceren, in de houding staan en rechtsomkeert maken. Hier werd ik ook voor de tweede maal gekeurd en kregen we inspuitingen voor de tropenziekten.
Vervolgens naar Sidi Bel Abes. Ik werd niet direct volledig goedgekeurd toen en kwam dientengevolge in de keuken terecht (in mijn particuliere leven was ik ook kok geweest). Ik heb dat baanje nooit betreurd. Acht weken verbleven we in een kazerne; zo brandschoon geen enkele wandluis was daar te bespeuren; dit wil ik even nadrukkelijk vertellen, omdat men zo vaak schrijft dat dat wel het geval is. Misschien is het mogelijk dat de wandluizen voorkomen in een of ander doorgangshuis; maar niet in Sidi Bel Abes.

In opleiding


We kregen ongeveer een 500 franc in de week aldaar. Van Sidi Bel Abes gingen we na eerst 7000 franc premie uitbetaald gekregen te hebben, naar Mascarie [Mascara], de plaats van de Instructiecompagnie voor mij en waar het heus nog niet zo slecht was, ja het was er goed te noemen.
Natuurlijk werd er gekankerd, maar daarvoor zijn het soldaten, die moeten namelijk wat te mopperen hebben, anders marcheert de zaak niet meer En dan waren er die de opleiding te zwaar vonden; nu ja, overal is wat bij. Was er iets van je plunje op de een of andere manier verdwenen, dan ging je onverwijld de kast in en het vertrokken stuk moest je betalen zonder mankeren. Inmiddels kwam ik weer in actieve dienst, d.w.z. mijn kokbaantje was afgelopen en ik marcheerde en oefende net als al de anderen.

Vandaaruit zijn we nog in een andere plaats geweest, doch ik weet niet meer hoe het daar heette, wel weet ik dat de oefeningen daar veel zwaarder waren. Er werden daar vrijwilligers gevraagd voor Indo-China en je mocht blij zijn, als je bij die vrijwilligers behoorde, die ook werkelijk naar Indo-China zouden gaan. Zo groot was de aanvraag daarvoor!
Ook ik had mij gemeld en ik kon naar China vertrekken. Tien dagen hebben we op inscheping gewacht.

S.S. Campana in de kleuren van de “Chargeurs
 Réunis

Aan het front

Met het s.s. „Campama” een Italiaans passagiersschip zijn we vertrokken en kwamen op 15 april 1953 te Saigon aan, waar we ongeveer 6 dagen bleven om in compagnieën te worden ingedeeld.

3e REI 3 Bat 12 Cie 3 Sec

Ik werd ingedeeld in het derde Bataljon van het 3e regiment in de 12e comp. 3e sectie.
Vandaar naar Pu Lu [Phu Luu], weer drie weken wachten. Eindelijk ging het er op los.
Vele gevechten heb ik meegemaakt en dat vond zijn einde in de strijd om Dien Bien Phoe.

Er werden vrijwilligers gevraagd om boven deze plaats te springen. En hoewel ik niet bij de valschermtroepen behoorde en derhalve nog nooit gesprongen had, meldde ik mij toch. Zo ben ik dan met enkele kameraden (allemaal debutantspringers) boven die plaats per parachute afgedaald. Eerlijk dat springen valt best mee. Ik kwam in een riviertje terecht; toch wist ik behouden in onze stellingen te komen. We zijn er niet lang geweest. In een hels gevecht werd mijn rechterhand doorboord; ik merkte het niet eens; pas veel later viel ik in zwijm, ik kwam weer bij en was in vijandelijke handen. Mijn verwonding werd primitief verbonden. Er was geen verband genoeg, geen dokters genoeg, kortom die hand bleef voor wat hij was en daar gingen we; marcheren, de ene dag na de andere en de doden vielen bij bosjes. Tenslotte liepen we nog geen 10 kilometer meer per dag.

Ik ben daarna in een kamp geweest, waar het leven een hel voor ons was. Maar genoeg; door uitwisseling kwam ik vrij en terug in Sidi Bel Abes werd ik prompt afgekeurd.

Terug in Nederland kreeg ik eerst nog mijn soldij doorbetaald, daarna een voorlopig pensioen.

Goede geest

Tot slot wil ik gaarne nog even opmerken dat de geest in het Vreemdelingenlegioen goed was te noemen. Zeer zeker zitten er ook ongure elementen tussen. Maar in het algemeen ben ik een ervaring rijker geworden en dat is dat bij alles wat er van bet Franse Vreemdelingenlegioen verteld wordt, geweldig veel gelogen wordt.
Ik ben de overtuiging toegedaan dat dit meestal door lieden wordt verteld, die de consequentie van een zuiver op basis van vrijwilligheid aangegane overeenkomst niet kunnen dragen; weglopen en zeer terecht als deserteur worden opgepikt. En als het hun later toch nog gelukt te ontsnappen, allerlei praatjes de wereld inzenden, die op onwaarheden berusten.

Zeer zeker; als een legionair 5 jaar diensttijd er op heeft zitten en terugkomt in Nederland, gezond naar lichaam en geest, dan is die zaak afgedaan. Men heeft vijf jaar gediend, wat wil men dan nog meer?
Onze regering geeft toch ook geen geldelijke steun aan hen, die gezond naar lichaam en geest terugkeerden uit Indonesië?
Maar ik ondervond dat als men zijn plicht doet in het legioen, waarvoor men getekend heeft en men raakt verwond op de een of andere manier men zeer zeker niet alleen staat; zoals men wel ten onrechte wil beweren.

Bronnen

http://ssmaritime.com/Campana-Irpinia-1.htm


Categorie: Uncategorized

Leave a Reply

Your email address will not be published.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over