De nacht van 1 op 2 December 1947, desertie m.s. “Marchall Joffre”

Paquebot m.s. “Marechal Joffre”
Colombo 1947

Inleiding

Op 19 oktober 2021 ontving ik van een bevriende historicus, Victor Laurentius, een dossier uit het Nationaal Archief [1] betreffende gedeserteerde legionnaires uit de periode eind 1947, begin 1948.
Onder hen bevonden zich een aantal Nederlanders.
Reden genoeg de zich in het dossier bevindende brieven en rapporten aan een nader onderzoek te onderwerpen en in een historische context te plaatsen.

Het dossier

Het dossier bestaat uit twee brieven en twee rapporten.
De eerste brief is van 8 november 1948 en werd door het Centraal Informatie Bureau van het Rode Kruis te Batavia verstuurd naar het Hoofd Personeelszaken van de KL, Hoofdkwartier van de Adjudant-Generaal te Bandoeng.
Men was op zoek naar Willem van Dijk circa 19 jaar oud, afkomstig uit Amsterdam.
Hij zou:
“tijdens een zeereis in April ’48 tussen Afrika en Indo-China in de nacht van 18 op 19 April ter hoogte van Sumatra op 35 km van de kust met 2 anderen over boord zijn gesprongen met de bedoeling de kust zwemmende te bereiken”.

De tweede brief is van 22 november 1948, met deze brief werd de brief van het Rode Kruis door het Hoofd Personeelszaken doorgestuurd aan het Hoofd Dienst voor Legercontacten te Batavia. Men voegde er aan toe:

“Dezerzijds zij nog aangetekend, dat het hier vermoedelijk betreft een militair; behoren tot het Franse Vreemdelingen Legioen, die met zijn onderdeel per schip op weg was naar Indo-China en volgens de krantenberichten – in het begin van dit jaar met nog enige anderen ter hoogte van Sabang over boord gesprongen is.
Ik meen , dat deze deserteurs later naar Batavia zijn overgebracht.”

Het eerste rapport in het dossier is van de hoofdinspecteur van Politie te Batavia van 21 januari 1949 [in het afschrift staat 1948, maar dit kan niet correct zijn].
In het rapport wordt verwezen naar een andere brief van het Rode Kruis namelijk een van 15 december 1948, ook het referentie nummer is anders.
De hoofdinspecteur van Politie verwijst in het rapport naar twee deserties, vanaf troepentransportschepen, van legionnaires :

1. in de nacht van 1 op 2 december 1947 vanaf de m.s. “Marchall Joffre”
2. in de nacht van 3 op 4 maart 1948 vanaf de m.s. “Boulogne Sur Mer”

Verder verwijst hij naar ene C. Hoffmann die waarschijnlijk in de brief van het het Rode Kruis van 15 december 1948 genoemd werd. Geen van de gedeserteerde legionnairs van beide schepen door de politie verhoord kende deze naam.

Het tweede rapport is van 24 februari 1949 van de militaire politie in Batavia, die op zoek naar Willem van Dijk, drie nog in Batavia bevindende gedeserteerde legionnaires ondervroegen.
Een die vanaf de m.s. “Marchall Joffre” deserteerde en twee die vanaf de “Boulogne Sur Mer” deserteerden. Geen van hen kende Willem van Dijk.

Discussie

Onderzoek van het dossier laat zien dat het Rode Kruis destijds op zoek was naar twee vermiste Nederlandse legionnaires:

Willem van Dijk en C. Hoffmann.

De Nederlandse autoriteiten in Bandoeng en Batavia konden de vermiste mannen echter niet vinden.

Wat opvalt is dat de datum opgegeven voor de desertie van Willem van Dijk, de nacht van 18 op 19 april 1948 een hele andere is dan die van de deserties vanaf de m.s. “Marchall Joffre” en m.s. “Boulogne Sur Mer”.
Het lijkt er dus op dat Willem van Dijk vanaf een ander schip is gedeserteerd.
De kans dat de deserteurs van de andere schepen Willem van Dijk zouden kunnen kennen was daarom zeer klein.
Aangezien de Rode Kruis van brief 15 december 1948 zich niet in het dossier bevind is niet bekend wanneer C. Hoffmann deserteerde.

Benner en Van den Brink

Wel komen uit het dossier de namen van de Nederlandse ex-legionnaires,

K.W. Benner, geboren 1 Februari 1920 te Rotterdam en
H. van den Brink, geboren 31 Oktober 1923 te Gouda,

naar voren.

Hiermee is ook de vraag beantwoord wie de twee Nederlanders waren die genoemd werden in een krantenartikel over de desertie vanaf de m.s. “Marchall Joffre” waarin o.a. de naam van de Nederlander Gerard Mars werd genoemd.

Desertie in de nacht van 3 op 4 maart 1948 vanaf de m.s. “Boulogne Sur Mer”

In een krantenartikel over de desertie in de nacht van 3 op 4 maart 1948 vanaf de m.s. “Boulogne Sur Mer” van 8 maart 1948, wordt vermeld dat er 8 Nederlanders bij waren.

Desertie vanaf troepentransportschepen kwam in die tijd dus schijnbaar regelmatig voor. Na zekere tijd werden er echter maatregelen genomen. De Duitse legionniare Hans E. Bauer schreef in zijn boek “Verkaufte Jahre” over zijn reis naar Indo-China, waarschijnlijk in 1950:

Die kommenden Tagen boten das gleiche eintönige Bild.
Wasser – überall Wasser!
Dan kam eines Tages Sumatra in Sicht. Eine der grössten Inseln der Erde.
Ganz dicht ging die Fahrt an der Küste entlang. Manchmal waren es nur einige Hundert Meter, die uns von der Insel trennten. Aber auch jetzt wieder standen die Männer der Police Militaire met ihren weissen Holzknüppeln auf Deck verteilt. Kein Wunder – denn im Laufe der Jahre hatten auch hier schon viele Legionäre durch einen kühnen Sprung ins Wasser versucht, ihre Freiheit wiederzugewinnen. Bis hinüber zur Insel, zum Festland – das war ein Katzensprung für einen guten Schwimmer ! Doch viele, die es gewagt hatten, hatten die Haifische vergessen.
Es war ihr letztes Vergessen gewesen in dieser Welt.
[blz. 81]

8 november 1948, Batavia C. Willem van Dijk

AFSCHRIFT a AFSCHRIFT

CENTRAAL INFORMATIE BUREAU
VAN HET RODE KRUIS
Rijswijkstraat 2, Batavia C

No. 104740/8

Onderwerp: Willem van Dijk

Batavia C, 8 November 1948

Aan:
het Hoofd Personeelszaken van de KL
Hoofdkwartier van de Adjudant-Generaal
te Bandoeng.

Van het Rode Kruis den Haag bereikte ons een schrijven van de ondervolgende inhoud
“Bij mijn bureau kwam een opgave binnen betreffende een zekere:
WILLEM VAN DIJK
circa 19 jaar oud, afkomstig uit Amsterdam.
Deze persoon zou tijdens een zeereis in April ’48 tussen Afrika en Indo-China in de nacht van 18 op 19 April ter hoogte van Sumatra op 35 km van de kust met 2 anderen over boord zijn gesprongen met de bedoeling de kust zwemmende te bereiken.
Is U iets over zijn lot bekend?
Onzerzijds bestaat het vermoeden, dat het dienstplichtigen betreft.
Hoewel geen legernr. vermeld werd en de gegevens summier zijn, verzoeken wij U ons, indien mogelijk nadere bijzonderheden te vermelden.
Voor Uw medewerking in deze wordt U gaarne bij voorbaat onze erkentelijkheid betuigd.

Afdeling Overledenen en Nalatenschappen

w.g. Mevr. C.E. Roskott.
Agno. 102824/8
dd. 3-11-48
CORR/R/P.

Voor eensluidend afschrift
Bandoeng, 18 November 1948
Dienst 3A – H!K. A.G.
o/l de res . Kapitein,
w.g. J.H.F. Stouten

Voor eensluidend afschrift:
M. Janssens (Korp)

22 november 1948, Bandoeng. Willem van Dijk

AFSCHRIFT a afschrift
KONINKLIJK NEDERLANDS-INDONESISCH LEGER
KONINKLIJKE LANDMACHT
hoofdkwartier van de Adjudant – Generaal in Ned – Indië
No. 62874/4/IIIA Afdeling : III (KL)
Bijlagen : -1- Dienst: IIIA (Personeel)
Onderwerp : Willem van Dijk. Bandoeng : 22 November 1948

Bijgaande doe ik U toekomen een afschrift van de brief van het Centraal Informatie Bureau van het Rode Kruis te Batavia d.d. 8 November 1948 nr. 104740/8.
Ik moge U verzoeken mij zo spoedig mogelijk nadere bijzonderheden omtrent Willem van Dijk te willen verstrekken.
Dezerzijds zij nog aangetekend, dat het hier vermoedelijk betreft een militair; behoren tot het Franse Vreemdelingen Legioen, die met zijn onderdeel per schip op weg was naar Indo-China en volgens de krantenberichten – in het begin van dit jaar met nog enige anderen ter hoogte van Sabang over boord gesprongen is. Ik meen , dat deze deserteurs later naar Batavia zijn overgebracht.

TYp : J/RY
Coll: Namens de Adjudant-Generaal
Het Hoofd Personeelszaken KL.
o/l de res. Kapitein
w.g. J. H. F. STOUTEN

AAN:
Hoofd Dienst voor Legercontacten
BATAVIA

Voor eensluidend afschrift:
M. Janssens (Korp)

21 januari 1949, Batavia. Deserteur van het het Franse Vreemdelingen Legioen

afschrift

PARKET
VAN DE
PROCOREUR – GENERAAL
DIENST DER ALGEMENE RECHERCHE

Onderwerp: Deserteur van het Franse Vreemdelingen Legioen.

RAPPORT

In verband met het schrijven van het Centraal Informatie bureau van het Rode Kruis van 15 December 1948 no. 108533/8, kan het navolgende worden gemeld.
1. Omstreeks medio November 1947 vertrok per m.s. “Marchall Joffre” een transport troepen van het Franse Vreemdelingen Legioen, van Oran naar Frans Indo-China. Ter hoogte van Sabang zijn in de nacht van 1 op 2 December 1947 een dezerzijds niet bekend aantal LEGIONNAIRES overboord gesprongen en op die wijze gedeserteerd.

2. Zwemmende hebben Indonesisch grondgebied bereikt
a. J.E. Buchardt, geboren 26 November 1929 te Kopenhagen (Deen).
b. J. Keil, geboren 14 Juli 1922 te Sajo St. Peter (Hongarije) en volgens eigen verklaring van Hongaarse nationaliteit.
c. K.W. Benner, geboren 1 Februari 1920 te Rotterdam. (Nederlander)
d. H. van den Brink, geboren 31 Oktober 1923 te Gouda. (Nederlander)
Blijkens de verklaring van H. van den Brink, kan als vrijwel zeker worden aangenomen dat de met hem overboord in zee gesprongen legionnair Jeroen Poelman (Belg) is verdronken.

3. Buchardt, Benner en van den Brink zijn bereids uit Indonesië respectievelijk naar Denemarken en Nederland verwijderd.
Keil verblijft nog in het Chasse-complex hier ter stede en zal ui Indonesië worden verwijderd zodra de moeilijkheden zijn overwonnen welke zijn gerezen in verband met zijn bestemming (Hongarije).


4. Op 6 Februari 1948 vertrok per m.s. “Boulogne Sur Mer” een transport troepen van het Franse Vreemdelingen Legioen van Oran naar Frans Indo-China. Ter hoogte van het eiland Pulu Weh zijn in de nacht van 3 op 4 Maart 1948 een dezerzijds niet bekend aantal legionnaires overboord in zee gesprongen en op deze wijze gedeserteerd.
5. Indonesisch grondgebied hebben bereikt:
e. K. Petersen, geboren 14 December 1920 te Flensburg (Duitser)
f. H. Wulf, geboren 20 januari 1921 te Braunschweig. (Duitser)
e. en f. zijn in de ochtend van 4 Maart 1948 aan boord van de engels tanker “Naiping”, varende in Straat Malakka, zwemmende in zee waargenomen, opgepikt en overgegeven aan de plaatselijke autoriteiten te Palembang.
Op het eiland Pulu Samba werden op 6 Maart 1948 de van hetzelfde Franse schip op overeenkomstige wijze gedeserteerd legionnaires aangetroffen, die zwemmende de kust hadden weten te bereiken.
g. M. Hupf, geboren 22 Mei 1929 te Kiefersfelden (Duitser)
h. G.J. van Hees, geboren 7 April 1920 te Steendorp (Belg)
i. M. Huts, geboren 1 Mei 1924 te Hakenover (Belg)
j. A.M. Vervaecke, geboren 2 Maart 1927 te Haalerbeeke (Belg).
e.,f., en g, verblijven in het Chasse-kamp hier te stede in afwachting van hun vertrek naar Duitsland.
h.i. en j zijn bereids naar vaderland gerepatriëerd.

6

-2-

6 a. tot met j. zijn hier ter lande bij proces-verbaal verhoord, doch geen hunner heeft in zijn verklaring de in het schrijven van Rode Kruis bedoelde C. Hoffmann genoemd terwijl de nog hier te lande verblijvende ex-legionnaires die naam niet eerder als legionnair hebben horen noemen.
Het staat wel vast, dat meerdere niet bij name bekende legionnaires op boven omschreven wijze van het m.s. Boulogne sur Mer” zijn gedeserteerd. Aangezien tot dusverre dezerzijds geen bericht van hun aantreffen op Indonesisch grondgebied is ontvangen, zijn deze waarschijnlijk verdronken.
Van de opvatting en internering op Sumatra van twee Duitsers, die per roeiboot vanuit Indo-China Indonesië zouden hebben bereikt, is dezerzijds geen bericht ontvangen.

Batavia, 21 Januari 1948 [sic]
De hoofdinspecteur van Politie,

w.g. A. den IJzerman.

24 februari 1949, Batavia. Vermissing W. van Dijk

KONINKLIJK NEDERLANDS INDONESISCH LEGER
KONINKLIJKE LANDMACHT
HOOFDKWARTIER ADJUDANT GENERAAL IN INDONESIE
KORPS MILITAIRE POLITIE / KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

Stafkwartier
Koningsplein Oost 17
Centrale Justitiele Afdeling

Onderwerp : Vermissing W. van Dijk.
Bijlagen : 3 (drie)
No 22/CJA/49

RAPPORT

Naar aanleiding van een ingekomen schrijven, dd. 17 Januari 1949 Nr. 515/Cr/J , van de Dienst voor Legercontacten, betreffende de vermissing van WILLEM VAN DIJK, afkomstig uit Amsterdam, hebben wij:
J. J. Elenbaas, Sergeant Majoor Instructeur, alg.stbnr. 1424008000, en L. de Lange, Marecchaussee 1e Kl. legernr. 271023198, beide behoren tot opgemeld onderdeel, na daartoe bekomen opdracht, op 23 Februari 1949, een onderzoek ingesteld.
Door rapporteurs is geinformeerd op het Parket van Procureur Generaal, dienst der algemeene recherche te Batavia, alwaar ons een rapport dd. 21 Januari 1949, door A. den IJzerman, Hoofd-Inspecteur van Politie, werd ter hand gesteld, hetwelk in afschrift hierbij gaat.
De in dit rapport genoemde personen, genaamd, J. Keil, K. Petersen en M. Hupf, die zich bevinden in het emigranten verblijf, Chassee kamp te Batavia, zijn door ons gehoord, doch geen dezer kon ons inlichtingen verstrekken over hiergenoemde WILLEM VAN DIJK.
Ook navraag bij de Afdeling Vreemdelingen Inlichtingendienst der Algemene Politie te Batavia, had geen resultaat.
Op het Hoofdparket van de Procureur Generaal alhier waren geen nadere gegevens betreffende overboord gesprongen personen bekend, dan die in het rapport vermeld.
Bedoelde van Dijk is als vermist in het kaartsysteem van het Hoofdparket van de Procureur-Generaal opgenomen.
Aldus naar waarheid opgemaakt en getekend te

Batavia, 24 Februari 1949

De Rapporteurs,

J.J. Elenbaas.
L. de Lange.

Desertie in de nacht van 3 op 4 maart 1948 vanaf de m.s. “Boulogne Sur Mer”


[ De locomotief : Samarangsch handels- en advertentie-blad 08-03-1948 ]

Deserteurs van het Legioen Twee Duitsers in Palembang
P a l e m b a n.g, 6 Mrt. (Aneta).
Met het stoomschip „Maiping” zijn te Palembang twee uit het Franse vreemdelingenlegioen ontsnapte Duitsers aangekomen, die oorspronkelijk deel uitgemaakt hebben van de bemanning van de „Prinz Eugen”.
Deze Duitse oorlogsbodem lag tijdens de Duitse capitulatie in Frankrijk.
Op zes Februari 1948 met een contingent van 600 man met het s.s. „Boulange Sur Mer” naar Indo-China vertrokken, ondernamen 30 Duitsers en acht Nederlanders in Straat Malakka een ontsnappingspoging, daar zij ontevreden waren over de voeding en de behandeling in het legioen.
De beide Duitsers, Petersen en Wulf, sprongen in Straat Malakka op ongeveer 2 km uit de kust overboord. Door de sterke stroom konden zij de kust niet bereiken. Zij werden na zeven uur opgepikt door de „Maiping”.

Zij vertelden, dat zeventig procent van het Franse vreemdelingenlegioen uit Duitsers bestaat. Beiden hopen, „wegens de prettige herinneringen aan do Nederlanders in de bezettingstijd” in Indonesië aan de slag te komen. Zij wel.
In afwachting van nadere instructies uit Batavia zijn zij in de kazerne te Palembang ondergebracht.

[ De locomotief : Samarangsch handels- en advertentie-blad 27-04-1948 ]

[1] NATIONAAL ARCHIEF, Ministerie van Defensie, Collectie archieven, Strijdkrachten in Ned. Indië (1938-1939) 1941 – 1957 [1960], Inv. nr. 3951

Leave a Reply

Your email address will not be published.

© Copyright | NLLegioen | All Rights ReservedPowered by Crossing Over